De meeste Bel20-bedrijven geven in hun jaarverslag over 2005 informatie over de hoogte van de verbrekingsvergoeding indien hun CEO vroegtijdig wandelen wordt gestuurd. De diversiteit is groot. Het best af zijn Willy Duron van KBC en Didier Bellens van Belgacom. Zij hebben recht op vier jaar ontslagvergoeding. In het geval van Bellens kan het beperkt blijven tot drie jaar als het niet-concurrentiebeding niet wordt ingeroepen. Financieel is die regeling vooral voor Bellens lucratief. Hij heeft recht op een vergoeding van 7,2 miljoen euro. Het loon van Duron is niet bekendgemaakt, maar zijn ontslagvergoeding is wel gebaseerd op enkel het vaste loon, waardoor zijn vergoeding waarschijnlijk lager zal uitvallen.
...

De meeste Bel20-bedrijven geven in hun jaarverslag over 2005 informatie over de hoogte van de verbrekingsvergoeding indien hun CEO vroegtijdig wandelen wordt gestuurd. De diversiteit is groot. Het best af zijn Willy Duron van KBC en Didier Bellens van Belgacom. Zij hebben recht op vier jaar ontslagvergoeding. In het geval van Bellens kan het beperkt blijven tot drie jaar als het niet-concurrentiebeding niet wordt ingeroepen. Financieel is die regeling vooral voor Bellens lucratief. Hij heeft recht op een vergoeding van 7,2 miljoen euro. Het loon van Duron is niet bekendgemaakt, maar zijn ontslagvergoeding is wel gebaseerd op enkel het vaste loon, waardoor zijn vergoeding waarschijnlijk lager zal uitvallen. Pierre-Olivier Beckers van Delhaize en Albert Frère van GBL krijgen elk drie jaar. Martin De Prycker (Barco), Serge Fautré (Cofinimmo), Pierre Richard (Dexia), en Jean-Paul Votron (Fortis) moeten het met twee jaar stellen. Kneusje uit de klas lijkt Gérard Mestrallet te zijn. Het jaarverslag van Suez meldt dat zijn CEO bij ontslag recht heeft op geen enkele " compensation, indemnity or benefit." Het jaarverslag van InBev geeft geen informatie over de ontslagregeling. In de jaarrekening staat wel te lezen dat er in 2005 31 miljoen euro werd betaald aan ontslagvergoedingen uitgedeeld bij het vertrek van een aantal managers, onder wie CEO John Brock. Brock heeft inmiddels, een half jaar na datum, opnieuw werk gevonden. In sommige jaarverslagen wordt gezegd dat er geen specifieke contractuele bepalingen zijn voor het ontslag van de CEO. Dat klinkt positiever, maar is het helemaal niet. Als er geen afspraken vooraf gemaakt zijn, moet de zaak geregeld worden bij het ontslag zelf. In dat geval zullen de advocaten van de ontslagen CEO steeds als uitgangspunt de formule-Claeys nemen. Dat is een formule die geijkt is voor het ontslag van bedienden met een hoger loon. De formule houdt rekening met de leeftijd, de anciënniteit en het loon van de ontslagen werknemer. In het geval van onze CEO's katapulteert in de meeste gevallen het loon de opzegvergoeding naar ongekende hoogten. We berekenden voor alle CEO's de ontslagvergoeding volgens de formule- Claeys. Ook voor degenen die een beperkende contractuele afspraak hebben of voor degenen die zelfstandig zijn (en waarop de formule-Claeys daardoor niet van toepassing kan zijn). Zo heeft Roch Doliveux van UCB recht op ongeveer 5,5 jaar opzeg of 10 miljoen euro als de formule-Claeys wordt toegepast. Jean-Paul Votron (Fortis) heeft volgens de afgesproken contractuele bepalingen recht op een vergoeding van 1,5 miljoen euro. Bij de formule-Claeys zou het 21,5 miljoen euro zijn. Dat zijn astronomische bedragen. "Die sommen krijgen ze nooit voor de rechtbank," reageert Jan Van Gysegem, vennoot van advocatenkantoor Claeys & Engels. "Maar ontslagvergoedingen van CEO's halen nooit de rechtbank, ze worden altijd in der minne geregeld. Vaak gaan de CEO's echt naar huis met de vergoeding berekend volgens de formule-Claeys. Meestal wordt de looncomponent in de formule echter geplafonneerd op een 100.000 à 150.000 euro en wordt zo de opzegvergoeding berekend.""Voor sommige bedrijven is het erg moeilijk om dit soort afspraken te maken," zegt Van Gysegem. "Als je een externe topman aantrekt, is er geen probleem. Maar als de CEO uit het eigen bedrijf komt en al een lopend contract heeft, is het minder eenvoudig om een beperkende ontslagvergoeding in te schuiven. Een functiewijziging als aanleiding daarvoor nemen, is niet altijd evident."De formule-Claeys levert in ons onderzoek een gemiddelde opzegvergoeding van vijf jaar op. Met een uitschieter van acht jaar voor Gérard Mestrallet (die weliswaar volgens het jaarverslag op geen enkele uitkering mag rekenen). Een verplichte contractuele beperking tot één jaar - zoals nu door sommigen in navolging van de Nederlandse code-Tabaksblatt wordt geëist - is dus niet vanzelfsprekend. "Een wettelijke beperking enkel voor CEO's heeft weinig zin. Het zou dan ook beter zijn tot een algemene wettelijke regeling te komen voor de ontslagvergoeding van alle bedienden," vindt Jan Van Gysegem. "Nu is die er niet. De formule-Claeys is enkel een weerspiegeling van de jurisprudentie. De factor loon zou in een wettelijke regeling niet of nauwelijks mogen meespelen."Guido Muelenaer