Uiteraard kan u ervan uitgaan dat wijze mensen grote verantwoordelijkheden dragen. Zij zullen het wel weten. Ministers, hoogleraren, presidenten, directeuren, senatoren. Maar er zijn soms ministers die niet bepaald de indruk geven dat ze de problemen echt kunnen aanpakken. Senatoren - wijze mensen - durven af en toe vreemde dingen zeggen. Daarvoor hoeven ze nog niets eens van 'rechtswege' senator te zijn, maar dat helpt wel, vooral als ze toevallig een journalist voor zich staan hebben. Er zijn zelfs presidenten die het ons vlak in het gezicht zeggen: ja, ik was misschien een heel klein beetje verkeerd, daarom ga ik nu meer van hetzelfde doen. Toch zal ik mijn visie niet veranderen rond deze oorlog, nog wat meer troepen aub. Als mijn vrouw en mijn hond de laatsten zijn die nog denken zoals ik, toch zal ik niet van mening veranderen.
...

Uiteraard kan u ervan uitgaan dat wijze mensen grote verantwoordelijkheden dragen. Zij zullen het wel weten. Ministers, hoogleraren, presidenten, directeuren, senatoren. Maar er zijn soms ministers die niet bepaald de indruk geven dat ze de problemen echt kunnen aanpakken. Senatoren - wijze mensen - durven af en toe vreemde dingen zeggen. Daarvoor hoeven ze nog niets eens van 'rechtswege' senator te zijn, maar dat helpt wel, vooral als ze toevallig een journalist voor zich staan hebben. Er zijn zelfs presidenten die het ons vlak in het gezicht zeggen: ja, ik was misschien een heel klein beetje verkeerd, daarom ga ik nu meer van hetzelfde doen. Toch zal ik mijn visie niet veranderen rond deze oorlog, nog wat meer troepen aub. Als mijn vrouw en mijn hond de laatsten zijn die nog denken zoals ik, toch zal ik niet van mening veranderen. Gelukkig zijn er de hoogleraren. Als ik echter eens flink om mij heen kijk, leer ik snel mijn mond te houden. Ook zij lijken hoe langer hoe minder het antwoord te kennen op de belangrijkste vragen. Dan blijven er nog de directeurs. Onder hun leiding worden die raketten gebouwd die ontploffen bij de start, worden er met veel fanfare producten gelanceerd waarvan er maar een op de tien echt lukken en megafusies voorbereid die iedereen armer lijken te maken. Toen Laurence Peter een jongen was, werd hem voorgehouden dat zij die boven hem stonden, wel wisten wat ze deden. Maar Laurence ontdekte al op school dat er een hele reeks incompetenten rondliepen. Die incompetenten stonden steevast hoog op de hiërarchische ladder. Zo bleek de voornaamste zorg van het schoolhoofd dat alle zonneweringen net even hoog werden opgetrokken en dat er niemand door de rozenperken liep. De inspectie was vooral geïnteresseerd in het tijdig invullen van alle formulieren. Het enige wat blijkbaar niet telde, was de kwaliteit van het lesgeven. Geen monopolie op incompetentie. Aanvankelijk dacht Laurence dat dit een zwak punt was dat toevallig en uitsluitend te maken had met zijn school. Toen hij solliciteerde en een hele reeks formulieren nauwkeurig invulde en persoonlijk ging afgeven, kreeg hij die enkele weken later aangetekend teruggestuurd, met in de begeleidende brief de opmerking dat zijn sollicitatie niet geldig was, want de documenten moesten aangetekend worden toegestuurd. Ondertussen was de termijn uiteraard verstreken. Laurence Peter: "Ik begon te vermoeden dat onze plaatselijke school niet het monopolie had op incompetentie." Vanaf dat moment begon zijn speurtocht naar het wezen van de incompetentie. Die speurtocht heeft hem wereldberoemd gemaakt. Zijn medeauteur Raymond Hull beschrijft hoe een hospitaalschip van binnen met loodverf werd beschilderd, waardoor alle patiënten stierven. Hull koopt metaalzagen die bij het eerste gebruik stukgaan, bureaulampen waarvan de schakelaar systematisch stuk is. Hij vertelt hoe hij verhuist, allerlei diensten waarschuwt, maar nog steeds de post op het oude adres krijgt. Dan ontmoet hij Laurence Peter, die ondertussen in het onderwijssysteem is opgeklommen tot professor Peter, gespecialiseerd in pedagogiek. Goed gezien. Peter heeft goed geobserveerd. In een kleuterschool wordt de beste kleuterjuf directrice. Ze spreekt haar gewezen collega's toe alsof het kleutertjes zijn. De school heeft een steengoede kleuterjuf verloren en een barslechte directrice gekregen. De dame is gepromoveerd tot haar niveau van incompetentie. Vanaf nu kan alles slecht beginnen te lopen in de school. Zo verliezen vele bedrijven schitterende verkopers door ze te promoveren tot verkoopleider. Ze houden er enkel een slechte verkoopleider aan over en nu kan de hele verkoopploeg beginnen te knoeien. Ben je toevallig toch een goede verkoopleider? Dan word je weldra gepromoveerd tot verkoopdirecteur. Dan kan je de hele verkoopafdeling naar de vaantjes managen. Dat is de essentie van het Peterprincipe: in een hiërarchisch systeem wordt iedereen zo lang gepromoveerd tot hij zijn niveau van incompetentie heeft bereikt. Dan pas blijf je op je stoel zitten. Zo geraken onze organisaties vroeg of laat enkel nog bevolkt door mensen die hun niveau van incompetentie hebben bereikt. De anderen? Die doen het echte werk. Ze wachten enkel nog op een volgende (fatale) promotie. Het bedriegersprincipe. Het Peterprincipe wordt vaak verward met het impostor- of bedriegersprincipe. Dit is het gevoel dat vele managers hebben dat zij wel weten dat ze hun job niet aankunnen, dat ze nog steeds het kleine jongetje of meisje van vroeger zijn, en dat de anderen dat nog niet weten, maar weldra zullen ontdekken. Bij het impostorfenomeen zeg je over jezelf dat je incompetent bent, bij het Peterprincipe zeggen anderen dat over jou. Eerlijk gezegd, dan verkies ik nog het tweede, dan leef je tenminste nog in de gelukzalige overtuiging dat de dingen onder jouw leiding goed lopen. Of is zoiets stellen het ultieme bewijs dat ik al heel lang geleden Laurence Peters principe op bezoek heb gekregen? De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.beMarc Buelens