Het is 2021, maar het voelt alsof het 2024 is: het jaar dat de volgende verkiezingen voor alle bestuursniveaus plaatsvinden, inclusief het federale. De kleurrijke Vivaldi-coalitie ruikt naar een pre-electoraal opbod. De voorzitters van de regeringspartijen lanceren in de media plannen, terwijl de vakminister die nog moet voorleggen. Die minister lanceert plannen als waren ze een verkiezingspamflet van de eigen partij. Daarop fulmineren de voorzitters van de andere partijen. Ziedaar het scenario met de pensioenen. Deze week wordt duidelijk of de arbeidsmarkt een beter lot wacht.
...

Het is 2021, maar het voelt alsof het 2024 is: het jaar dat de volgende verkiezingen voor alle bestuursniveaus plaatsvinden, inclusief het federale. De kleurrijke Vivaldi-coalitie ruikt naar een pre-electoraal opbod. De voorzitters van de regeringspartijen lanceren in de media plannen, terwijl de vakminister die nog moet voorleggen. Die minister lanceert plannen als waren ze een verkiezingspamflet van de eigen partij. Daarop fulmineren de voorzitters van de andere partijen. Ziedaar het scenario met de pensioenen. Deze week wordt duidelijk of de arbeidsmarkt een beter lot wacht. Het zoveelste rondje pensioensurrealisme legt de vinger op de zere plek van de Belgische bestuurscultuur, of van het ontbreken daarvan. Dat begint met de vaststelling dat deze regering nog over een pensioenhervorming moet beslissen, terwijl alle babyboomers al ouder zijn dan 55 jaar. Alle generatiepacten, pensioencommissies en vergrijzingscommissies ten spijt, komt België nog altijd niet aan hervormen toe, terwijl de al zo lang voorspelde vergrijzing intussen een realiteit is en zal blijven, met ettelijke miljarden ongedekte meerkosten, elk jaar opnieuw, tot in 2050. Collectief falen en collectief plichtsverzuim. Vervolgens is er de tekst van het federale regeerakkoord. Die is op alle fronten vaag en open, behalve de beloften voor meeruitgaven in de pensioenen, inclusief hogere lonen, hogere minima en hogere boni. Over de staatshuishouding, over de structureel deficitaire sociale zekerheid, over de riemen studies met voldragen recepten voor pensioenduurzaamheid valt geen woord. Er is alleen de wensdroom van een werkzaamheidsgraad van 80 procent, nu de dooddoener voor iedereen die cadeaus wil uitdelen en de rekening wil afwimpelen. Verbijsterende onverantwoordelijkheid. Er is de schokkende hardnekkigheid waarmee het pensioendebat elke legislatuur vanaf nul wordt overgedaan, alsof er geen enkel voortschrijdend inzicht is. Niet alleen blijven de beslissingen uit, we ondermijnen ook eerdere beslissingen en recycleren telkens een zombie-ideologie die dood maar niet begraven is. Deze keer wordt de verhoogde pensioenleeftijd onrechtstreeks verlaagd en staat de rechtszekerheid van de pensioenkapitalisatie op de helling. Pensioennegationisme dat langer werken uitsluit en betaalbaarheid als loutere politieke wil afdoet, blijft terugkeren, alle monstertekorten in de begroting ten spijt. Hallucinante onkunde. Er is de manifeste onwil om federaal een beleid te voeren dat een lijm van redelijkheid en billijkheid toedient aan de wankelende en uitrafelende constructie die België heet. Als een minister haar portefeuille gebruikt voor een extravaganza die haaks staat op de economische en demografische realiteit in Vlaanderen, als de kostprijs daarvan vooral door datzelfde Vlaanderen moet worden getorst, als de moederpartij daarmee haar kiespubliek in Wallonië kan blijven subsidiëren, dan wordt de sociale zekerheid de splijtzwam van België. Koppige bestuursmyopie die via lippendienst aan Waals extreemlinks het bedje spreidt voor Vlaams-nationalistisch rechts. Er is het nonchalante dedain voor wetenschappelijke evidentie en beleidsexpertise. Over het minimumloon, de pensioenbonussen, de kapitalisatie, het deeltijds pensioen en zoveel andere zaken bestaan studies die de impact ervan inschatten. Van alle manipulaties van de pensioenvoorwaarden kan perfect het budgettaire plaatje worden berekend. Maar dat alles is van geen tel voor een politiek bedrijf dat klaarblijkelijk niet bestuurt voor de werkelijkheid en het algemeen belang, maar voor de symboliek en de achterban. Perverse politieke cultuur. Ik weet niet of Vivaldi 2024 haalt. Maar als er niet snel een einde komt aan de stuitende bestuurschaos, komt er misschien toch beter een einde aan de regering.