Unilever België heeft op het eerste gezicht veel weg van een oefening in kaalslag. In 1990 telde het bedrijf nog negen productiefilialen in België. Anno 2005 zijn er twee over: Lipton in Vorst en Mora in Mol. Aan de top vonden bovendien nogal wat wissels plaats. De topmannen Jules Noten en Walter Gelens zochten andere oorden, respectievelijk bij de producent van verlichting Massive en Belgacom.
...

Unilever België heeft op het eerste gezicht veel weg van een oefening in kaalslag. In 1990 telde het bedrijf nog negen productiefilialen in België. Anno 2005 zijn er twee over: Lipton in Vorst en Mora in Mol. Aan de top vonden bovendien nogal wat wissels plaats. De topmannen Jules Noten en Walter Gelens zochten andere oorden, respectievelijk bij de producent van verlichting Massive en Belgacom. Een ramp? Helemaal niet. Vooreerst is er de balans van de BVBA Unilever Belgium. De omzet klom van 2001 naar 2003 met 10,3 % (naar 701,169 miljoen euro). Het bedrijfsresultaat katapulteerde zelfs met 109,4 % (naar 60,7 miljoen euro). Alleen de cashflow daalde met 12,6 % (naar 51 miljoen euro). De liquiditeit lijkt op het eerste gezicht erg zwak, maar de schulden op maximaal één jaar ten aanzien van verbonden ondernemingen zijn in hoofdzaak financiële investeringen in zusterbedrijven. Unilever België slaagde er in 2004 in om 96 % van de omzet met de leidende merken te draaien. In 2003 was dat nog 93 %. Op dat gebied blijkt de Belgische tak een van de betere leerlingen. Helaas bleef de omzetontwikkeling achter. In 2004 realiseerde Unilever België een (voorlopige) omzet van 741,3 miljoen euro. In 2003 was dat nog 772,1 miljoen. Een daling van 4 %. "De jongste jaren hebben we altijd een omzetstijging gekend," zegt Catherine Thieltgen, woordvoerster van Unilever België. De daling in 2004 schrijft ze onder meer toe aan de slechte zomer, die de ijsverkoop nadelig beïnvloed heeft (maar de verkoop van ice tea niet). De diepvriesafdeling en de non-food (vooral was- en schoonmaakmiddelen) draaiden ook minder goed. Becel deed het dankzij de pro-activ-lijn (gelanceerd in 2000) goed: een stijging met 10 %. Merken als Knorr en Dove groeiden eveneens. De wissels aan de top heten in een multinational normaal. En de daling van de fabrieken van negen naar twee is evenmin een ramp. De bedrijven werden verkocht en de werknemers behielden grotendeels hun statuut. Zelfs de vakbonden weten dat Unilever tot de betere betalers behoort. Bovendien behoorden de afgestoten filialen niet meer bij de strategie De weg naar groei. Neem nu Molco in Aartselaar, dat verkocht werd aan het Nederlandse voedingsconcern CSM. Molco was uitgegroeid tot een belangrijk centrum in expertise rond ingrediënten voor bakkerijen. De blijvers Lipton en Mora doen het goed. Lipton is een Belgisch succesverhaal in de groep. De productie van thee in andere filialen ging dicht en werd naar Vorst overgeheveld. De Belgische theeverwerkers blijken immers de beste werkers binnen de groep. Mora, de producent van snacks en ander lekkers in de frituur, is eveneens winstgevend.