F eestsalade leest de verpakking. Met de niet meteen zeer Bourgondische ingrediënten tempé en zeewier. "Onze feestsalade vervangt de klassieke zeevruchtensalade, en heeft een heel hoge voedingswaarde," probeert Eric Dewilde, zaakvoerder van de NV De Hobbit te overtuigen. "Maar we hebben inderdaad geen echt productengamma voor de eindejaarsfeesten. December is geen goede maand voor de vegetariër, die dan zelfs kalkoen durft te eten. Maar januari is dan weer elk jaar opnieuw onze beste maand. Op aanraden van de huisarts gaan mensen dan gezonder eten, na het grote feest."
...

F eestsalade leest de verpakking. Met de niet meteen zeer Bourgondische ingrediënten tempé en zeewier. "Onze feestsalade vervangt de klassieke zeevruchtensalade, en heeft een heel hoge voedingswaarde," probeert Eric Dewilde, zaakvoerder van de NV De Hobbit te overtuigen. "Maar we hebben inderdaad geen echt productengamma voor de eindejaarsfeesten. December is geen goede maand voor de vegetariër, die dan zelfs kalkoen durft te eten. Maar januari is dan weer elk jaar opnieuw onze beste maand. Op aanraden van de huisarts gaan mensen dan gezonder eten, na het grote feest." Toch heeft Eric Dewilde, één van de pioniers in de productie van vegetarische vleesvervangers, reden te over om eind 1999 volop te feesten. De dioxinecrisis gaf zijn KMO, de grootste onafhankelijke Vlaamse producent van gerechten op basis van vleesvervangers, een meer dan krachtige stimulans. "In juni werkten we zeven dagen op zeven. Je at toen óf biologisch-vegetarisch, óf niets. We hadden onze productie wel kunnen vertwintigvoudigen. Maar ook vandaag kennen we nog steeds een blijvende groei van 15%. De consument evolueert naar een 60%-vegetariër. Niet bruusk, maar geleidelijk aan zoekt hij vleesvervangers." Die stijgende vraag betekent ook dat De Hobbit de kinderschoenen ontgroeit. De KMO uit Maldegem leverde tot voor kort alleen aan een netwerk van 300 natuurvoedingswinkels. Voortaan wordt ook de grootdistributie bediend, met voorop Alvo en Match. "Het kleinschalige, marginale zal verdwijnen. Het geitenwollensokkentype wordt matuur," beseft Eric Dewilde. Hoewel Eric Dewilde zijn omzetcijfers angstvallig geheim houdt, oogt De Hobbit gezond, met in 1998 77% eigen vermogen. Maar groeien moet met vreemd geld. "De Hobbit komt in een stroomversnelling. Om de groei te volgen, hebben we kapitaal nodig."Dat kapitaalkomt verrassend genoeg van de broers Dossche, ervaren entrepreneurs in de agro-industrie. Filip (44), Peter (40) en Frederik (37j.), kochten eind september De Hobbit voor de volle 100%. "De eerste contacten met Eric Dewilde ontstonden in maart, lang voor de dioxinecrisis," herinnert zich Frederik Dossche. "We voelden meteen dat De Hobbit iets was voor ons. Biologisch-vegetarische producten vormen immers een economische groeisector. Ook wij streven naar kwaliteitsvoedsel vanuit een vegetarische overtuiging. Die roots moeten we in stand houden. Want we stappen zeker niet in de biologisch-vegetarische markt met de bedoeling om meteen de hele sector op te kopen. Dat is onze stijl niet." De overname door de broers Dossche zorgde in het wereldje van de natuurvoeding wel voor de nodige opwinding. De familie heeft immers een naam als een klok in de agro-industrie. Overgrootvader Ivo startte rond de eeuwwisseling als eenvoudige boer in Nevele, maar vader Daniel en oom Irené bouwden Dossche uit tot een voedingsconglomeraat met in 1997 een omzet van 13 