De Belgische banken kleven graag Engelse termen op hun financiële dienstverlening aan welgestelde particulieren. 'Private banking' is het bekendst, maar die is vaak voorbehouden aan euromiljonairs. 'Personal banking' of 'premium banking' zijn de kleine broertjes van private banking. Ze richten zich ook op de minder vermogende -- nog altijd bemiddelde -- klanten. Als u slechts enkele tienduizenden euro's wilt laten beheren, dan kunt u bij de internetbanken terecht voor geautomatiseerd beheer. Daarnaast bieden sommige banken een formule aan die is weggelegd voor de superrijken: 'wealth management'. Bij BNP Paribas Fortis ligt de drempel daarvoor op 4 miljoen euro, bij KBC op 5 miljoen euro.
...

De Belgische banken kleven graag Engelse termen op hun financiële dienstverlening aan welgestelde particulieren. 'Private banking' is het bekendst, maar die is vaak voorbehouden aan euromiljonairs. 'Personal banking' of 'premium banking' zijn de kleine broertjes van private banking. Ze richten zich ook op de minder vermogende -- nog altijd bemiddelde -- klanten. Als u slechts enkele tienduizenden euro's wilt laten beheren, dan kunt u bij de internetbanken terecht voor geautomatiseerd beheer. Daarnaast bieden sommige banken een formule aan die is weggelegd voor de superrijken: 'wealth management'. Bij BNP Paribas Fortis ligt de drempel daarvoor op 4 miljoen euro, bij KBC op 5 miljoen euro. Het is moeilijk een vergelijking te maken tussen de dienstverlening van de private banken. De begeleiding die u krijgt, hangt voor een stuk af van uw persoonlijke adviseur. Bovendien verstaat niet elke bank hetzelfde onder private banking. De ene keer gaat het om oplossingen op de maat van het individu, de andere keer om profielfondsen op de maat van een groep individuen met hetzelfde risicoprofiel. Bij discretionair beheer geeft u het beheer volledig uit handen en vertrouwt u op uw bankier. Die kan dan in één trek voor al zijn klanten met hetzelfde risicoprofiel dezelfde transacties uitvoeren. Bij adviserend beheer neemt u nog altijd alle beslissingen zelf. Dat neemt meer tijd in beslag, want de bankier moet u consulteren voor elke transactie. Daarom hangt er meestal een hoger prijskaartje aan vast. Zelfs de kosten vallen niet te vergelijken, omdat er extra kosten bij kunnen komen, zoals een bewaarloon, transactiekosten en administratieve kosten. Bovendien geeft de ene bank nettorendementen vrij, na aftrek van alle kosten en belastingen, de andere doet dat niet. Doorgaans geldt: hoe meer kapitaal u in de weegschaal legt, hoe lager de kosten zijn en hoe meer zeggenschap u kunt krijgen over het beheer. Voor een meer gepersonaliseerd beheer betaalt u meer dan voor gestandaardiseerde oplossingen. Zonder volledig te willen zijn, geven we een overzicht van de formules, afhankelijk van het vermogen dat u wilt laten beheren door professionals. Bank Delen is een buitenbeentje, want de bank stelt geen minimumkapitaal voorop. Het doelpubliek is wel 'de vermogende particulier'. André Delen stichtte het familiebedrijf in 1936 als beursvennootschap. Zijn zoon Jacques Delen bouwde de vennootschap uit tot een van de meest toonaangevende onafhankelijke private banken in België. Bank Delen beheerde op 31 maart 36,6 miljard euro, waarvan 26,3 miljard euro onder discretionair beheer. Hoe meer geld u toevertrouwt aan deze private bank, hoe minder beheerscommissie u afdraagt. U betaalt op jaarbasis een commissie van 0,95 procent voor het beheer van een vermogen onder 1 miljoen euro. Dat tarief daalt degressief. Vanaf 1 miljoen euro zakt de commissie tot 0,75 procent van het beheerde vermogen, vanaf 2,5 miljoen euro tot 0,5 procent en boven 30 miljoen euro tot 0,325 procent. Boven op die commissie komt nog eens 0,3 procent kosten voor de administratie en voor de bank die uw effecten bewaart. Volgens haar beleggingsfilosofie beheert Bank Delen uw geld als een dynamische goede huisvader, die oog heeft voor een goede verhouding tussen het risico en het rendement. Hoe meer risico de klant bereid is te nemen, hoe hoger de historische rendementen. De beheerders haalden de voorbije vijf jaar een gemiddelde jaarlijkse return tussen 5,2 en 11,2 procent, afhankelijk van het risicoprofiel van de klanten. Bij ING België kunt u volgens de website vanaf 100.000 euro terecht voor personal banking. De 'exclusieve oplossingen' van ING België zijn fund of funds -- dakfondsen die investeren in andere fondsen -- of levensverzekeringen van NN Group. Deutsche Bank biedt personal banking aan vanaf 150.000 euro. De kostprijs is 50 euro per kwartaal, exclusief transactiekosten. Klanten kunnen bij hun adviseur terecht voor vragen over de invulling van hun portefeuille, maar ook over fiscaliteit en successieplanning. Ze krijgen er enkele andere diensten gratis bij, zoals een driemaandelijks rapport, en er valt regelmatig een financieel