November 2001. De aanslagen van 11 september 2001 in New York en de internationale wankele economische situatie dwingen de wereldleiders om, na de mislukking van Seattle in 1999, de onderhandelingen over verdere liberalisering van de wereldhandel in Doha (Qatar) een nieuwe impuls te geven. De nieuwe Doha-ronde zou vooral werk gaan maken van een betere toegang tot rijke landen door arme landen. Doha wordt daarom de Ontwikkelingsronde gedoopt.
...

November 2001. De aanslagen van 11 september 2001 in New York en de internationale wankele economische situatie dwingen de wereldleiders om, na de mislukking van Seattle in 1999, de onderhandelingen over verdere liberalisering van de wereldhandel in Doha (Qatar) een nieuwe impuls te geven. De nieuwe Doha-ronde zou vooral werk gaan maken van een betere toegang tot rijke landen door arme landen. Doha wordt daarom de Ontwikkelingsronde gedoopt. September 2003. De conferentie in Cancún faalt wegens onenigheid en omdat de (grote) ontwikkelingslanden (de G20) zich opwerpen als een vierde machtsblok, naast EU, VS en Japan. Juli 2004. Informele gesprekken tussen EU, VS en G20 monden uit in een raamakkoord waarin alle partijen bereid zijn tegelijk te onderhandelen over zowel landbouw, industriële producten als diensten en eisen van de ontwikkelingslanden. Nochtans slabakken de besprekingen, zelfs nadat de rijke landen importtarieven voor landbouwproducten uit de minst ontwikkelde landen willen afschaffen. De G20 dringt aan op concretere maatregelen van EU en VS om exportsteun en subsidies aan hun landbouwproducenten terug te schroeven. Mei 2005. De G4 (EU, VS, Brazilië en India) gaat akkoord over een aantal modaliteiten om ook andere dossiers dan alleen landbouw aan te pakken. Toch vlotten de gesprekken niet. September. De Fransman Pascal Lamy neemt de leiding van de WTO. De voormalige EU-handelscommissaris bepleit een forse afslanking van landbouwsteun en meer tegemoetkomingen aan ontwikkelingslanden. Begin oktober. De VS stelt voor om in de rijke landen invoertarieven over vijf jaar af te bouwen met 90 %. Steun aan boeren zou met 60 % dalen in de VS en met 80 % in de EU en Japan (wegens hogere subsidies). Tegen 2023 zouden alle landbouwsteun en -invoerheffingen verdwijnen. Eind oktober. De EU doet een tegenvoorstel: een daling van de landbouwsubsidies met 70 % en een halvering van de hoogste invoertarieven. Op voorwaarde dat rijkere landen instemmen met maximaal 10 % invoerheffing en dat rijkere ontwikkelingslanden (Brazilië, China, India) werk maken van vlottere markttoegang voor industriële goederen en diensten. November. De EU is bereid het gemiddelde invoertarief voor landbouwproducten met 46 % te verminderen (van 22,8 tot 12,2 %). Het maximaal toegelaten invoertarief zou 100 % worden (tarieven boven 90 % dalen met 60 %, tussen 60-90 % zouden ze gehalveerd worden, tussen 30-60 % zakken ze met 45 %, en met 35 % voor huidige tarieven tussen 0-30 %). December. Brazilië is bereid geconsolideerde invoerheffingen op industriële producten te halveren, maar de EU reageert ontgoocheld: in de praktijk zou dit slechts een daling zijn van gemiddeld 11 % naar 9,8 %. Enkele dagen voor de conferentie in Hongkong is er een akkoord over 'Trips': intellectuele eigendomsrechten mogen niet verhinderen dat arme landen zelf goedkope, generische geneesmiddelen kunnen produceren. Pascal Lamy wijst erop dat, na vier jaar onderhandelen, amper 55 % van de objectieven van de Doha-ronde is bereikt. De deadline is midden 2007, wanneer het onderhandelingsmandaat van de Amerikaanse regering verstrijkt.