16000. Dat is het aantal voorkeurstemmen dat Sophie Wilmès haalde bij de parlementsverkiezingen van 26 mei 2019. N-VA-voorzitter Bart De Wever haalde er meer dan 240.000, PS-voorzitter Paul Magnette haalde er 295.000 op de Europese lijst (waardoor hij verkiesbaar was in heel Franstalig België). Toch is Wilmès, nu ze premier wordt van een regering met volheid van bevoegdheid én met volmachten om de coronacrisis te bestrijden, een van de machtigste eerste ministers van de voorbije decennia.
...

16000. Dat is het aantal voorkeurstemmen dat Sophie Wilmès haalde bij de parlementsverkiezingen van 26 mei 2019. N-VA-voorzitter Bart De Wever haalde er meer dan 240.000, PS-voorzitter Paul Magnette haalde er 295.000 op de Europese lijst (waardoor hij verkiesbaar was in heel Franstalig België). Toch is Wilmès, nu ze premier wordt van een regering met volheid van bevoegdheid én met volmachten om de coronacrisis te bestrijden, een van de machtigste eerste ministers van de voorbije decennia.De Belgische politiek heeft vreemde kronkels. Wilmès, die niet eens deel uitmaakte van de regering-Michel, heeft alles te danken aan haar partijvoorzitter, Georges-Louis Bouchez. Hij zette de hakken in het zand: hij zou de sterke vertegenwoordiging van zijn partij in de federale regering (de premier en alle Franstalige ministers) tot elke prijs verdedigen. Hij vond een bondgenoot in PS-voorzitter Paul Magnette. Die wist zijn achterban te sussen, nadat hij beloofd had de regering in lopende zaken vanuit de oppositie te steunen, om zo een coalitie met de N-VA te vermijden. Terwijl iedereen het vorige weekend naar dat vreemde spelletje driebanden keek, rezen vragen bij de competentie van Wilmès. Tijdens de regeerperiode in lopende zaken kwam veel kritiek op haar gebrek aan gezag. De ministers bij de les houden bleek moeilijk. Ze deden nog amper de moeite om parlementaire vragen te beantwoorden. In Vlaanderen rees ook ergernis omdat ze de vraag van de regering-Jambon om meer klimaatgeld niet heeft gesteund. En dan was er nog haar akkoord om 1,2 miljard euro extra te voorzien voor de Europese meerjarenbegroting, terwijl andere noordelijke EU-landen op de rem stonden. Kwatongen beweren dat ze te veel beïnvloed werd door haar voorganger en huidig Europees president, Charles Michel. Is Wilmès capabel om premier te worden? Mensen die met haar samenwerkten, zeggen van wel. Correct, loyaal, een harde werkster met een sterke dossierkennis: die typeringen komen vaak terug. Ook bij Marijke Cortvriendt, gemeenteraadslid voor de Vlaamse verzamellijst Engagement 1640 in Sint-Genesius-Rode. In de faciliteitengemeente in de Brusselse rand bouwde Wilmès sinds 2006 aan haar politieke carrière. "Als schepen van Financiën beheerde ze de centen heel goed", stelt Cortvriendt. Wilmès was er schepen van Financiën van 2006 tot 2015. "Ik werkte zes jaar met haar samen in het schepencollege", zegt Anne Sobrie, de Vlaamse schepen in Sint-Genesius-Rode, in een college dat vooral uit Franstaligen bestaat. "Ik heb haar leren kennen als een zeer loyale en intelligente persoon met een zéér grote dossierkennis. Ze heeft de gemeentelijke begroting uitstekend beheerd." In 2014 moest Wilmès nochtans fouten in de gemeentelijke begroting opbiechten, door een wijziging in de boekhoudkundige rapportering. Dat verleden sleepte ze mee toen ze in 2015 plots de federale minister van Begroting werd. De begroting die ze moest beheren, maakte een kwantumsprong: van 20 miljoen euro in Sint-Genesius-Rode naar 170 miljard euro. Ze werd zo ook de voogdijminister van de Nationale Loterij. "Een heel gedreven vrouw", zegt gedelegeerd bestuurder Jannie Haek. "Ze doet ook wat ze zegt." Sophie Wilmès krijgt wel steevast kritiek op haar communautaire standpunten. "Wij hadden nooit problemen met elkaar, behalve in de communautaire dossiers", zucht Anne Sobrie. "Dan kan zij heel zwaar uithalen." Sophie Wilmès is getrouwd met een Australiër, die ze leerde kennen in een bar in de buurt van de Europese instellingen in Brussel. Haar drie dochters gingen naar de Nederlandstalige school in Rode. Thuis worden drie talen gesproken: Engels, Frans en Nederlands. En toch is er die commotie over de taalkwestie. "Wij botsen communautair hevig", bevestigt gemeenteraadslid Marijke Cortvriendt. "Al zullen we altijd beleefd blijven. We zullen nooit openlijk ruzie maken. Maar kan zij, gezien haar francofone houding, wel premier zijn van het hele land?" Tijdens de persconferentie van de Nationale Veiligheidsraad sprak ze bijna driekwart van de tijd Frans. Dat veroorzaakte in Vlaanderen veel ergernis.