De modernisering van de arbeidsmarkt is de processie van Echternach van de Franse politiek: iedere president en zijn regering beginnen eraan, om uiteindelijk nergens te eindigen. Zal Emmanuel Macron slagen waar zijn voorgangers Jacques Chirac, Nicolas Sarkozy en François Hollande hebben gefaald? De kans is groot, niet alleen vanwege de inhoud van de geplande hervorming, maar vooral vanwege de politieke tactiek.
...

De modernisering van de arbeidsmarkt is de processie van Echternach van de Franse politiek: iedere president en zijn regering beginnen eraan, om uiteindelijk nergens te eindigen. Zal Emmanuel Macron slagen waar zijn voorgangers Jacques Chirac, Nicolas Sarkozy en François Hollande hebben gefaald? De kans is groot, niet alleen vanwege de inhoud van de geplande hervorming, maar vooral vanwege de politieke tactiek. Macron werd verkozen op basis van een programma van economische verandering. Hij gaat meteen op zijn doel af en kan nog de steun van de kiezers claimen tegen politieke tegenstanders. Verzet in het parlement hoeft hij niet te vrezen. Dankzij een volmachtenwet kan Macron zijn hervormingen per ordonnantie decreteren, om ze later te laten ratificeren door het parlement, waar hij de plak zwaait. De enige oppositie is dus de straat, en die was in het verleden steevast het toneel van gewelddadig vakbondsprotest. Macron heeft het spel slim gespeeld door breed en intensief op grote en kleine vakbonden in te praten. Hij pakt uit met een knap staaltje verdeel en heers. Centraal in zijn hervorming staat de decentralisering van het sociaal overleg: het bedrijfsniveau moet primeren op de sector. Macron beoogt daarmee meer flexibiliteit, maar zet en passant de Franse vakbondsrealiteit op haar kop. Net zoals in België wordt het sociaal overleg in Frankrijk gedomineerd door een oligopolie van grote vakbonden, al hebben die in verhouding veel minder leden. Door het zwaartepunt van het sociaal overleg naar de bedrijven te verleggen, maakt Macron ruimte voor kleinere vakbonden en zelfs voor directe personeelsdemocratie. Hij paait de werknemersorganisaties met de invoering van een vakbondscheque, die hen nieuwe leden kan opleveren. Hij bereikt het doel van flexibilisering met een middel dat nieuwe kansen biedt aan oude en nieuwe vakbonden. Daarmee breekt hij op voorhand elk verenigd vakbondsverzet. Mooi gespeeld. Decentrale vakbondsdemocratie was eerder al een hefboom voor de arbeidsmarkthervormingen die Italië, Spanje, Portugal en Griekenland na de eurocrisis hebben doorgevoerd. Frankrijk volgt die trend en trekt een noord-zuidas over continentaal Europa. Ten zuiden ervan verloopt de arbeidsmarkthervorming ten koste van het traditionele sociaal overleg, ten noorden steunt de hervorming op dat overleg. Dat was het geval in Scandinavië met de zogenoemde flexizekerheid, in Duitsland onder kanselier Gerhard Schröder en in Nederland met het poldermodel. Ook België heeft inspanningen gedaan om de creatie van werkgelegenheid via arbeidsflexibiliteit te bevorderen. Nog deze zomer zijn nieuwe maatregelen aangekondigd zoals flexi-jobs en nachtarbeid. Sommige van die hervormingen vergen ook overleg op bedrijfsniveau. Maar België heeft niets veranderd aan de dominantie van het gecentraliseerde sociaal overleg. De vakbonden die daarbij betrokken zijn, verzetten zich tegen flexibiliteit en delen ook binnen veel bedrijven de lakens uit. België wordt een zonderling in Europa. Zoals in Noord-Europa blijven we zweren bij top-downoverleg. Maar zoals in Zuid-Europa zijn precies die overlegstructuren een obstakel voor verandering. Ons rest verandering per wet, met een koterij van bijzondere statuten, zonder veranderingsstroom aan de basis of de top. Behalve als die top alsnog het licht ziet - te beginnen bij het vastgeroeste interprofessionele overleg in de Groep van Tien - zal een duurzame arbeidsmarkthervorming ook bij ons meer lokale vakbondsdemocratie vergen. @devosmarc is directeur van de denktank Itinera en doceert aan de UGent. MARC DE VOS