December 2012. De Britse kranten bulken van het sombere economische nieuws. In zijn herfstverklaring voor het parlement heeft premier David Cameron onlangs zware besparingen tot in 2018 in het vooruitzicht gesteld. Van dat pessimisme is niets te merken in de Jaguar-fabriek in Castle Bromwich. Dat is opmerkelijk, want in 2010 hingen er donkere wolken boven de site. De nieuwe eigenaar van Jaguar Land Rover, het Indiase conglomeraat Tata, wilde ze sluiten en de productie concentreren in de fabrieken in Solihull en Halewood. Maar dat is niet gebeurd. De vestiging in Castle Bromwich, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog Spitfires werden gebouwd, zindert van de activiteit. Heftrucks die onderdelen aanvoeren die just in time zijn geleverd, staan in de nauwe gangen in de file. De werknemers aan de assemblageband hebben lachende en optimistische gezichten.
...

December 2012. De Britse kranten bulken van het sombere economische nieuws. In zijn herfstverklaring voor het parlement heeft premier David Cameron onlangs zware besparingen tot in 2018 in het vooruitzicht gesteld. Van dat pessimisme is niets te merken in de Jaguar-fabriek in Castle Bromwich. Dat is opmerkelijk, want in 2010 hingen er donkere wolken boven de site. De nieuwe eigenaar van Jaguar Land Rover, het Indiase conglomeraat Tata, wilde ze sluiten en de productie concentreren in de fabrieken in Solihull en Halewood. Maar dat is niet gebeurd. De vestiging in Castle Bromwich, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog Spitfires werden gebouwd, zindert van de activiteit. Heftrucks die onderdelen aanvoeren die just in time zijn geleverd, staan in de nauwe gangen in de file. De werknemers aan de assemblageband hebben lachende en optimistische gezichten. "We hebben vandaag één belangrijk probleem: we moeten onze onstuimige groei beheren", zegt Grant McPherson, de operationeel directeur van Castle Bromwich. Sinds Tata in 2008 Jaguar Land Rover heeft overgenomen, heeft de Indiase groep jaarlijks gemiddeld 1,24 miljard euro geïnvesteerd in de drie Britse fabrieken. Ook in 2012 en 2013 wordt nog eens 2,48 miljard euro geïnjecteerd. Jaguar Land Rover zoekt op korte termijn maar liefst 4000 werknemers, want het bedrijf groeit spectaculair, met dit jaar een verwachte productie van ongeveer 300.000 wagens. Volgens de verwachtingen zou dat aantal tegen 2016 klimmen naar 640.000. Voor de toeleveraars zou dat elk jaar nog eens 6,2 miljard euro extra omzet opleveren. In de jaren vijftig was het Verenigd Koninkrijk nog de belangrijkste autoproducent ter wereld, na de Verenigde Staten. Maar in de jaren zeventig en tachtig ging het bergaf. De hele Britse auto-industrie werd genationaliseerd onder de koepel British Leyland. Het leidde tot slecht management, aanhoudende stakingen en een zwakke kwaliteit. De laatste grote sluiting was die van de Peugeot-fabriek in Ryton in 2006, die 2300 banen kostte. De productie verhuisde naar Slowakije. Zeven jaar geleden werd de Britse auto-industrie nog voor dood verklaard, maar de voorbije jaren is ze aan een ongelooflijke renaissance begonnen. Jaguar Land Rover is daar het vlaggenschip van, maar het is niet het enige voorbeeld. General Motors bouwt de nieuwe Opel Astra in Ellesmere Port, wat 700 nieuwe banen oplevert. BMW maakt zijn succeswagen Mini enkel in het Verenigd Koninkrijk, vorig jaar goed voor bijna 200.000 stuks. In 2011 werden voor 7,44 miljard euro investeringen aangekondigd. Ook Honda, Nissan en Toyota maakten ambitieuze plannen bekend. En Rolls-Royce, een dochter van BMW, beleefde in 2011 met 3538 verkochte wagens het beste jaar uit zijn 107-jarige geschiedenis. Het is een van de best bewaarde geheimen van de auto-industrie, maar