Een Aziatische rederij had als scheepsagent een filiaal uit een Antwerpse groep. Een scheepsagentuur verzorgt voor een rederij alles wat komt kijken bij schepen die een haven aandoen. Het is een activiteit waarbij de werknemers vaak exclusief voor één reder werken. De reder heeft altijd contact met één of twee werknemers van de agentuur. De anderen doen de administratieve verwerking. Vroeger, in het precomputertijdperk, was dat heel wat, vandaag een pak minder. Veel agenturen hebben dan ook een mix van jonge werknemers die de kar trekken en ouderen die instaan voor de administratie.
...

Een Aziatische rederij had als scheepsagent een filiaal uit een Antwerpse groep. Een scheepsagentuur verzorgt voor een rederij alles wat komt kijken bij schepen die een haven aandoen. Het is een activiteit waarbij de werknemers vaak exclusief voor één reder werken. De reder heeft altijd contact met één of twee werknemers van de agentuur. De anderen doen de administratieve verwerking. Vroeger, in het precomputertijdperk, was dat heel wat, vandaag een pak minder. Veel agenturen hebben dan ook een mix van jonge werknemers die de kar trekken en ouderen die instaan voor de administratie. Zo is dat ook het geval bij onze Antwerpse scheepsagent. Op 8 augustus 2001 laat de Aziatische rederij weten dat ze de scheepsagentuur, na de opzeggingsperiode, stopzet per 8 november. De reder vertrouwt de agentuur toe aan een filiaal van een Franse vennootschap. Dat filiaal wordt opgericht op 5 oktober 2001. Drie werknemers van de Antwerpse agentuur sturen één dag eerder, op 4 oktober, hun opzeggingsbrief en treden in dienst van de nieuwe agentuur. Dit is geen toeval. In de rederijwereld wordt de concurrentie op het scherp van de snee gespeeld. De Aziatische reder wil de diensten van de scheepsagentuur goedkoper geleverd krijgen en is niet langer bereid de zware overhead te betalen. Er wordt dus een nieuwe maatschappij opgericht die alleen de jonge - goedkopere én productievere - krachten overneemt. De duurdere overhead blijft bij het bedrijf dat jarenlang de agentuur heeft verzorgd. Een erg vervelende situatie voor die laatste. Ten eerste is de Antwerpse agentuur haar klant kwijt, ten tweede vertrekken drie van haar beste werknemers, ten derde blijft ze zitten met een minder productieve groep, wat de prijs voor haar andere klanten minder competitief maakt. Meteen wordt ook het risico op eenzelfde scenario bij een andere reder groter. Het is niet de eerste scheepsagentuur die het overkomt. Maar ook andere sectoren, zoals de verzekeringsmarkt, zouden wel eens geconfronteerd kunnen worden met dit fenomeen. Het gaat om sectoren waar de werknemers exclusief voor één klant werken en waar het opstarten van een nieuw bedrijf snel en makkelijk gaat. Voor een scheepsagent volstaat een computer, een internetaansluiting, een gsm en een fax. Een verzekeringsmakelaar heeft niet veel meer nodig. Joris Van Camp is advocaat-vennoot bij Vervaeke & Co, een kleine Antwerpse associatie die zich gespecialiseerd heeft in arbeidsrecht. De onfortuinlijke Antwerpse scheepsagent is daar klant. "In een situatie waarbij werknemers klanten benaderen en afwerven voor zichzelf of een derde, zal de werkgever vaak overgaan tot ontslag, al dan niet om dringende reden," legt Van Camp uit. "Maar wij adviseren soms een andere oplossing. Je kan pleiten dat het om een overdracht van een gedeelte van de onderneming gaat. In dat geval verplicht de CAO 32bis de overnemer alle mensen die exclusief voor die activiteit werken, over te nemen met al hun rechten en plichten. De overnemer kan dus niet alleen de jonge werknemers eruit pikken, hij moet ook de duurdere, oudere werknemers meenemen."Het is een originele manier om de CAO 32bis (zie kader: Wat bepaalt CAO 32bis?) te gebruiken. Normaal dient die om de rechten van werknemers te beschermen bij de overdracht van een activiteit. Maar in dit geval kan de werkgever zich erop beroepen. De Antwerpse scheepsagent die zich benadeeld voelde door het verlies van de agentuur voor de Aziatische reder, waagde de gok en stapte naar de arbeidsrechtbank. Maar de agent was wat gulzig en probeerde veertien werknemers te laten overnemen, onder hen enkele beschermde werknemers. Volgens de rechters was dit echter geen overdracht op basis van CAO 32bis, onder meer omdat de scheepsagent niet duidelijk kon aanwijzen welke werknemers exclusief voor de overgedragen activiteit werkten. Ook bij twee andere cliënten heeft het kantoor van Joris Van Camp een dergelijke toepassing van CAO 32bis gesuggereerd. Een ging er niet op in, de tweede wel. In dat laatste geval werden enkele jonge krachten weggehaald door het nieuwe bedrijf en het administratieve personeel bleef achter bij het oude. Het kwam echter niet tot een rechtszaak. De twee scheepsagenten - de oude en de nieuwe - en de reder gingen samen aan tafel zitten en bereikten een minnelijke schikking. De overnemer nam nog extra personeel over en de opzegvergoeding van degenen die geen van beide bedrijven nog wilde, werd gedeeld. Biedt het klassieke niet-concurrentiebeding dan geen betere oplossing? Bij die regeling mag een werknemer die ontslag neemt, binnen een bepaalde periode geen soortgelijke activiteit uitoefenen. "Zo'n beding kan je niet altijd helpen," merkt Joris Van Camp op. "Het is immers aan strikte voorwaarden onderworpen en is onder meer alleen van toepassing boven een bepaald loon. Het is ook alleen geldig als de werknemer zelf ontslag neemt."En het verbod om je werkgever oneerlijk te beconcurreren? "Dat geldt wel steeds en voor iedereen," zegt Van Camp. "Maar het is moeilijk hard te maken. Daarom is de CAO 32bis soms een interessante manier om je als werkgever te verdedigen tegen de concurrentie. En in een sector als de scheepsagenturen is de grootste concurrent vaak je eigen werknemer."Guido Muelenaer"Je grootste concurrent is vaak je eigen werknemer."