Compagnie des Alpes werd in 1989 opgericht om skioorden te exploiteren. De groep is eigenaar van elf skigebieden -- waaronder de wereldvermaarde Franse stations van La Plagne, Tignes, Les Arcs, Méribel, Val d'Isère en Avoriaz -- en ze heeft een minderheidsbelang in vier andere oorden. Sinds 2001 kwam daar een tweede dimensie bij: pretparken. Compagnie des Alpes heeft er zestien, waarvan het doorgaans meerderheidsaandeelhouder is. Drie bevinden zich in ons land: Walibi Belgium en Aqualibi Belgium (beide in Waver) en Bellewaerde (Ieper). Onlangs stapte de groep in de internationale ontwi...

Compagnie des Alpes werd in 1989 opgericht om skioorden te exploiteren. De groep is eigenaar van elf skigebieden -- waaronder de wereldvermaarde Franse stations van La Plagne, Tignes, Les Arcs, Méribel, Val d'Isère en Avoriaz -- en ze heeft een minderheidsbelang in vier andere oorden. Sinds 2001 kwam daar een tweede dimensie bij: pretparken. Compagnie des Alpes heeft er zestien, waarvan het doorgaans meerderheidsaandeelhouder is. Drie bevinden zich in ons land: Walibi Belgium en Aqualibi Belgium (beide in Waver) en Bellewaerde (Ieper). Onlangs stapte de groep in de internationale ontwikkeling van de Grévin-wassenbeeldenmusea. Behalve in Parijs zijn er geopend in Montréal en Praag. Dit jaar gaat er een open in Seoel. Compagnie des Alpes had lange tijd een groeiprofiel. Dat was de voorbije jaren niet meer het geval. Het aantal bezoekers aan de skistations stijgt niet meer. Bovendien zijn de klimatologische omstandigheden door de opwarming van de aarde veel grilliger dan voorheen. Soms ligt er weinig of geen sneeuw in de stations, andere keren valt er in korte tijd te veel sneeuw, zodat er lawinegevaar is. De pretparken lijden vooral onder het lage consumentenvertrouwen in West-Europa. Het aantal bezoekers daalt en de uitgaven tijdens het bezoek aan de parken nemen af. Het voorbije boekjaar 2013-2014, dat eindigde op 30 september, heeft wel aangetoond dat aan de rendabiliteit wordt gewerkt. Het management heeft een strategische denkoefening gemaakt, waarbij het de focus weer legt op rendabele groei. Net voor Kerstmis raakte bekend dat de bedrijfswinst (ebit) was geklommen met 23,1 procent tot 60,7 miljoen euro, ondanks de beperkte omzetgroei van 2,2 procent tot 693 miljoen euro. Het nettoresultaat maakte een spectaculaire sprong van 1,9 naar 25,4 miljoen euro (1,05 euro per aandeel), al zaten er in het vorige boekjaar 20,3 miljoen euro aan eenmalige waardeverminderingen. Vorig boekjaar werd het dividend geschrapt. Maar door de betere resultaten in het afgelopen boekjaar kan er weer een dividend van 0,35 euro per aandeel af voor het boekjaar 2013-2014 (2,3 % brutorendement). Het werk aan de kosten van de pretparken begint dus vruchten af te werpen. Maar daarmee is de grote ommekeer nog niet gerealiseerd en blijft het aandeel een zware achterblijver. Over de afgelopen drie jaar bracht het maar liefst 41 procent minder op dan de CAC40-index. Het aandeel noteert tegen een zeer lage waardering: 0,5 keer de boekwaarde en 4 keer de verhouding tussen de ondernemingswaarde (ev) en de bedrijfskasstroom (ebitda). De verwachte koers-winstverhouding van 13 weerspiegelt vooral de lage winstgevendheid. Maar de eerste stap in de richting van het herstel van de rendabiliteit is gezet. De hervatting van de dividenduitkering is een vertrouwenwekkend signaal. Een sterk koersherstel zagen we nog niet, maar dat kan er dit jaar wel komen bij een verdere verbetering van de resultaten. Het aandeel is daarom koopwaardig. DANNY REWEGHS