Movetis en Ablynx staan nog niet op de beurs, maar maakten in 2006 wel een bijzonder goede beurt bij de investeerders. Beide biotechnologiebedrijven trokken vorig jaar groeigeld aan via een private placement. In 2006 kreeg Movetis - een spin-out van Johnson & Johnson - zelfs 49 miljoen euro startkapitaal bij elkaar. Ablynx - een spin-off van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie - wist 40 miljoen euro durfkapitaal aan te trekken. Daarmee bezetten ze de eerste en de vijfde plaats in de Europese ranglijst van biotechbedrijven die vorig j...

Movetis en Ablynx staan nog niet op de beurs, maar maakten in 2006 wel een bijzonder goede beurt bij de investeerders. Beide biotechnologiebedrijven trokken vorig jaar groeigeld aan via een private placement. In 2006 kreeg Movetis - een spin-out van Johnson & Johnson - zelfs 49 miljoen euro startkapitaal bij elkaar. Ablynx - een spin-off van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie - wist 40 miljoen euro durfkapitaal aan te trekken. Daarmee bezetten ze de eerste en de vijfde plaats in de Europese ranglijst van biotechbedrijven die vorig jaar goed scoorden bij de durfkapitalisten. Ook in de IPO-markt deden de Belgische biotechondernemingen het niet slecht. Oncomethylome Sciences kreeg via een beursgang 25 miljoen euro bij elkaar. Thrombogenics haalde zelfs 39 miljoen euro op. De aandacht voor de Belgische biotechsector is niet helemaal nieuw. Ook in 2005 konden Belgische ondernemingen al rekenen op meer dan gewone aandacht van de financiële markten. Zo trokken Galapagos en Devgen in 2005 met succes naar de beurs. Vorig jaar kende de productpijplijn van de Europese biotechnologiebedrijven een aangroei met 163 producten, zo leren we ook uit het nieuwe jaarrapport van Ernst & Young over de Europese biotechnologie. Dat brengt het totale aantal producten dat Europese beursgenoteerde biotechbedrijven ontwikkelen op 692. Daarnaast wachten 27 producten nog op goedkeuring. Bovendien zijn er ook nog de producten van de niet-beursgenoteerde bedrijven. Beursgenoteerde bedrijven in de geneesmiddelenindustrie hebben doorgaans een meer mature pijplijn, maar zijn slechts goed voor 9 % van de Europese biotechsector en voor 16 % van de Europese farmasector. Van de niet-beursgenoteerde bedrijven die geneesmiddelen ontwikkelen, is slechts van de helft bekend wat ze precies ontwikkelen. Toch berekenden de rapporteurs van Ernst & Young dat de Europese niet-beursgenoteerde bedrijven verantwoordelijk zijn voor nog eens 802 producten in de pijplijn. Opvallend daarbij is dat van de veertig producten die Belgische biotechbedrijven ontwikkelen er zich 23 nog in een pril stadium bevinden. Met de overige zeventien producten gebeuren al wel klinische tests. Er worden dus al mensen mee behandeld om het effect en de nevenwerkingen te bepalen. Ter vergelijking: de belangrijkste Europese biotechnatie is Groot-Brittannië. De Britten zijn goed voor een pijplijn met 397 producten, waarvan 168 nog in een pril stadium. De Belgische sector heeft dus toch nog een lange weg af te leggen. Op internationaal vlak doet Europa het niet slecht. De Verenigde Staten zetten nog steeds de toon. Daar stegen de inkomsten uit biotechnologie met 14 % tot 59 miljard dollar. De Europese sector blijft vooralsnog het kleinere broertje, maar hield vorig jaar wel hetzelfde groeiritme aan. De inkomsten uit biotechnologie stegen in Europa tot 12,23 miljard euro, 14 % meer dan een jaar eerder. R.B.