Onze bedrijven worden steeds milieubewuster, zo blijkt uit een enquête van Trends. Zes op de tien vinden de milieureglementering terecht en nodig. Terwijl een vijfde er zelfs een opportuniteit in ziet om zich te onderscheiden van de concurrentie. Het legioen diehard-tegenstanders, dat het nog altijd vooral een beperking op het ondernemen vindt, is in Vlaanderen gekrompen tot één op vijf, in het zuiden van het land zelfs tot één op tien.
...

Onze bedrijven worden steeds milieubewuster, zo blijkt uit een enquête van Trends. Zes op de tien vinden de milieureglementering terecht en nodig. Terwijl een vijfde er zelfs een opportuniteit in ziet om zich te onderscheiden van de concurrentie. Het legioen diehard-tegenstanders, dat het nog altijd vooral een beperking op het ondernemen vindt, is in Vlaanderen gekrompen tot één op vijf, in het zuiden van het land zelfs tot één op tien. Die positieve ingesteldheid uit zich ook in harde valuta. De jongste vijf jaar heeft de helft van onze Belgische bedrijven geïnvesteerd in milieuvoorzieningen. Niet helemaal onlogisch - wegens meer mogelijkheden op dat vlak - leverden vooral industriële bedrijven (70,2 %) inspanningen, maar ook de diensten- (41,3 %) en transportsector (46,9 %) lieten zich niet onbetuigd. In 9,1 % van de gevallen werd meer dan 250.000 euro gespendeerd. In lijn met de omzet van onze respondenten (zie kader Wie deed mee?) gaven de meesten bescheidener bedragen uit: 44,4 % telde minder dan 50.000 euro neer en nog eens een vijfde (21,2 %) tussen de 50.000 en de 100.000 euro. Telkens bijna zes op de tien (57,8 %) van de ondernemingen die investeerden, pompten geld in een betere recyclage van grondstoffen of producten en namen energiebesparende maatregelen (zie tabel). Opvallend is het verschil tussen de sectoren. 70,9 % van de industriële bedrijven heeft geld besteed aan meer recyclage, terwijl bij de dienstensector energiebesparing met 61,8 % het overduidelijke nummer één is. Overigens geldt datzelfde voor de Franstalige respondenten, terwijl bij de Nederlandstaligen recyclage nipt het nummer één is, maar voor het overige beperken de communautaire verschillen zich tot een iets grotere populariteit van groenschermen boven de taalgrens. Bijna zeven op de tien bedrijven heeft voor zijn investeringen geen subsidies gekregen, een klein kwart (22,9 %) wel en 7,3 % wist het niet. Of wilde het niet zeggen. Ook hier lopen de industriële bedrijven voorop, met 27,2 % gesubsidieerde ondernemingen. Een meerderheid, variërend van 55 tot 63 % van degenen die een beroep deden op overheidssteun, vindt de procedures redelijk. Maar terwijl er telkens een flink derde is dat meent dat ze te lang duren en te complex zijn, en er amper 'positivo's' zijn, lijkt het erop dat de prijs van de procedure wel snor zit. Er zijn immers ongeveer evenveel respondenten die ze ofwel te duur, ofwel goedkoop beoordelen. Ook opvallend, ruim vier op de tien van de ondernemingen die geen subsidies kregen, heeft niet eens onderzocht of ze in aanmerking kwamen. Een blik op de toekomst? In de komende twee jaar wil 56,8 % van de bedrijven nog extra milieugerelateerde investeringen doen. Bij de industriële bedrijven is dat zelfs 64 %, of net geen twee derde. Energiebesparing is het absolute nummer één: net geen zeven op tien van de investerende bedrijven vermeldt het. En dat zal minister Hilde Crevits (CD&V) zeker plezier doen (zie interview p. 46. "Het budget voor energie? Peanuts"). Een verrassende tweede is alternatieve energie, waar 55,2 % geld in wil pompen, terwijl toch nog altijd een kwart heil ziet in recyclage. Wellicht duidt dit ook op een tendens, want heel wat bedrijven zijn al redelijk vergevorderd in het hergebruik van hun grondstoffen of producten. Met de hoge energieprijzen krijgen ze tegelijk een extra duwtje in de rug om ook daar de mogelijkheden te verkennen. Bij die zoektocht is vooral de zon populair. Net geen vier op de tien respondenten wil de komende twee jaar meer gebruik maken van zonne-energie. Wind (10,1 %), water (7 %) en biomassa (4 %) zijn veel minder populair, al houdt een kleine 40 % zich bij die drie alternatieven nog op de vlakte. Van degenen die al met alternatieve energie bezig zijn, zegt slechts 4,3 % hiervoor subsidies te ontvangen. Bijna allemaal (4,1 %) maken ze stroom die op het net wordt gezet en ruim 80 % daarvan krijgt daarvoor ook groenestroomcertificaten. Een goede helft van de respondenten die er alsnog werk van willen maken, is ook zinnens subsidies aan te vragen. En ruim een derde wil ook meestappen in het systeem van de groenestroomcertificaten. Ten slotte peilden we ook naar de impact van de dure energieprijzen. Dat geeft een vrij evenwichtig beeld. Op de kostprijs van het eindproduct is de impact volgens de grootste groep (36,9 %) redelijk, terwijl 19 % er nauwelijks impact van ondervindt en 15,7 % ze als 'zwaar' bestempelt. De extremen - totaal geen impact en erg zwaar - gaan op voor telkens zowat 7 % van onze ondernemingen. Er is echter een grote uitzondering. In de transportsector beoordeelt maar liefst 40,6 % de invloed van de energie op de kostprijs als erg zwaar en nog eens 22 % als zwaar. Niet verwonderlijk dat volgens 56,3 % van de transporteurs de energieprijzen hun concurrentieprijs in gevaar brengt, terwijl dat opgaat voor 'slechts' 31,6 % van de industriële bedrijven en 17,2 % van de dienstverlenende ondernemingen. Gemiddeld schatten ruim zes op tien dat er geen gevolgen zijn voor de concurrentiepositie, maar 23,7 % oordeelt van wel. Dat is voor minister van Energie Paul Magnette (PS) en zijn collega's ongetwijfeld een duw in de rug bij het streven naar lagere energieprijzen. (T) Door Luc Huysmans - Illustratie Peter Lembrechts (matita.be)