Verzekeraars hebben al betere tijden gekend: de beursbel die is uiteengespat, de aanslagen van 11 september 2001, de overstromingen eind 2002... De nachtmerries blijven de sector achtervolgen. Het is zelfs zover gekomen dat sommige klanten zich afvragen of hun levensverzekering wel op de vervaldag zal worden uitbetaald. Het gaat immers om aanzienlijke sommen: de Belgische verzekeraars beheren ongeveer 77 miljard euro reserves.
...

Verzekeraars hebben al betere tijden gekend: de beursbel die is uiteengespat, de aanslagen van 11 september 2001, de overstromingen eind 2002... De nachtmerries blijven de sector achtervolgen. Het is zelfs zover gekomen dat sommige klanten zich afvragen of hun levensverzekering wel op de vervaldag zal worden uitbetaald. Het gaat immers om aanzienlijke sommen: de Belgische verzekeraars beheren ongeveer 77 miljard euro reserves. Wat nu volgt, is geen alleenstaand geval: Allianz (het moederbedrijf van AGF Belgium) maakt zich klaar om 5 miljard euro vers kapitaal in te zamelen om de kas te spekken, die in 2002 gebukt ging onder een verlies van 1,2 miljard euro. Vorig jaar schreef de nummer 1 van de Europese verzekeringen nog een obligatielening uit van 3,5 miljard euro. De in Duitsland gevestigde onderneming moet niet alleen de spons vegen over de kosten voor de overname van de Dresdner Bank, ze moet ook de aanzienlijke ontwaarding van haar aandelenportefeuille opvangen, een ontwaarding die in 2002 opliep tot 5,5 miljard euro en tijdens de eerste drie maanden van dit jaar al 750 miljoen euro bedroeg. Dat er in een zo miezerige context toch nog geld wordt ingezameld, toont goed aan hoe hoog de nood wel is. Allianz vormt geen alleenstaand geval. De terugval van de aandelen heeft de eigen middelen van de meeste verzekeraars aangetast. "Op minder dan een jaar tijd zijn de ondernemingen overgeschakeld van een overschot naar een schrijnend tekort aan middelen," getuigen de verantwoordelijken van de Beroepsvereniging der Verzekeringsondernemingen (BVVO). Inzake solvabiliteit is de toestand zo ernstig geworden dat de controleautoriteit, namelijk de Controledienst voor de Verzekeringen (CDV), een strikter controleplan op de rentabiliteit van de producten en de solvabiliteit van de maatschappijen heeft ingevoerd. Bij de levensverzekeringen "is het beheer van het financiële risico het cruciale punt," zegt de BVVO, "Daarbij gaat de aandacht vooral naar het evenwicht tussen de opbrengst van de beleggingen en de verplichtingen die werden aangegaan middels contracten die voor 1 januari 1999 werden gesloten tegen de stevige rentevoet van 4,75 % en die op dit ogenblik in de portefeuilles van de maatschappijen het leeuwendeel uitmaken." Concreet: driekwart van de levensverzekeringscontracten garanderen (levenslang!) een rendement van 4,75 %, terwijl obligaties op tien jaar slechts 4 % opbrengen. "De daling van de interesten dreigt een van de belangrijkste problemen van 2003 te worden," waarschuwt de beroepsvereniging. Nog een jaar van economische en financiële stagnatie en de toestand wordt ronduit catastrofaal. De verzekeraars moeten hun verliezen wegwerken om hun contractuele verplichtingen te kunnen nakomen. Het bedrag van de geïnde premies stijgt weliswaar, maar dat is niet voldoende. Iedere keer dat een verplichting wordt aangegaan, moet die worden gedekt door een voldoende financiële provisie. Er zijn dus enorme reserves nodig, vooral omdat ook de kosten gedekt en de aandeelhouders vergoed moeten worden en er tegelijk rekening moet worden gehouden met de stijgende levensverwachting. Als een verzekeraar een rente van 4 % aanbiedt en de obligatiemarkt levert een rendement van 3 % op, dan moet, om 104 euro te kunnen uitkeren, een minimaal bedrag van 150 euro opzij worden gehouden. Om de druk wat van de ketel te halen, bieden de maatschappijen