In tien jaar tijd heeft de Amerikaan Iain Levison 42 verschillende jobs gehad in zes staten. Het hoofdpersonage in zijn satirische thriller Niks om handen (De Geus, 223 blz., 15 euro) zit bij het begin al negen maanden zonder werk. De enige fabriek in het stadje verhuisde naar Mexico, naar "een plek met meer zon en lagere lonen dan hier." Zijn vriendin is ervandoor, zijn kredietkaart torst te veel schulden en aan de lokale bookmaker moet hij ook nog een smak geld. Juist die bookmaker bezorgt hem een nieuwe baan...

In tien jaar tijd heeft de Amerikaan Iain Levison 42 verschillende jobs gehad in zes staten. Het hoofdpersonage in zijn satirische thriller Niks om handen (De Geus, 223 blz., 15 euro) zit bij het begin al negen maanden zonder werk. De enige fabriek in het stadje verhuisde naar Mexico, naar "een plek met meer zon en lagere lonen dan hier." Zijn vriendin is ervandoor, zijn kredietkaart torst te veel schulden en aan de lokale bookmaker moet hij ook nog een smak geld. Juist die bookmaker bezorgt hem een nieuwe baan: als huurmoordenaar. Levison vertelt het met een mix van grand guignol en zwartgeblakerde humor. Het eindproduct moet satire zijn, maar Levison hypothekeert dat resultaat door geregeld iets te schreeuwerig de sociale preekstoel te beklimmen. Een onvergelijkelijk boek is Moord & Doodslag (Arbeiderspers, 521 blz., 22,95 euro). Broer en zus Geerten en Doeschka Meijsing hebben ieder apart een roman geschreven waarin hun haat-liefdeverhouding en hun kijk op hun familie doorschemeren. In beide romans, in één band gepubliceerd, spelen ook andere feiten en personages een rol. En, vooral, beide boeken vertellen een heel andere familiegeschiedenis. Op zich zijn de romans genietbaar, maar dan zoals een cuba libre op een koude grauwe dag in zo'n mistroostige Vlaamse rijtjeshuizenwijk. Samen, door hun cassante commentaar op elkaar of het spelen met een andere visie op eenzelfde gebeurtenis, groeien de werken wél uit tot een spitsvondig leesavontuur. Het wordt cuba libre op het kokosnotenstrand. Een meeslepende verteller, maar ook een schrijver die sluw betekenisvolle wolfijzers en mijnen legt in zijn secure zinnen - zo mag de Spanjaard Javier Marías (wel eens getipt voor de Nobelprijs Literatuur) geschetst worden. In Koorts en lans (Meulenhoff, 398 blz., 22,50 euro) komt een hoogleraar terecht in een geheime organisatie die nog tijdens de Tweede Wereldoorlog opgericht werd door de Britse MI6. Batoel Khedairi is een dochter van een Irakese vader en een Schotse moeder. Haar roman De hemel leek nabij (De Geus, 286 blz., 19,90 euro) heeft autobiografische wortels. Grote thema's als racisme en de kloof tussen het Oosten en het Westen krijgen gestalte in persoonlijke lotgevallen. In het bedrieglijk luchtige Tang (De Geus, 158 blz., 14,90 euro) moet een jongeman machteloos toezien hoe een jonge vrouw hem overrompelt en manipuleert. Relatieklucht met een hijgerige stijl - en een dubbele bodem. Relaties staan ook centraal in Lichte aardschokken (Prometheus, 384 blz., 19,95 euro), een soms leuke en luchtige, soms ontroerende portrettering van vier Amerikaanse vrouwen. Gewoon een ontspannende zomerroman van Jennifer Weiner. Luc De Decker