Op 30 oktober 1961 brachten de Sovjets op Nova Zembla een atoombom tot ontploffing. Het destructieve vermogen was nauwelijks voorstelbaar: 1400 keer krachtiger dan de bommen op Hiroshima en Nagasaki. Niet verwonderlijk dat de meeste Europeanen zich toen heel onveilig voelden, stelt de Britse historicus Ian Kershaw in Een naoorlogse achtbaan.
...

Op 30 oktober 1961 brachten de Sovjets op Nova Zembla een atoombom tot ontploffing. Het destructieve vermogen was nauwelijks voorstelbaar: 1400 keer krachtiger dan de bommen op Hiroshima en Nagasaki. Niet verwonderlijk dat de meeste Europeanen zich toen heel onveilig voelden, stelt de Britse historicus Ian Kershaw in Een naoorlogse achtbaan. Het boek overspant de Europese geschiedenis tussen 1950 en 2017. Het is een huzarenstuk, want het is niet vanzelfsprekend zo'n lange periode te analyseren zonder in algemeenheden te vervallen. Kershaw slaagt daarin. Het boek bulkt van de details en de anekdotes. Zo zijn er getuigenissen van West-Europeanen die profiteerden van de naoorlogse wederopbouw en de economische groei, maar ook beseften dat een allesvernietigende kernoorlog nabij was. Zeker in 1961 en 1962 liepen de spanningen tussen het Westen en het Oostblok hoog op. Eigenlijk stabiliseerde de situatie pas na de bouw van de Berlijnse Muur (1961) en het einde van de Cubacrisis (1962). Daarna volgde een lange periode waarin West-Europa zich relatief veilig voelde, een unicum in de geschiedenis, aldus Kershaw. Die periode is voorbij, stelt hij. In Europa is onveiligheid weer het 'nieuwe normaal'. Er zijn sinds de eeuwwisseling wel minder doden gevallen door terroristische aanslagen dan in de jaren zeventig en tachtig, maar de angst is groter omdat het moderne terrorisme op elk moment kan toeslaan en geen onderscheid maakt tussen slachtoffers. Een naoorlogse achtbaan leert dat de Europese geschiedenis tussen 1950 en 2017 een verhaal is van hoge pieken en diepe dalen, maar dat de materiële en sociale vooruitgang in die periode verbluffend was. Dat wordt weleens vergeten. Wie aan het boek begint, kan zich terecht afvragen: waarom nog maar eens een boek over de Europese geschiedenis? Kershaw countert die kritiek met nieuwe inzichten. De historicus legt uit dat de West-Duitse democratie na 1945 overleefde dankzij de vrees voor het communisme. En de oliecrisis van 1973 hakte er aan de andere kant van het IJzeren Gordijnen dieper in dan gedacht. West-Europa kon overleven door van het keynesianisme over te stappen naar een gedereguleerde economie met privatiseringen. Het Oostblok had die wendbaarheid niet.