miljard frank. Het concern omvat veevoeder, maalderijen, bakkerijen, huisdierenvoeding, restaurants en de bereiding van kant-en-klare maaltijden. Maar wanneer oom Irené in 1995 sterft, ontstaan familiale conflicten. De knoop wordt in oktober 1998 ontward. Anne, Jacques en Marie-Ange, de drie kinderen van Irené, stichten de holding Dossche Invest, en kopen hun broer Bernard en de familietak van Daniel Dossche uit. Frederik, Filip en Peter stappen dus uit het voedingsconglomeraat. "Eigenlijk wilden we er niet uit, maar we deden het in het belang van de 1300 werknemers," zegt Frederik Dossche. "Rentenieren was nooit een doel. De eerste weken moesten we bekomen, daarna zijn we op zoek gegaan naar uitdagingen." Het eerste bedrijf is nu binnengehaald. Opnieuw in de sector waarin de drie broers de nodige expertise vergaarden. Maar Eric Dewilde blijft de zaak mee leiden tot in augustus van het millenniumjaar. Hij zal het trio wegwijs maken in de filosofie en de voedingstechnologie van het vegetarisme. De klinisch scheikundige van opleiding is immers sinds 1984 actief in het marktsegment.In de jaren zeventig leerde hij als ontwikkelingshelper in Suriname de vleesvervanger tempé kennen. Terug in België, begon hij in een achterkamertje van zijn natuurwinkel in Eeklo met de ontwikkeling van het product. Al in 1987 werd verhuisd naar het industrieterrein van Maldegem. Inmiddels is tempé aangevuld met de andere vleesvervangers seitan en tofoe. Naast de verkoop als basisproduct, omvat het gamma veertig afgeleide producten: pastei, salades (broccoli, hawaï, witloof), burgers, worsten, bereide gerechten.Onder de merknaam De Hobbit - verwijzend naar figuren uit de werken van Tolkien - worden de producten verdeeld in 300 natuurvoedingswinkels in België. Een derde van het voedsel wordt geëxporteerd: naar Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, en Nederland. Nieuw op de marktis een specifiek merk voor de warenhuizen: Bio Cuisine. Na een proefperiode van zes maanden, wordt het definitief bij Match geïntroduceerd. Het gaat om biologisch-vegetarische kant-en-klare maaltijden: chili non carne, vol au tempé, en nog seitan op Vlaamse wijze, waarbij het traditionele konijn wordt ingeruild voor de vleesvervanger. "Bio Cuisine brengt vernieuwing. Mijn vader en oom stelden dat je steeds moet groeien door creativiteit. Jarenlang was de productie van voedsel grootschalig en industrieel. Nu gaan we duidelijk de andere kant uit. Er is een grote vraag naar vegetarisch-biologische goederen," vindt Frederik Dossche. Een bewering die wordt gestaafd door voorlopige cijfers, zes maanden na het uitbreken van de dioxinecrisis. Naredi, de vereniging van natuurvoedingswinkels, ziet zijn omzet klimmen van 2,8 miljard frank in 1998, naar 5,1 miljard frank aan de vooravond van het millenniumjaar. Bijna een verdubbeling. Grootgrutter Delhaize, een voortrekker in de introductie van vegetarisch en biologisch voedsel in het warenhuis, gewaagt ronduit van een verdubbelde omzet voor dat marktsegment. De vraag naar bioproducten in verse voeding stijgt in 1999 met 84%, de droge voeding (koffie, koekjes) verdubbelt. "Binnen de babyvoeding zijn de biologische producten zelfs goed voor een marktaandeel van 10%," duidt Hilde Van Neste, die bij Delhaize verantwoordelijk is voor de biowaar. "De totale omzet binnen de voeding bedraagt slechts één procent. Dat lijkt marginaal, maar het is een sterk groeiende markt." WOLFGANG RIEPL