Private bankers en vermogensbeheerders hadden het de voorbije jaren niet onder de markt. Beleggers die in 2001 intekenden op aandelen, hebben nog niets verdiend. "De koers van France Télécom staat nog altijd 90 procent lager dan in 2001", geeft Jan De Coninck, CEO van Société Générale Private Banking, een sprekend voorbeeld. Ook de obligatiemarkt had af te rekenen met een hoge volatiliteit. Probeer in die omstandigheden maar eens rendement te leveren voor vermogende klanten.
...

Private bankers en vermogensbeheerders hadden het de voorbije jaren niet onder de markt. Beleggers die in 2001 intekenden op aandelen, hebben nog niets verdiend. "De koers van France Télécom staat nog altijd 90 procent lager dan in 2001", geeft Jan De Coninck, CEO van Société Générale Private Banking, een sprekend voorbeeld. Ook de obligatiemarkt had af te rekenen met een hoge volatiliteit. Probeer in die omstandigheden maar eens rendement te leveren voor vermogende klanten. Wat een contrast met de hoogconjunctuur tussen 1982 en 2001, een symfonie van stijgende koersen en beurzen. In België was die opstoot onder meer te danken aan de wet-Cooreman-De Clercq, die beleggen op de beurs fiscaal interessant maakte, maar ook aan de groei van het pensioensparen en de explosie van beleggingsfondsen. Niet toevallig kwamen private banking en vermogensbeheer in ons land tot volle wasdom. "We kregen ook te maken met de eerste generatie van ondernemers die hun bedrijf verkochten. Ze waren in een klap vermogend en vroegen een andere behandeling. Zo heeft private banking zich ontwikkeld", vertelt De Coninck. Aan het einde van de jaren negentig leken de bomen tot in de hemel te groeien. Elke beursintroductie stond garant voor stijgende koersen. Het besef dat het om risicokapitaal ging, verdween als sneeuw voor de zon. Banken lanceerden massaal collectieve beleggingsfondsen, discre-tionair beheer werd speculatiever, de discrepantie tussen rendement en risico onhoudbaar. De markt stortte in en sinds 2001 zit de belegger in een cyclus gekenmerkt door neergang en hoge volatiliteit. "Risicokapitaal is het voorbije decennium onvoldoende beloond", bevestigt Fritz Mertens, partner en directielid van Petercam. "Gekoppeld aan de volatiliteit van de markten en de vele macro-economische onzekerheden zorgde dat voor een grote risicoaversie bij de klanten. Op den duur was hun enige zorg het behoud van het kapitaal, terwijl dat eigenlijk het behoud van de reële koopkracht zou moeten zijn." "De risicoaversie blijft groot", zegt Yves Van Laecke, directeur private banking & asset management van Delta Lloyd Bank. "Maar je merkt het begin van een mentaliteitswijziging. Tot zes maanden geleden stond alles in het teken van de be-scherming van het vermogen. De voorbije maanden stelden we vast dat beleggers op zoek gaan naar opportuniteiten. Er is weer oog voor risico-investeringen." Dat komt volgens Mertens omdat de klanten inzien dat het spaarboekje geen bescherming biedt tegen de inflatie en gelijk staat met koopkrachtverlies. Tegelijk realiseren ze zich, sinds de eurocrisis, dat risicovrije activa niet langer bestaan. "Mensen zeggen dat ze tevreden zijn met een rendement van 1 tot 2 procentpunten boven inflatie, maar dat kan je niet halen zonder bepaalde risico's te nemen." Volgens Peter Ampe, chief investment officer van Société Générale Private Banking België, is het beste recept voor succes nog altijd een flexibele en gediversifieerde portefeuille. "Vanuit een beschermingsreflex kochten de beleggers de voorbije jaren vooral obligaties en goud. Ons advies is de beleggingen zo veel mogelijk te spreiden over activaklassen, sectoren en regio's, maar voorzichtig te zijn met te hoge waarderingen." "De basis van een conservatieve portefeuille is opgebouwd uit vastgoedfondsen, kwaliteitsobligaties, cash en goud", vertelt Filip Verstreken, regionaal directeur beheer van Petercam. "Goud zit bij ons in zowat alle portefeuilles, als een verzekering tegen slechte tijden. Ook de dollar beschouwen wij als een vluchthaven zolang de problemen van Europa aanslepen." "Maar veiligheid is zeer duur. Je levert fors aan rendement in", gaat Mertens voort. "Daarom wijzen we klanten erop dat aandelen van Europese kwaliteitsbedrijven die internationaal opereren goedkoop noteren. De balansen en de cashposities van bedrijven zijn veel beter dan tien jaar geleden. Er is nog koudwatervrees bij de beleggers. De meesten zitten nog in risk offmodus. Maar er zijn koopjes. Wie een paar jaar geleden AB InBev kocht, heeft het zich niet beklaagd. En de Franse oliegroep Total keert een dividend uit waarvan het rendement twee keer zo hoog ligt als zijn obligatiecoupon." Is er weer appetijt voor aandelen? Ampe nuanceert. "Een aantal mensen keert terug naar de beurs. Zij hebben het gevoel dat de beveiliging van de eurozone, in principe, aanvaard is en breed gedragen wordt. Van massale aankopen is geen sprake, ik zou eerder zeggen dat de verkoopdruk afneemt." Bovendien lijken aandelen misschien goedkoop, maar de belegger moet bereid zijn ze nu te kopen en eventueel nog een hele tijd