VAN BEENHOUWER TOT VLEESPRODUCENT. Vooroordelen, onkunde en hoop

Erik Bruyland Erik Bruyland is senior writer bij Trends.

Cetin Eryilmaz bouwde zijn eenmansbedrijf uit tot grootleverancier van zowat alle Turkse kebabzaken in Vlaanderen. “Ja, mijn toekomst ligt hier. Ik ben een Vlaamse zakenman, ” zegt de Turkse Vlaming.

Direkteur Johan Leman van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding (opvolger van migrantenkommissaris Paula D’Hondt) en het NCMV hebben plannen om kleine middenstanders van buitenlandse afkomst een basisopleiding te bezorgen (zie Inside van vorige week). Goede voornemens, maar weinig konkrete ideeën, tot nu. Cetin Eryilmaz (29 j.) weet uit ervaring hoe groot de nood aan bijsturing en begeleiding wel is. Hij schat het aantal kebabzaken in België op zo’n vijfhonderd. De meesten daarvan zijn klanten van Mevlana Halal Meat, Cetins vleesfabriek in Antwerpen. Kebab is runds- en lamsvlees dat op islamitisch-rituele wijze geslacht werd en bestemd is voor kleine snacks en Turkse restaurants. “Het zijn weinig professioneel gerunde zaakjes van mensen die vaak nauwelijks Nederlands spreken, niet de minste notie hebben van boekhouding of hygiëne, ” weet Cetin. Daarom nam hij het initiatief om zijn klanten die elementaire regels bij te brengen, “want als zij goede zaken doen, gaat ook mijn omzet omhoog. “

McDONALD’S.

Het bedrijf in Antwerpen blinkt van de netheid. “Ik heb de best denkbare school gevolgd, ” lacht Cetin. Na een reeks kleine baantjes in een illegaal casino in Amsterdam en lange dagen in de Limburgse fruitpluk, bood Cetin zich in 1983, zonder veel illuzies, aan bij McDonald’s op de De Keyserlei. Hij kreeg de job, bleef er zeven jaar, doorliep de strenge opleidingsfazes inzake boekhouding, kwaliteitszorg, personeelsbeleid onder meer aan de Rotterdamse fakulteit van de befaamde Amerikaanse Hamburgeruniversiteit uit Chicago en werkte zich op tot manager. “Zonder deze unieke kans zou ik vandaag hier niet in mijn eigen vleesbedrijf staan. Een fraktie van de migrantenjongeren vindt, om tal van redenen, zijn evenwicht niet en komt terecht in een neerwaartse spiraal. Maar de overgrote meerderheid heeft wel het potentieel in zich om er iets van te maken. Althans, indien ze zoiets als een McDonald’s-training zouden kunnen genieten, ” vertelt Cetin Eryilmaz.

Na zeven jaar bij McDonald’s koos hij voor een eigen zaak. Turkse kebabtenten begonnen zo’n twee à drie jaar geleden als paddestoelen uit de grond te rijzen “Jongeren uit de tweede en derde generatie, die het doelloos ronddolen moe zijn en hierin een kans zien om zich aan de werkloosheid te ontworstelen, ” dat stemt Cetin optimistisch. Hij sprong ook op die nieuwe trend. Met zijn know-how als bagage, zag Cetin meteen een ruimer perspektief : “Na McDonald’s was ik mijn eigen beenhouwerij begonnen. Een algemeen gebrek aan hygiëne kenmerkte de islamitische beenhouwerijen. Het klinkt verwaand, maar mijn winkel was de properste zaak die je toen kon vinden en mijn kliënteel groeide alsmaar aan. En toen die kebabzaken begonnen, dacht ik : waarom zou ik niet hun hoofdleverancier worden ? “

Cetin kocht een pand, kreeg leningen van de bank en haalt vandaag een omzet van 28 miljoen frank. Hij heeft voltijds drie mensen in dienst (één Turk en twee Vlamingen), bezit twee koelwagens, moderne machines die met één man aan de lijn per dag 10 ton vlees kunnen verwerken, kruiden en verpakken. Het ritueel geslacht rundsvlees wordt aangekocht in Antwerpse slachthuizen, het lamsvlees wordt geïmporteerd uit Nieuw-Zeeland. Uitbreidingsplannen zijn er naar Wallonië toe en Cetin overweegt zelf een kebabketen op te zetten.

