De sociale verkiezingen zijn hun eerste week ingegaan. En dat verklaart natuurlijk de strijdvaardigheid van de vakbonden. Maar toch kan meer profileringsdrang niet alles verklaren. De jongste weken hebben de vakbonden zich immers niet van hun beste kant laten zien. Drie voorbeelden.
...

De sociale verkiezingen zijn hun eerste week ingegaan. En dat verklaart natuurlijk de strijdvaardigheid van de vakbonden. Maar toch kan meer profileringsdrang niet alles verklaren. De jongste weken hebben de vakbonden zich immers niet van hun beste kant laten zien. Drie voorbeelden. Eén. Ze hebben in het beheerscomité van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) de uitbesteding van begeleidingsopdrachten voor langdurig werkzoekenden geblokkeerd. Ze noemden de nota "onbespreekbaar". Twee. Fedis, de federatie van de distributiebedrijven, deed een voorstel voor flexibeler openingsuren. Weliswaar niet echt verstandig van Fedis om dat net voor de sociale verkiezingen te doen. Maar moesten de vakbonden echt meteen dreigen met een staking op 19 mei? Drie. De ministers Frank Vandenbroucke (Werk, SP.A) en Rudy Demotte (Sociale Zaken, PS) kondigden meer gecombineerde acties aan van de Sociale Inspectie (arbeidsrecht) en de Inspectie Sociale Wetten (sociale zekerheid) om mensenhandel op te sporen. De socialistische overheidsvakbond ACOD riep meteen op om die samenwerkingsakkoorden te boycotten omdat de inspecteurs van beide diensten niet evenveel worden betaald. Meer vrije marktwerking op de arbeidsmarkt, meer flexibiliteit in de 24-ureneconomie - iets waarnaar ook Europa evolueert - en een efficiënte strijd tegen de mensenhandel. Het zijn drie lovenswaardige evoluties waartegen de vakbond principieel of (in het derde geval) de facto nee zegt. Vakbonden mogen verworven rechten verdedigen, maar niet ziende blind zijn. En die blindheid dreigt steeds meer de legitimiteit van de vakbond in gevaar te brengen. Er zijn misschien wel meer vakbondskandidaten voor deze sociale verkiezingen, maar de bereidheid om te gaan stemmen daalt. In 2000 ging 22 % van de werknemers niet stemmen, 4 procentpunt meer dan in 1995. Vooral bij kaderleden, jongeren, vrouwen en bedienden is het animo laag. Een recente enquête die werd uitgevoerd in opdracht van het uitzendbedrijf Randstad toont een knipperlicht voor de vakbonden: 38 % van de ondervraagden is ontevreden over het functioneren van de ondernemingsraden, 26 % is dat ook over de comités voor preventie en bescherming en 29 % is ontevreden over de syndicale vertegenwoordiging. Informele en directe overlegkanalen - zonder de vakbond - winnen aan belang. Is dat erg? Menig bedrijfsleider zal er niet om treuren. Toch moeten we opletten. Het Belgische model, zeg maar het Rijnlandmodel, is gebaseerd op georganiseerd overleg. Dat heeft in het verleden veel opgeleverd. Het is nu aan de vakbonden om te bewijzen dat ze zich kunnen transformeren en meedenken in de nieuwe tijden. Er zijn in de toekomst nog heel wat fundamentele hervormingen nodig. Het zou goed zijn als de vakbonden daarachter kunnen staan. Het debat in het najaar over de eindeloopbaan is de eerste grote test. Laten we afsluiten met een lichtpunt. Herwig Jorissen, voorzitter van de machtige socialistische metaalcentrale, verklaarde dat hij dit debat "op een open manier en zonder taboes zal voeren". En als hij zegt dat ze "geen bestaande systemen zullen opgeven zonder evenredige alternatieven" is hieruit vooral te onthouden dat het opgeven van bestaande systemen (lees: brugpensioen) minstens bespreekbaar is. Guido Muelenaer