magazine in hun brievenbus. Bij BNP Paribas Fortis Private Banking kunt u intekenen op vermogensbeheer via strategiefondsen vanaf 250.000 euro. Er zijn verschillende fondsen met verschillende beleggingsstrategieën, afhankelijk van het risico dat de beleggers mogen, willen en kunnen nemen. De strategiefondsen investeren in fondsen van eigen makelij, maar ook in fondsen die worden beheerd door externe partijen zoals JPMorgan. De beheerskosten bedragen 0,25 procent. Daar komen nog transactiekosten bij. De gemiddelde jaarrendementen voor de verschillende risicoprofielen lagen de voorbije vijf jaar tussen 4,2 en 11,4 procent. Bij KBC vallen de klanten met een vermogen van 250.000 tot 1 miljoen euro in de categorie premium banking. Société Générale Private Banking biedt vanaf 250.000 euro een vermogensbeheer aan. Voor kleinere bedragen is er Accent Fund. Dat is een beleggingsfonds dat investeert in eigen en externe fondsen. Er zijn vijf compartimenten, met elk een beleggingsstrategie en een bandbreedte voor het percentage aandelen dat ze mogen kopen. De kosten hangen af van het beheerde vermogen en van het type fonds. Zowel Petercam als Bank Degroof, die twee weken geleden een fusieovereenkomst ondertekenden, hanteren voor private banking een instapdrempel van een kwart miljoen euro. Ze konden geen van beide een historiek van vijf jaar geven voor hun huidige aanpak. Bij Bank Degroof vormen de huisfondsen de basis van het vermogensbeheer, aangevuld met enkele fondsen van andere huizen. Het draait bij Degroof vooral om het risicobeheer en de lange termijn. Bij partner Petercam ligt het accent iets anders: "De beste manier om uw vermogen te beschermen is te zorgen dat het groeit." Bij Petercam kunt u met minder dan 250.000 euro ook nog terecht in zogenoemde geprofileerde fondsen. Dat zijn beleggingsfondsen die aansluiten bij het risicoprofiel van de cliënten. Petercam rekent voor die producten 1 procent instapkosten en 1 procent beheerscommissie aan. Voor adviserend beheer hebt u wel een vermogen van minstens 750.000 euro nodig. Enkel voor discretionair beheer neemt de bank genoegen met een portefeuille van 250.000 euro. Van Lanschot hanteert een instapdrempel van 500.000 euro. De groep hanteert vier pijlers voor haar beleggingsfilosofie: discipline, structuur, fiscale optimalisatie en ze wil boven de waan van de dag staan. De gemiddelde jaarreturn voor de verschillende profielen lag de voorbije vijf jaar tussen 5,7 en 9,6 procent. De beheerkosten bedragen 0,20 procent. De drempel voor discretionair beheer ligt bij BNP Paribas Fortis ook op 500.000 euro en voor adviserend beheer op 1 miljoen euro. De slagzin van BNP Paribas Fortis Private Banking is "een rendement conform het risicoprofiel van de klant". Voor mensen met een half miljoen euro heeft Belfius de Managed Portfolio. Die portefeuille bestaat uit een basis van fondsen en individuele waarden, en is beschikbaar in zes varianten, vanaf 0 tot 100 procent in aandelen. Maximaal 35 procent van de fondsen mag worden gemanaged door externe vermogensbeheerders. De kosten bedragen 0,4 procent, exclusief btw en transactiekosten. De rendementen liggen tussen 3,9 en 9,5 procent, naargelang van het percentage aandelen in de beleggingsportefeuille. Puilaetco Dewaay vraagt dat klanten voor gepersonaliseerd beheer minimaal 750.000 euro kapitaal toevertrouwen aan de bank. Ze hebben wel nog patrimoniale fondsen met drie verschillende investeringsstrategieën. Net zoals in private banking is het de bedoeling het neerwaartse risico zo veel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door het gebruik van derivaten. Over de rendementen en de kosten wil Puilaetco niets lossen. Na de overname van UBS Belgium beheert Puilaetco Dewaay meer dan 10 miljard euro. Bij verscheidene banken, waaronder BNP Paribas Fortis, KBC en Société Générale Private Banking, is de instapdrempel voor de echte private banking 1 miljoen euro. Bij KBC bijvoorbeeld betaalt u voor die service 800 euro per jaar, exclusief btw. Voor dat bedrag krijgt u beleggingsaanbevelingen, fiscaal advies, advies over successieplanning en ontvangt u publicaties van economen en analisten van de groep. Daarnaast betaalt u nog kosten "verbonden aan de financiële instrumenten in portefeuille". De gemiddelde jaarrendementen over de voorbije vijf jaar lagen tussen 5,2 procent -- voor wie slechts 10 procent in aandelen wilde stappen -- en 10,4 procent -- voor wie 90 procent van zijn geld in aandelen stopte. Ook bij ING kunnen de klanten pas vanaf 1 miljoen euro terecht voor private banking. Ze kunnen kiezen voor een all-in fee, of een combinatie van beheersloon en transactiekosten. Ilse De WitteBank Delen is de enige private bank die geen minimumkapitaal vooropstelt. Hoe meer kapitaal u in de weegschaal legt, hoe lager de kosten zijn en hoe meer zeggenschap u kunt krijgen over het beheer.