Voedingsbodem voor cynisme
...

Voedingsbodem voor cynismeWe beleven opnieuw een uitbarsting van één van de meest vernietigende tendensen in de politiek : de gewoonte van politici om (schijn)oplossingen te beloven voor al onze economische problemen. Het jongste voorwerp van die dwangidee is de werkonzekerheid. De overheid kan daar weinig tegen doen ; verwoede pogingen in die richting kunnen alleen maar leiden tot afbraak van het jobs creërende vermogen van de economie.In de jaren '60 beloofde de overheid dat ze een eind zou maken aan de recessie. Dat kon ze niet. Daarna kwam de sterk overdreven belofte dat men de inkomens zou optrekken en de levensstandaard verbeteren. Nu beweert men het verlies van banen te kunnen verhinderen. Dat voortdurend inspelen op het geringste angstgevoel van de bevolking is een politieke kwaal, die uiteindelijk de voedingsbodem wordt voor cynisme bij diezelfde bevolking. Regeringen kunnen de economische onzekerheid niet bannen ; ze kunnen hooguit de economische groei globaal beïnvloeden en de gevolgen van veranderingen enigszins verzachten.Het geweeklaag over de achteruitgang van de werkgelegenheid wordt oorverdovend. In de VS willen minister van Arbeid Robert Reich en senator Edward Kennedy belastingvoordelen invoeren om bedrijven ervan te weerhouden werknemers te ontslaan. De conservatieve republikein Pat Buchanan dringt aan op protectionisme, om het verlies van miljoenen jobs aan het buitenland te stoppen. In zijn State of the Union zei president Bill Clinton dat de regering "elke Amerikaan moet helpen om economische zekerheid te verkrijgen." Senator Bob Dole, de republikeinse presidentskandidaat, wilde niet onderdoen en merkte kritisch op dat "de bedrijfswinsten recordhoogten bereiken, en het aantal afdankingen ook". DE ULTIEME BRON.Laten we eens een paar feiten op een rij zetten.Ten eerste : uit een recente studie blijkt dat ontslagen op dit ogenblik 40 % van de werkloosheid uitmaken in de VS, tegenover 35 % in het begin van de jaren '70 (de rest heeft te maken met tijdelijke werkloosheid, vrijwillige verandering van job en mensen die nieuw op de arbeidsmarkt komen). Werkonzekerheid is er altijd geweest ; het verschil is dat die onzekerheid nu meer en meer de hogere inkomens en de oudere werknemers raakt.Ten tweede : niet de import is de grote oorzaak van werkonzekerheid, maar wel de interne Amerikaanse concurrentie. IBM kwam in het gedrang door de opkomst van de personal computer ( Intel, Microsoft), Sears leed onder de opkomst van nieuwe distributeurs ( Wal-Mart, Home Depot). Volgens de economiste Margaret McCarthy kost de import zowat 11,4 miljoen banen in de VS, terwijl de export er 10 miljoen creëert. Het verschil van 1,4 miljoen vertegenwoordigt ongeveer 1 % van alle jobs (125 miljoen). De werkloosheid (nu 5,8 %) komt voor het grootste deel van de binnenlandse economie. Ten derde : de bedrijfswinsten bereiken niet echt recordhoogten. In absolute cijfers misschien wel, maar niet als percentage van de omzet. De winstmarges zijn zich immers nog maar pas aan het herstellen van het lage niveau dat ze haalden in de jaren '70 en '80. Vorig jaar bedroeg de gemiddelde bedrijfswinst in de VS 10 % van de omzet : meer dan in de jaren '80 (8,2 %), maar toch nog een stuk minder dan in de jaren '60 (15,1 %). De druk om de winst te verhogen, heeft ongetwijfeld geleid tot afdankingen, maar die hogere winsten hebben ook een investeringsboom teweeggebracht die de economische groei aanzwengelde.En ten slotte : de ultieme bron van werkzekerheid is het vermogen van de economie om nieuwe banen te creëren. Europa is daartoe niet meer in staat : sinds 1973 is de werkloosheidsgraad daar gestegen van 3 % naar 11 %. De Amerikaanse economie daarentegen heeft de laatste 25 jaar 46 miljoen jobs gecreëerd, waarvan 7 miljoen sinds 1990. Bovendien blijkt uit een studie van het ministerie van Arbeid dat het aantal goedbetaalde banen tussen 1983 en 1993 sneller groeide dan het aantal slechtbetaalde jobs.ONTMOEDIGEND.Een dynamische economie veroorzaakt onvermijdelijk enige onrust. Een samenleving die tuk is op vooruitgang en nieuwe technologie, moet ook de negatieve aspecten erbij nemen. Wat kan de overheid doen om die onzekerheid tegen te gaan ?Protectionisme is zeker niet het goede antwoord. Daarmee kan men hooguit wat jobs redden die nu door de import verloren gaan. Door de internationale handel te vertragen, zouden echter ook banen verdwijnen in exportgerichte sectoren zoals de luchtvaartindustrie en de computerbranche. Bovendien zal protectionisme de werknemers ook niet beschermen tegen binnenlandse concurrentie en conjunctuurbewegingen.Belastingvoordelen dan, om de bedrijven ertoe aan te zetten arbeidsplaatsen te behouden ? De meeste bedrijven doen dat nu toch al : ze zouden dus beloond worden om niks bijzonders te doen. En ondernemingen die afdankingen overwegen, zouden aldus "omgekocht" worden om inefficiënt te blijven werken.De politiek zou zich moeten bezighouden met wat de overheid kàn doen, niet met wat ze niet aankan. Ze kan op een redelijke manier hulp bieden aan ontslagen werknemers, en enige verbeteringen aanbrengen aan het vangnet van de sociale zekerheid. De Europese ervaring leert dat grootschalige maatregelen, gericht op het bewaren van de werkgelegenheid en het bezorgen van een inkomen aan afgedankte werknemers, meer kwaad doen dan goed. Ze verhinderen dat bedrijven overgaan tot aanwervingen, ze ontnemen de werklozen de prikkel om op zoek te gaan naar werk.Het is allemaal nogal ontmoedigend niet alleen omwille van de kromme economische redeneringen die men hanteert, maar ook en vooral door de ondermijning die van de politiek komt. Men wekt de valse indruk dat de overheid meer kan doen dan ze kan, men wekt verwachtingen die niet vervuld kunnen worden. Dit vormt de voedingsbodem voor pessimisme onder de bevolking ; de mensen voelen zich bedrogen en worden cynisch. De overheid kan de werkonzekerheid niet wegtoveren. Door het tegendeel te beweren, kan ze op korte termijn misschien wat stemmen winnen, maar op lange termijn leidt het alleen tot meer wantrouwen en cynisme.ROBERT J. SAMUELSONRobert J. Samuelson is columnist van het Amerikaanse weekblad Newsweek.