het Verenigd Koninkrijk is na Duitsland de belangrijkste producent van premiummerken ter wereld. Voor het eerst sinds 1976 boekte de auto-industrie dit jaar een overschot op de Britse handelsbalans. Een mix van factoren heeft geleid tot die boom. Na de uitbraak van de financiële crisis in 2008 heeft de Britse regering weer volop ingezet op de industrie. De autosector werd de speerpunt van die nieuwe ontwikkeling -- naast de ruimtevaart, want het Verenigd Koninkrijk is ook een van de grootste ruimtevaartproducenten ter wereld. "Je moet in de eerste plaats de wil hebben om eraan te werken. De Britse overheid heeft samen met de autoproducenten een duidelijk plan uitgetekend", vindt Jean-Marc Gales, de CEO van Clepa, de Europese vereniging van toeleveraars voor de auto-industrie. Dat gebeurde via de Automotive Council, die in 2009 werd opgericht. Het plan werd gekoppeld aan een autovriendelijk beleid. Autorijden mocht weer, maar het moest wel milieuvriendelijker gebeuren. Sinds 2007 heeft de overheid 161 miljoen euro uitgetrokken voor milieuvriendelijke technologie in de auto-industrie. Investeringen in onderzoek en ontwikkeling mochten fiscaal voor 225 procent worden ingebracht. Wie 1,24 miljoen euro investeert, heeft dus recht op een belastingaftrek van 2,8 miljoen euro. Voor toeleveraars die financiële moeilijkheden hebben, verstrekte de overheid 155 miljoen euro aan goedkope leningen. En de Britse regering trok jaarlijks ook nog eens 744 miljoen euro uit voor leercontracten. De aandacht voor leercontracten is duidelijk geënt op het Duitse model. De overheid betaalt voortaan 60 procent van de vergoeding voor leerlingen die een baan in een onderneming combineren met de school; de onderneming betaalt 40 procent van het loon. Het systeem bestond al in het Verenigd Koninkrijk, maar met het afkalven van de industrie in de jaren tachtig en negentig was die traditie verdwenen. De overheidsplannen zijn bijzonder ambitieus: het doel is 200.000 leercontracten voor de auto-industrie te halen vanaf 2015, en 1 miljoen voor de hele industrie. In de Jaguar-fabriek in Castle Bromwich werken 300 jongeren met een leercontract. Het Verenigd Koninkrijk ziet ook het aantal ingenieurs groeien, van 20.631 in 2007 tot 23.907 in 2011. Volgens een recente studie van KPMG over de Britse auto-industrie heeft het Verenigd Koninkrijk na de Verenigde Staten de meeste topuniversiteiten die zich bezighouden met onderzoek en ontwikkeling. Maar subsidies en een beter technisch onderwijs verklaren maar gedeeltelijk het succes van de Britse auto-industrie. De werknemers zijn ook flexibeler geworden. Ze kunnen worden ingeschakeld in de drie fabrieken van Jaguar Land Rover. Ook zaterdagwerk is geen probleem. Ze krijgen daarvoor wel 150 procent van hun loon uitbetaald. In Ellesmere Port gingen de werknemers van General Motors nog verder om de nieuwe Astra binnen te halen. Vanaf 2013 geldt een twee jaar durende loonstop. Nieuwkomers werken tegen 70 procent van het loon van de gewone werknemers; pas na vijf jaar krijgen ze hetzelfde loon. Werknemers werken extra uren voor hetzelfde loon bij een sterke vraag en minder als de markt krimpt. De fabriek is 51 weken per jaar open. De Britse lonen verbleken bij de Belgische. Met 23,20 euro per uur behoren ze tot de laagste van West-Europa. België is na Denemarken het duurst met 38 euro. Bovendien is het Verenigd Koninkrijk volgens cijfers van Eurostat het productiefste land van West-Europa, na Duitsland. Hoeft de sluiting van Ford Genk dan nog te verbazen?WOLFGANG RIEPL IN BIRMINGHAMSubsidies en een beter technisch onderwijs verklaren maar gedeeltelijk het succes van de Britse auto-industrie. De werknemers zijn ook flexibeler geworden.