De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Een van de vrijstellingen waarin het BTW-wetboek voorziet, is die voor uitvoerende artiesten. Dat zijn acteurs, muzikanten, zangers enzovoort die diensten presteren voor filmproducenten, platenbazen, organisatoren van concerten en toneelstukken enzovoort. Wanneer een zanger optreedt in opdracht van een concertorganisator, hoeft hij dus geen BTW aan te rekenen. Vennootschap. Als een uitvoerend artiest een vennootschap heeft, is het niet de man of vrouw van vlees en bloed die de prestaties levert, maar wel zijn of haar vennootschap. Het zingen of acteren gebeurt weliswaar door de natuurlijke persoon, maar die doet dat in naam en voor rekening van zijn vennootschap. De vraag is dan of de BTW-vrijstelling ook van toepassing is op een vennootschap van uitvoerende artiesten. Tot ver in de jaren negentig werd die vraag bevestigend beantwoord. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen artiesten die optreden in hun hoedanigheid van natuurlijke persoon, en artiesten die gebruikmaken van de vennootschapsvorm. Eind jaren negentig kwam daar plots verandering in. De BTW-administratie liet weten dat de BTW-vrijstelling voortaan beperkt zou worden tot uitvoerende artiesten die individueel optreden in hun hoedanigheid van natuurlijke persoon. Dat leidde tot een storm van protest. Hekel. Artiesten hebben net als landbouwers een bloedhekel aan de papierwinkel die de toepassing van de BTW meebrengt. Vandaar dat voor de landbouwers een forfaitair belastingstelsel is uitgedacht, en dat de meeste uitvoerende artiesten zich prima thuis voelden in hun statuut van vrijgestelde belastingplichtigen. Geen formaliteiten, geen BTW om aan te rekenen of door te storten, alleen maar kunst en niets dan de kunst. Die gelukzalige toestand dreigde nu voor velen verloren te gaan. Een aantal artiesten vreesde bovendien voor een financieel nadeel. De BTW zou hun prestaties duurder maken (wat minstens in een aantal gevallen slechts schijn is, aangezien BTW-plichtigen de door henzelf betaalde BTW kunnen terugkrijgen). Het protest kon niet baten. De aangekondigde hervorming werd op 1 april 1998 doorgevoerd. De vrees voor het financiële nadeel werd getemperd omdat de prestaties werden onderworpen aan het verlaagde tarief van 6 %. Bovendien nam de BTW-administratie enkele begeleidende maatregelen. Zo werd de BTW-vrijstelling toch nog aanvaard voor uitvoerende artiesten die niet individueel optreden, maar in de vorm van een feitelijke vereniging (zonder rechtspersoonlijkheid). Ook voor een aantal VZW's werd een oplossing gevonden (door ze onder te brengen bij een andere vrijstellingsregeling). Maar voor de uitvoerende artiesten die optreden in de vorm van een gewone vennootschap (BVBA, NV...) was er geen ontkomen meer aan. Zij werden met ingang van 1 april 1998 aan BTW onderworpen. Onderscheid. Nu, ongeveer acht jaar later, worden ze weer uit het BTW-stelsel gehaald. Onder invloed van Europese rechtspraak heeft de BTW-administratie ingezien dat ze - wat de vrijstelling van uitvoerende artiesten betreft - geen onderscheid mag maken tussen natuurlijke personen en vennootschappen. De vrijstelling moet op dezelfde wijze voor beide categorieën worden toegepast. Goed nieuws dus voor de vele uitvoerende artiesten en vennootschappen die gedurende de voorbije jaren tegen heug en meug in het BTW-circus hebben meegedraaid. Vanaf 1 januari 2006 zijn ze weer vrijgesteld van BTW. Maar de kans is niet gering dat nogal wat uitvoerende artiesten en vennootschappen helemaal geen zin hebben om uit de BTW-boot te stappen. Eerst wilden ze er niet in, maar nu ze er de voordelen van kennen, willen ze er niet meer uit. De BTW-plicht impliceert immers niet alleen dat je BTW moet aanrekenen. BTW-plichtigen hebben het voordeel dat ze betaalde BTW kunnen terugkrijgen. De BTW op hun uitgaven is geen kostenpost meer. Voordeel. Uitvoerende artiesten die vandaag onder toepassing van de BTW vallen, hebben al lang begrepen dat ze dankzij de BTW minstens in een aantal gevallen meer kunnen overhouden dan zonder BTW. Zeker als de opdrachtgever zelf BTW-plichtig is (waardoor hij geen moeite heeft om bovenop de prijs BTW te betalen, aangezien hij die op zijn beurt kan terugkrijgen). En soms zelfs als de opdrachtgever zelf niet BTW-plichtig is. De BTW op de prestaties van een uitvoerend artiest bedraagt slechts 6 %, terwijl de BTW die hij zelf moet betalen (aan zijn boekhouder, de softwareverkoper...) meestal 21 % bedraagt. Het nadeel van de 6 % BTW die hij moet afdragen aan de schatkist, wordt snel ingehaald door het voordeel dat hij 21 % BTW kan terugkrijgen op de kosten die hij maakt. Hoe hoger de kosten, hoe sneller het nadeel een voordeel wordt. Verplichting. Niet weinig uitvoerende artiesten en vennootschappen zullen dus met lede ogen aanzien hoe zij het voordeel van de BTW begin 2006 weer verliezen. Een uitweg is er niet. Want net zoals de BTW-plicht is de vrijstelling geen mogelijkheid maar een verplichting. Jan Van DyckDe BTW biedt in sommige gevallen meer voor- dan nadeel.