bij te houden. "Wie nu aandelen koopt, haalt op termijn rendement. Dat lijdt geen twijfel. Maar hoelang die termijn duurt, is een ander paar mouwen." De grote vraag is wanneer de markt volledig uitbodemt. "Als de geschiedenis als leidraad dient, is de bodem misschien nog niet bereikt", zegt Van Laecke. "Maar we hebben wel het gevoel dat de beurs correct noteert. De voorbije jaren bleek dat de echte luchtbel zich bij de staatsobligaties situeerde. De belegger wordt er zich steeds meer van bewust dat aandelen achterbleven en helemaal niet zo duur zijn. De beurzen noteren sinds begin dit jaar met een mooie winst. Dat heeft een aanzuigeffect. Delta Lloyd is zeker niet afwijzend tegenover selectieve investeringen in kwaliteitsaandelen, ook in groeilanden als China en India." Volgens Van Laecke is het "niet zozeer zaak in een beurs of een index te beleggen, maar wel er de gezonde, goed geleide bedrijven met toekomstpotentieel uit te kiezen". Dat vindt ook Ampe. "Belangrijk is dat je als bank het tegenpartijrisico goed inschat. In aandelen geven wij de voorkeur aan dividendaandelen en bedrijven met een sterke cashflow. Maar we geloven ook in obligaties van sterke bedrijven. Ondernemingen kunnen zich gemakkelijker aan veranderende marktomstandigheden aanpassen dan landen." Om voldoende rendement te bieden, gaat Petercam actief op zoek naar hoogrenderende obligaties. "Geen junk bonds maar high yield bonds", beklemtoont Verstreken. "Die leveren je een spread van enkele procentpunten tegenover staatspapier op." Ook BNP Paribas Fortis Private Banking stelt vast dat zijn klanten het voorlopig nog meer voor obligaties dan voor aandelen hebben. "We zitten in een spreidstand tussen kapitaalbehoud en toch voldoende rendement bieden. Dit jaar zijn de rendementen van obligaties hoger dan die van aandelen. Vooral bedrijfsobligaties, high yield bonds en staatsobligaties van opkomende markten doen het goed. Maar we zijn ons bewust dat er een einde komt aan de opeenvolging van rentedalingen. Het wordt belangrijk op het juiste ogenblik obligaties af te bouwen ten voordele van aandelen. Beleggers met een langetermijnhorizon kunnen er nu al instappen, maar voor veel klanten blijft de stap naar aandelen moeilijk. Alleen dividendaandelen kunnen rekenen op interesse", zegt Stefan Van Geyt, director of investments. De opeenvolging van de dotcomcrisis, de financiële crisis en de crisis in de eurozone heeft de beleggers in grote verwarring achtergelaten. "De klant weet het ook niet meer", stelt De Coninck vast. "Enkele jaren geleden was er een trend om over te schakelen op adviserend beheer, omdat de klant het gevoel wou hebben zelf aan het stuur te zitten. Hij had geen zin meer om zijn bank carte blanche te geven. Sinds de financiële crisis zit discretionair beheer weer in de lift. De vraag naar begeleiding en een vertrouwenspersoon is fors gestegen." De klant zoekt een aanspreekpunt, een specialist, iemand die vertrouwen inboezemt. Daar zijn alle private bankers het over eens. Er is weer sprake van intensievere contacten met de klant, meer besprekingen. Specialisatie rendeert weer. "Diversificatie is de basis van alles", weet Mertens. "Maar diversificatie is vakwerk. Het impliceert expertise, een grondige kennis van markten, activa en bedrijven. Diversificatie is ook maatwerk. Iedere klant heeft zijn behoeftes. Een private banker moet in de eerste plaats luisteren, de problematiek van zijn klant analyseren en doorgronden, en oplossingen bieden. Alleen op die manier kan je een vertrouwensrelatie tot stand brengen." Maar je moet er rekening mee houden dat de pijndrempel van de klanten, na de tegenslagen van de voorbije jaren, snel bereikt is. "Onze klanten kunnen hun portefeuille op elk ogenblik online raadplegen en ontvangen maandelijks of driemaandelijks een overzicht van de evolutie van de activaklassen. Daardoor kunnen ze sneller ongerust worden als ze merken dat er eentje achteruitgaat. Diversificatie betekent ook dat als een bepaald actief in waarde daalt er andere zijn die stijgen", zegt Verstreken. Die ongerustheid komt vooral voort uit het veranderde uitgangspunt. "Vroeger kwamen mensen naar ons omdat ze een aantal beleggingen wilden doen. Nu stellen ze zich de vraag: welk vermogen heb ik nodig voor later? Hoe kan ik mijn levensstandaard behouden na mijn pensionering? Hoe kan ik mijn vermogen behouden, structureren en overdragen? Soms krijgen ze daarbij een duwtje in de rug van de volgende generatie", zegt Ampe. "De levensverwachting neemt jaar na jaar toe", zegt Mertens. "De meeste mensen willen na hun pensionering hun levenstandaard op peil houden. En ze beseffen dat de wettelijke en extralegale pensioenen daartoe niet volstaan. Daarom wordt er zo veel gespaard in België. Aan de andere kant is de markt van residentieel vastgoed de voorbije jaren fors gestegen. Dat maakt het voor de jonge generaties moeilijk is een huis te verwerven. De ouders kunnen hen daarbij helpen, maar alleen als hun spaargeld voldoende rendeert. De mensen willen zekerheid, voor zichzelf en voor hun kinderen." PATRICK CLAERHOUT