De ministers van Financiën van de vijftien lidstaten van de Europese Unie (EU) en de Europese Commissie hebben een punt gezet achter een van de langste saga's van de EU. Dat gebeurde op 21 januari, tijdens een lunch die zeven uur duurde. In de uitgestrekte eetzaal van het gebouw van de Europese Raad in Brussel - waar de drank bleef vloeien lang nadat de gerechten van de tafels verdwenen waren - hebben de ministers een probleem opgelost dat sinds 1989 verdeeldheid zaaide onder de regeringen.
...

De ministers van Financiën van de vijftien lidstaten van de Europese Unie (EU) en de Europese Commissie hebben een punt gezet achter een van de langste saga's van de EU. Dat gebeurde op 21 januari, tijdens een lunch die zeven uur duurde. In de uitgestrekte eetzaal van het gebouw van de Europese Raad in Brussel - waar de drank bleef vloeien lang nadat de gerechten van de tafels verdwenen waren - hebben de ministers een probleem opgelost dat sinds 1989 verdeeldheid zaaide onder de regeringen. Het ging meer bepaald om het vermogen van de EU om ten strijde te trekken tegen fiscale fraude en er tegelijk voor te zorgen dat de burger een rechtvaardige belasting betaalt, waar hij zijn spaargeld ook investeert. De omvang van dat probleem wordt meteen duidelijk als men weet dat bijvoorbeeld de Duitse ingezetenen alleen al meer dan 300 miljard euro aan spaargeld ondergebracht hebben in fiscaal gastvrije landen.De basisvoorwaarde voor het akkoord was het doorbreken van de weerstand van België, Luxemburg en Oostenrijk, drie landen die over gewichtige banksystemen beschikken. De drie dissidente lidstaten hadden al het recht gekregen om een bronbelasting te heffen in plaats van informatie te moeten uitwisselen over de spaargelden van niet-ingezetenen, een systeem waarbij de andere twaalf landen zich wel hebben aangesloten. De taks - die tegen 2010 geleidelijk zal opklimmen naar 35% - moet hen in staat stellen om hun bankgeheim te vrijwaren.Zoals altijd bij Europese onderhandelingen kon België ertoe overgehaald worden om zijn positie te milderen in ruil voor een toegeving op een heel ander gebied: het behoud van een controversiële fiscale constructie (de coördinatiecentra) voor een termijn van vijf jaar. Maar Oostenrijk en Luxemburg hebben tot het laatste ogenblik weerstand geboden om meer uit de brand te slepen. Ze werden daarin gesterkt door het principe dat elke beslissing unaniem moet genomen worden. Het minuscule Groothertogdom - dat slechts 440.000 inwoners telt maar over hetzelfde vetorecht beschikt als de veertien andere landen - toonde zich het koppigst. Niet zonder reden: het land haalt zo'n 40% van zijn bruto binnenlands product uit financiële diensten. De andere regeringen konden daarom bitter weinig bieden in ruil voor zijn akkoord over de fiscaliteit van het spaargeld.De belangrijkste punten van het compromis zijn: Twaalf landen van de EU gaan vanaf 1 januari 2004 informatie uitwisselen over het spaargeld van niet-ingezetenen. België, Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland zullen een bronbelasting heffen van 15% in de periode 2004-2006, 20% in 2007-2010 en 35% vanaf 2010. Soortgelijke overeenkomsten zullen gelden voor andere fiscale offshoreparadijzen zoals Liechtenstein, Monaco, Andorra en San Marino. Het akkoord laat toe dat landen die een bronbelasting heffen hun bankgeheim kunnen bewaren. België, Luxemburg en Oostenrijk zullen pas informatie gaan uitwisselen wanneer de EU unaniem vaststelt dat Zwitserland en Amerika de Oeso-regels over de uitwisseling van informatie nakomen.