In de periode 1995-2000 bedroeg de gemiddelde groei van het Amerikaanse (BBP) 4%, wat een stuk hoger lag dan de 2,6% in de eurozone. Wanneer we daarentegen het geheel van het decennium onder de loep nemen om de verstorende invloed van de conjunctuurcyclus weg te nemen, dan ziet de Amerikaanse voorsprong op Europa er al veel bescheidener uit. De groei van het BBP ligt dan nog altijd hoger, maar dat kwam vooral door de snellere bevolkingsaanwas. Wanneer we het BBP per capita bekijken, dan groeide Amerika met 2,2% per jaar en dat was slechts een fractie meer dan de 2% in de eurozone. De groei van de arbeidsproductiviteit was, over die tien jaar bekeken, exact even groot in de beide economieën.
...

In de periode 1995-2000 bedroeg de gemiddelde groei van het Amerikaanse (BBP) 4%, wat een stuk hoger lag dan de 2,6% in de eurozone. Wanneer we daarentegen het geheel van het decennium onder de loep nemen om de verstorende invloed van de conjunctuurcyclus weg te nemen, dan ziet de Amerikaanse voorsprong op Europa er al veel bescheidener uit. De groei van het BBP ligt dan nog altijd hoger, maar dat kwam vooral door de snellere bevolkingsaanwas. Wanneer we het BBP per capita bekijken, dan groeide Amerika met 2,2% per jaar en dat was slechts een fractie meer dan de 2% in de eurozone. De groei van de arbeidsproductiviteit was, over die tien jaar bekeken, exact even groot in de beide economieën.Niet alleen waren de Europese economische prestaties niet zo droevig als algemeen wordt voorgesteld, maar er bestaan redenen om aan te nemen dat de groei van de productiviteit tijdens het komende decennium in Europa met rasse schreden zal vooruitgaan. Vaak wordt aangevoerd dat Europa door uitblijvende investeringen in informatie- en communicatietechnologie (ICT) ver achterop is geraakt en dat Amerika's superieure ICT-systemen zijn economie zullen helpen opbloeien, eens de groei weergekeerd is. Tweede zijn in de ICT-revolutie biedt echter twee grote voordelen. In tegenstelling tot Amerika blijven de Europese economieën vrij goed gevrijwaard van economische onevenwichtigheden, zoals een overdreven schuldenlast van de privé-sector en overinvesteringen, die Amerika in de recessie gesleurd hebben. Ten tweede kunnen de Europese ondernemingen leren van de Amerikaanse fouten en alleen de zaken overnemen die ook echt werken.Hervormingen in de eurozoneHet is hier dat de sceptici aanvoeren dat, om de vruchten van de uitgaven voor ICT te plukken, de arbeids- en de algemene markten flexibel moeten zijn om de nodige verschuiving van middelen mogelijk te maken. Een strenge wetgeving op het vlak van de arbeidsbescherming maakt het moeilijk om werknemers af te danken en zou dan ook kunnen verhinderen dat Europa de volle productiviteitsvoordelen van ICT binnenrijft. In de eurozone werden evenwel veel meer hervormingen doorgevoerd dan de regeringen doorgaans wordt toegeschreven. In de meeste economieën in de eurozone werden de arbeidsmarkten flexibeler gemaakt. De tarieven van de personen- en vennootschapsbelastingen werden verlaagd. En ook de economische markten werden meer opengesteld door deregulering en privatisering. Het is bovendien een feit dat tijdens de vier jaar vóór 2001 de totale tewerkstelling sneller groeide in de eurozone dan in Amerika.De Europese markten zijn nog altijd rigider dan de Amerikaanse. Maar Europa hoeft niet zo flexibel te zijn als Amerika om de spurt naar hogere productiviteit te kunnen inzetten, zolang het maar de juiste richting uitgaat. Bovendien zijn de Verenigde Staten verre van perfect. Minderwaardig onderwijs en een verwaarloosde openbare infrastructuur belemmeren de groeimogelijkheden. In Duitsland vormen de beter opgeleide arbeidskrachten een tegengewicht voor de stroevere arbeidsmarkt.Vooruitblikkend kan Europa de groei van het BBP per capita opdrijven ofwel door de productiviteitsgroei te verhogen ofwel door een beroep te doen op zijn grote reserve aan onbenutte arbeid. Binnen de eurozone heeft slechts 62% van de arbeidsgeschikte bevolking een job. In Amerika is dat 74%. In Europa bestaan dan ook enorme mogelijkheden om de actieve bevolking op te drijven. Indien het erin zou slagen om zijn tewerkstellingsgraad in de komende twintig jaar op te trekken naar het Amerikaanse niveau, dan zou dat de potentiële groei in de regio met 1% verhogen. Als tegelijk ook de productiviteit toeneemt, zal de oogst nog groter zijn. Het vooruitzicht op dergelijke baten moet voor de Europese regeringen toch een voldoende motief vormen om in 2002 naarstig verder te gaan met hervormingen.Pam WoodallDe auteur is associate editor van The Economist.[2002]De productiviteit in Europa zal tijdens het komende decennium met rasse schreden vooruitgaan.