Jean-Pierre Pieters is gebeten door het Afrika-virus. Dat geeft hem het aura van bijzondere ondernemer. Zijn verleden als commercieel directeur van het familiale bouwbedrijf Pieters-De Gelder zei hij begin jaren negentig vaarwel. Toen de Oost-Vlaamse bouwonderneming in 1995 over de kop ging, was hij al een andere weg ingeslagen.
...

Jean-Pierre Pieters is gebeten door het Afrika-virus. Dat geeft hem het aura van bijzondere ondernemer. Zijn verleden als commercieel directeur van het familiale bouwbedrijf Pieters-De Gelder zei hij begin jaren negentig vaarwel. Toen de Oost-Vlaamse bouwonderneming in 1995 over de kop ging, was hij al een andere weg ingeslagen. Zijn tweede adem vond Pieters in mei 1994. De liefde voor Afrika zette hem aan, zijn Belgische stek voor een ondernemersbestaan op de grens tussen Gambia en Senegal te verruilen. Toen kocht Jean-Pierre Pieters het vakantiecomplex Les Palétuviers (zie Trends 17 april 1997). Met een park van 7 hectare verbonden aan het vakantiedorp en de exclusieve beschikking over een jachtgebied van bijna 100 hectare rimboe, ligt de klemtoon op natuurvakanties. Jagen, vissen en expedities krijgen daarin een belangrijke plaats. Algauw opende Pieters een tweede vakantiedorp Ile Paradis. De twee vakantiedorpen haalden in 1997 een omzet van 35 miljoen frank. Bijna 70 procent van de gasten zijn Belgen. Hiervoor werkt Pieters samen met touroperators als Sunsnacks, Neckerman en Nouvelles Frontières. HANDEL EN VIS.De sprong in de toeristische sector werd de start van een nieuwe ondernemerscarrière. Vanuit een onverwachte hoek en in een volledig andere sector timmert de bouwkundig ingenieur aan de weg. De activiteiten situeren zich ondertussen in vier onafhankelijke bedrijfjes. Na het toerisme in de vakantiedorpen vormt de ontplooiing van Neptunus Fishing Company, een visexportbedrijf, de belangrijkste activiteit. Recentelijk kwamen daar ook het maritiem agentschap Sen Ship Enterprises en Dakar Trading bij. Met dat laatste wil Pieters allerlei handelsactiviteiten tussen Europa en Afrika op het getouw te zetten. De onderneming beoogt tweerichtingsverkeer. Voor de oprichting van Neptunus Fishing was de ontmoeting met de Senegalees Ibrahima Badgio een sleutelmoment. Van bij het begin zit die op de directeursstoel en neemt Jean-Pierre Pieters de rol van afgevaardigd bestuurder waar. "Ik had hem nodig," vertelt hij. "Ik haalde hem weg bij de grootste tonijnfabriek van Dakar. Hij hield er de kwaliteit van het productieproces in de gaten en beschikte over essentiële contacten in de visserij." Tussen het idee om Senegalese vis naar Europa uit te voeren en de start van een productiehal lag een periode van bijna twee jaar. "Wij moesten voldoen aan Europese normen vooraleer we naar de Unie mochten uitvoeren. Om de nodige certificaten te halen, hebben we een nieuw gebouw neergezet en de bekwaamheid van de Afrikaanse medewerkers moeten bijschaven."Vandaag brengt het jonge visbedrijf tot 25 soorten vis naar Europa. Griekenland en Italië zijn de grootste afzetgebieden, daarna volgen België en Frankrijk. Dankzij een contract met warenhuisketen Delhaize zijn verschillende soorten Afrikaanse vis nu iedere week beschikbaar voor het grote publiek.In drie shiften verwerkt Neptunus Fishing tot 30 ton per week. Het gaat daarbij zowel om verse vis als om diepvriesproducten. "Wij kopen de vis voor het ochtendgloren op de lokale vismarkten en vervoeren hem met onze gekoelde vrachtwagens naar het verwerkingsbedrijf in Dakar. Op een oppervlakte van 1500 vierkante meter komen dan twintig tot honderd dagloners de vis schoonmaken en fileren. Deze graatloze exemplaren zetten we daarna in bakken ijs op het vliegtuig zodat ze tegen zes uur de volgende ochtend in Brussel aankomen."Het succes van de tropische vissen in Europa is ondanks de hoge transportkosten te verklaren. De aanvoer van inlandse vis loopt terug en tegelijk stijgt de vraag naar exotische producten. De Senegalese vis is van goede kwaliteit. Het is een volwaardig alternatief voor inlandse vissoorten met onregelmatige vangst. Bovendien stijgt de vraag naar exotische producten omdat het toerisme buiten Europa toeneemt.LOKALE WERKGELEGENHEID.Een nomadenbestaan, zo noemt Jean-Pierre Pieters zijn leven. Hij reist permanent tussen Senegal en Europa heen en weer. "De laatste jaren ben ik weer meer in België," legt hij uit. "Dat is nodig om de producten hier te commercialiseren."Bij de activiteiten van de vier ondernemingen zijn enkele Vlamingen betrokken, toch is het aandeel van de lokale bevolking groot. "Werkgelegenheid is in Senegal heel belangrijk omdat slechts 10 procent van de bevolking er werk heeft. De autoriteiten dringen erop aan lokale medewerkers in te schakelen. Dat vergt een investering in de opleiding van de Senegalezen die werk op het niveau dat de Europeanen verwachten moeten afleveren. Daarnaast is het belangrijk dat er steeds enkele Belgen aanwezig blijven om te controleren."RB