tegenwoordig een interest aan van 3,25 % op hun nieuwe contracten. De maatschappijen die het stevigst in de schoenen staan, zoals Allianz of Swiss Life, kunnen de kaap ronden door een beroep te doen op de markt, door leningen aan te gaan of door activa te verkopen. Andere, zoals Winterthur, een filiaal van Crédit Suisse, profiteren van het feit dat ze tot een grote groep behoren om kredietlijnen of vers kapitaal te bekomen. Nog andere, zoals Fortis, kunnen terugvallen op hun bankactiviteiten om de storm door te komen. Maar kleine, geïsoleerde verzekeraars die een agressieve commerciële politiek hebben moeten voeren om vaste voet te krijgen, dreigen in het slechtste geval de pijp aan Maarten te moeten geven. Voor levensverzekeringen bestaat er echter geen garantiefonds dat de klanten vergoedt van wie de maatschappij over de kop is gegaan. "Dat zou veel te duur uitkomen en kapitalen blokkeren," luidt de verantwoording van François de Clippele, woordvoerder van de BVVO. Conclusie: bij een faillissement worden de verzekerden gewoon bevoorrechte schuldeisers en zullen zij als eerste worden vergoed door de vereffenaar. Een magere troost. Betekent dat nu dat de contracten voor (individuele of groeps-) levensverzekeringen in gevaar zijn? "Algemeen gezien," zegt Bruno du Bus, chef-analist bij Puilaetco, "is het Belgische systeem niet al te zeer uit evenwicht geraakt omdat de maatschappijen een voorzichtig investeringsbeleid volgen. Sommige onder hen hebben niettemin te kampen met problemen in verband met de oudere contracten." De verzekeraars zijn niet de enige die onder de toestand lijden. De pensioenfondsen (een vermogen van ongeveer 11 miljard euro; van de 250 zijn er 100 tot 150 actief) houden de adem in en kijken angstvallig uit naar de minste schommeling van de beursindexen. Een gedeeltelijke enquête (op fondsen van meer dan 4 miljard euro) die aan het begin van het jaar werd uitgevoerd door de Belgische Vereniging van Pensioenfondsen (BVPF) wijst op een daling van het gewogen gemiddelde van de rendementen met 12 % op een jaar tijd. Op het eerste gezicht is dat een indrukwekkend cijfer, maar het wijst wel op de voorzichtigheid die door de Belgen aan de dag gelegd wordt, aangezien de representatieve beursindexen in 2002 een daling van bijna 34 % kenden (een kwart voor de Bel20). Niettemin komt die vermindering bovenop de terugval van 5,1 % die al in 2001 werd opgetekend. Komen de pensioenverplichtingen die ten opzichte van de deelnemers moeten worden nagekomen nu in gevaar? Die verplichtingen gelden alleen binnen het regime van de 'vaste prestaties' (hieronder valt 60 % van de contracten), met name de verbintenis om bij pensionering een gegarandeerd minimumbedrag of een percentage van de laatste jaarwedde uit te keren. In dat geval moet het pensioenfonds erover waken dat de verhouding tussen de beurswaarde van zijn vermogen en de waarde van de pensioenverplichtingen minstens gelijk is aan 100 %. Drie jaar geleden bedroeg dat dekkingspercentage nog 160 %, nu ligt het gemiddeld eerder op 120 %, wat meteen ook wil zeggen dat sommige fondsen beduidend onder de 100 % liggen. De pensioenfondsen investeren traditioneel meer in aandelen dan de verzekeringsmaatschappijen. In 2001 was hun vermogen als volgt gespreid: 50 % aandelen, 40 % obligaties en de rest in vastgoed of liquiditeiten. De verzekeraars beleggen vooral in Belgische obligaties en vastgoed. Hun aandelenpercentage beperkt zich op dit ogenblik doorgaans tot 10 à 20 %. "Je moet zien hoe de verplichtingen zich aandienen," wikt Hugo Clemeur, secretaris-generaal van de BVPF. "Als het grootste deel van de prestaties op korte termijn moet worden geleverd, dan moet je voorzichtig zijn. Maar als er nog twintig of veertig jaar voor de boeg liggen, kun je je permitteren om iets agressiever te werk te gaan. De meeste