VOOROORDELEN.

“Ik ben 16 uur per dag bezig. Gisteren was ik nog op de Anuga-beurs in Keulen en als je dan op uitnodiging van één van je klanten, om simpelweg zijn verjaardag te vieren, ‘s avonds een diskoteek binnenstapt Dockside in Hasselt, om geen naam te noemen wordt je door de portier boudweg de toegang geweigerd. Met als smoesje dat ik geen vaste klant ben ! Mijn uiterlijk daar gaat het om, ” zegt Eryilmaz verbitterd (zie kader).

Cetin heeft de Belgische nationaliteit, spreekt een aksentloos algemeen Nederlands (zonder Antwààrpse klanken) en stelt onomwonden : “Mijn toekomst is België. “

Vader Eryilmaz begon in 1963 als mijnwerker in Beringen. Voordien was hij kleermaker in midden-Anatolië. Tien jaar later opende de mijnwerker een kruidenierswinkeltje. De kinderen werden streng islamitisch grootgebracht Cetin gaat nog elke vrijdag bidden in de moskee, hoewel hij een rigoureus-katolieke opvoeding genoot in de Broederschool van Beringen. Op z’n dertiende moest Cetin meehelpen in de ouderlijke zaak. In 1980 besloot vader naar Turkije terug te keren. “Hij was de papierwinkel beu. Er waren voortdurend politiekontroles : nu eens sloot de winkel vijf minuten te laat, dan weer stonden de groenten 80 centimeter te ver op de stoep. Van dat soort plagerijen had hij zijn buik vol, ” zegt Cetin. De oudste broer runde de kruidenierszaak, uitgebreid met een restaurant. “Maar hij begon nonchalant om te gaan met geld. Hij reed rond in een Pontiac Firebird en de zaak ging op de fles. Daar zie je weer dat gebrek aan ondernemerskultuur, waaraan zovelen ten onder gaan. “

Op eigen initiatief volgde Cetin twee jaar avondschool bij het CMO, Centrum voor Middenstandsopleiding, waar hij zijn certifikaat slager-spekslager behaalde en zich verder bekwaamde in boekhouding. “Mijn klanten hebben hooguit lager onderwijs of beroepsopleiding gevolgd. Zij hebben er bijvoorbeeld geen flauw benul van dat een aantal bedrijfskosten en verliezen fiskaal aftrekbaar zijn. Tegenover die papierwinkel staan zij hulpeloos en onwetend. ” Cetin wijst op een bijkomend probleem dat, volgens hem, niet onderschat mag worden : het gebrek aan kommunikatievaardigheid. Zelf volgde Cetin bij de (toenmalige) RVA (Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling) een kursus Transaktionele analyse, een bijscholing voor mensen die reeds een baan vonden. “Dat heeft me heel veel bijgebracht, ” vertelt Cetin. “Een algemeen probleem onder migrantenjongeren, die vaak in twee kulturen leven, is dat ze nog altijd eerst denken in hun moedertaal en dus konstant bezig zijn met ver- of hertalen naar het Nederlands. Dat schept onzekerheid en gebrek aan houvast. Ikzelf denk nu eens in het Turks, dan weer in het Nederlands. Tegenwoordig begin ik ook al in het Nederlands te dromen. Ben ik nu geïntegreerd ? ” grapt hij.

ERIK BRUYLAND

CETIN ERYILMAZ (MEVLANA HALAL MEAT) “Turkije is waar mijn roots liggen. België is waar ik mijn draai kan vinden en waar ik me thuis voel. “

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content