CLUB VAN ROME-SYNDROOM
...

CLUB VAN ROME-SYNDROOMIn zijn boek ' The Economic Laws of Scientific Research' formuleert Terence Kealey drie wetten die verband houden met de financiering van onderzoek en ontwikkeling (O&O). Kealey kwam tot deze wetten op basis van uitgebreid historisch-empirisch onderzoek, zowel door hemzelf als door bijvoorbeeld de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso). Wet 1. Het percentage van het bruto binnenlands product (BBP) dat wordt besteed aan O&O stijgt naarmate het BBP per hoofd toeneemt. Wet 2. Publieke en particuliere financiering van O&O treden in elkaars plaats. Wet 3. De onderlinge verwisselbaarheid van publieke en particuliere financiering is niet symmetrisch: een toename van de publieke financiering leidt tot een méér dan proportionele daling van de particuliere financiering. Vooral wet 1 heeft verregaande consequenties voor de toekomstige economische groei. Deze wet houdt immers in dat research zich kenmerkt door dalende schaalopbrengsten: hoe meer research er gebeurt, hoe relatief lager de economische opbrengst ervan is. Terence Kealey: "In de industrielanden gaat 3% à 4% van het BBP naar O&O. Deze landen zullen blijven groeien tegen gemiddeld 2% à 3% per jaar. Dat betekent dat zij hun BBP per hoofd ongeveer om de 25 jaar zullen verdubbelen. De wet van de dalende schaalopbrengsten van research zal er toe leiden dat we nog voor het einde van 21ste eeuw in een situatie zullen terechtkomen waarbij de industrielanden 10% van hun BBP aan O&O zullen spenderen. Gezien de druk van andere uitgavencategorieën als gezondheidszorg, pensioenen en onderwijs is die 10% een absoluut maximum. Nog voor het einde van de 21ste eeuw zou de economische groei in de industrielanden wel eens compleet kunnen stilvallen."Met deze opzienbarende prognose zit Terence Kealey gevangen in wat we gemakkelijkheidshalve het Club van Rome-syndroom noemen, namelijk een statisch-lineair doortrekken van trends uit het verleden om tot toekomstvoorspellingen te komen. Zoals bekend brak deze techniek al menig vorser zuur op. Midden de jaren zeventig voorspelde de Club van Rome voor het einde van de 20ste eeuw olieprijzen van boven de 100 dollar per vat (momenteel zitten we op één tiende daarvan). De oorzaak van dergelijke grove voorspellingsfouten liggen bij een fenomeen dat Kealey zelf aanprijst om tot een optimale O&O-inspanning te komen, namelijk de werking van de vrije markt. Dit mechanisme geeft aan het economisch systeem een dermate grote flexibiliteit en een dermate groot aanpassingsvermogen dat het statisch-lineair doortrekken van trends uit het verleden bijna per definitie tot foute voorspellingen moet leiden.Bovengaande bedenking leidt tot een intense discussie met de Cambridge-vorser, die uiteindelijk besluit: "Ik moet mijn conclusie inderdaad aanpassen. Laat ik het als volgt stellen: indien de productiviteit van het onderzoekswerk niet toeneemt, dan is de kans reëel dat in de huidige industrielanden de economische groei stilvalt voor het einde van de 21ste eeuw. De hamvraag luidt dus of de vrije markt in staat is een dergelijke technologische evolutie mogelijk te maken dat de wet van de dalende schaalopbrengsten van O&O wordt doorbroken. Misschien is het inderdaad beter die vrije markt ook op dit vlak het voordeel van de twijfel te gunnen."Johan Van Overtveldt