verbintenissen van de pensioenfondsen stijgen op zeer lange termijn in waarde, in tegenstelling tot die van de verzekeraars." Wat gebeurt er nu wanneer de financieringsgraad van een fonds onder de 100 % duikt, zoals dat volgens de analisten bij Puilaetco het geval is bij Fortis (500 miljoen euro) en Interbrew (300 miljoen euro)? "De contractueel overeengekomen prestaties in rente of kapitaal blijven gegarandeerd," verzekert Hugo Clemeur ons, "wat ook de beursresultaten zijn. De Controledienst voor de Verzekeringen legt dan aan het fonds, en uiteindelijk dus aan de werkgever, op om het financieringsniveau geleidelijk op te trekken over een periode die tot vijf jaar kan lopen." De toestand is minder rooskleurig voor de pensioenplannen van het type 'vaste bijdragen': de werkgever en de aangeslotene storten een deel van de wedde in het fonds dat, normaal gezien, verplicht is een minimumrendement te bieden. De spaaropbrengsten hangen in dat geval grotendeels af van de schommelingen op de beurs. Als u dit jaar met pensioen gaat, dan doet u er goed aan het kapitaal nog wat opzij te laten staan totdat de financiële markten weer wat meer kleur gekregen hebben. Als we de professionals mogen geloven, zijn we in België nog ver verwijderd van de situatie in Amerika of Nederland. In landen waar de staat nog slechts een minimumpensioen uitkeert en waar privé-pensioenplannen een veel doorslaggevender rol spelen, is de toestand bepaald ernstig. In oktober 2002 meldde de Nederlandse controledienst voor de verzekeringen dat bijna een derde van de 900 Nederlandse pensioenfondsen onvoldoende gedekt was. Eind februari luidde de zakenbank Merrill Lynch de alarmbel: 384 ondernemingen vertoonden gezamenlijk een gat van 184 miljard dollar in hun pensioenplannen. De toestand is vooral kritiek voor ondernemingen die aanzienlijk hebben afgeslankt en waar het aantal gepensioneerde werknemers groter is geworden dan het aantal actievelingen. Dat is onder meer het geval bij General Motors (met een half miljoen gepensioneerden of drie keer het aantal actieve werknemers), dat opkijkt tegen een tekort van 7,7 miljard dollar. De autoconstructeur schat dat de kostprijs voor de pensioenen de prijs van elke auto met 1400 dollar opstuwt... en grotendeels zijn winst wegschraapt. GM is geen unicum. Ook Ford kondigde een gat van 6,2 miljard euro aan en IBM moest 3,95 miljard dollar in zijn pensioenfonds injecteren. In Europa dreigde het ratingbureau Standard & Poor's er in februari mee om de ratings van een dozijn grote groepen naar beneden te halen als ze het probleem van de financiering van hun pensioenfondsen niet zouden aanpakken. Zo werden er knipperlichten geplaatst bij onder meer de bandenfabrikant Michelin, de staalproducent Arcelor, Rolls-Royce en ThyssenKrupp. De Britse telecomoperator BT heeft intussen besloten om elk jaar 200 miljoen pond bij te storten om een put te dempen die hij op 1,6 miljard pond schat, maar die volgens de analisten bijna 4 miljard pond bedraagt. "Als de zaken op die manier ontaarden, dan kan dat wegen op de evolutie van de markten en de Belgische pensioenfondsen pijn doen," zegt Bruno du Bus. Hoe dan wel? "Er bestaat wel degelijk een domino-effect als bijvoorbeeld Ford Motor aandelen of obligaties uitgeeft die door een heleboel Belgische fondsen in portefeuille genomen wordt."Of hoe door de globalisering de Amerikaanse pensioenen een invloed uitoefenen op de Belgische! Kleine, geïsoleerde verzekeraars, die een agressieve commerciële politiek hebben moeten voeren om vaste voet te krijgen, dreigen over de kop te gaan.Nog een jaar van economische en financiële stagnatie en de toestand wordt ronduit catastrofaal voor de levensverzekeringscontracten.General Motors schat dat de kostprijs voor de pensioenen de prijs van elke auto die van de band loopt met 1400 dollar opstuwt.