A lvaro Crespi en Patrick Lefevere zijn beiden ex-wielrenners met een diploma: de Italiaan studeerde na zijn carrière economie, de Belg is boekhouder. Lefevere werd manager na een periode als sportief verantwoordelijke bij Lotto en Mapei. Crespi leefde bij Mapei een tijdlang in Lefeveres schaduw, moest vervolgens plaats ruimen voor Giuseppe Saronni, maar werd weer door Lefevere opgevist. Lefevere heeft dus in meer dan één opzicht het pad geëffend voor zijn opvolger.
...

A lvaro Crespi en Patrick Lefevere zijn beiden ex-wielrenners met een diploma: de Italiaan studeerde na zijn carrière economie, de Belg is boekhouder. Lefevere werd manager na een periode als sportief verantwoordelijke bij Lotto en Mapei. Crespi leefde bij Mapei een tijdlang in Lefeveres schaduw, moest vervolgens plaats ruimen voor Giuseppe Saronni, maar werd weer door Lefevere opgevist. Lefevere heeft dus in meer dan één opzicht het pad geëffend voor zijn opvolger. 10.000 Zwitserse frank voor een topklassiekerLefevere zelf ruilde na de Ronde van Frankrijk 2000 World Cycling, de vennootschap boven de Mapei-Quick-Step-wielerploeg, voor Belgian Sports Promotion, de koepel boven Domo-Farmfrites. Aan Alvaro Crespi gaf Lefevere een ploeg met een brede en veelzijdige kern door. Bij Domo reikt zijn invloed verder dan de eindstreep van de wedstrijd: "In Italië regelde mevrouw Squinzi ( nvdr - de echtgenote van de Mapei-baas) alle zakelijke aspecten. Hier krijg ik de vrije hand om de merchandising rond het team uit te bouwen." Het budget van Domo-Farmfrites is precies de helft - 250 in plaats van 500 miljoen frank - van dat van Mapei-Quick-Step, dat weliswaar meer wedstrijden rijdt en dus een hoger kostenplaatje heeft. Het team van Crespi leeft vooral van sponsors: 95% van het budget. Crespi: "Het is absoluut noodzakelijk om onze inkomsten te diversifiëren, bijvoorbeeld door tv-rechten te incasseren en internetplatforms te ontwikkelen."Ook het personeelsbestand van de Domo-ploeg is kleiner: van de veertig personeelsleden - van wie 23 renners - van Belgian Sports Promotion werken er twee in de administratie. Mapei-Quick-Step heeft 41 renners, 40 mecaniciens en verzorgers, een boekhouder en vier mensen op het secretariaat in dienst. Overigens hebben de renners van beide ploegen allemaal bediendecontracten, die ongeveer 60% van het ploegbudget opslorpen.Het geld komt van de sponsors en van de wedstrijdorganisatoren, die voor een topklassieker per wedstrijd per ploeg 10.000 Zwitserse frank betalen. "Een bedrag dat amper onze kosten dekt," klaagt Lefevere. Voor Mapei houdt daar het plaatje op. "Voor goede merchandising hebben we nog niet de juiste partners gevonden," zegt Crespi. Daar heeft vooral de instelling van de Squinzi's mee te maken. Toen Mapei in het peloton kwam, was het een obscure fabrikant van industriële lijmen die naamsbekendheid zocht bij zijn potentiële klanten - bedrijven dus. De activiteiten in het wielrennen waren daarom vooral op business-to-business gericht: nog altijd maakt Mapei-Quick-Step volop gebruik van de mogelijkheden om potentiële klanten vanuit een rijdende business seat te lijmen. De manager - in casu Alvaro Crespi - moet er het budget beheren en de renners in de best mogelijke omstandigheden naar de wedstrijden loodsen. Zijn taak eindigt in principe als de laatste volgwagen de aankomst overschrijdt, of uiterlijk bij het chique diner dat op de wedstrijd volgt. De band met de eindgebruiker aanhalen, is niet de taak van de manager van Mapei, maar van de pr-afgevaardigde bij de sponsors. Al zou dat kunnen veranderen nu Quick-Step, een consumentenproduct van Unilin, zijn inbreng in de wielerploeg vergroot heeft. 75 wielershops in acht maandenDomo heeft een andere insteek: de tapijtenfabrikant zoekt niet aleen naamsbekendheid bij potentiële klanten - Lefevere richtte daarvoor de businessclub op, die gasten vanop een ereplaats de wedstrijd laat volgen en hen daarna uitgebreid mee uit eten neemt. De hoofdsponsor, het bedrijf van Jan De Clerck, wil duidelijk ook aan zijn imago bij het grote publiek sleutelen. Dus is een manager als Lefevere, die ook een merchandisingapparaat wil uitbouwen en dus rechtstreeks aan de eindgebruiker wil appelleren, van goudwaarde. In acht maanden heeft Domo-Farmfrites 75 wielershops geopend (in de JBC-kledingwinkels) waar koerskleding, casual wear en allerlei gadgets verkocht worden. Daarnaast heeft hij een Domo-Farmfrites-fanclub opgericht en een drukbezochte website opgezet. "Op termijn moeten die nevenactiviteiten ook een flinke injectie aan het ploegbudget geven," hoopt Lefevere, "zodat ze het afhaken van bijvoorbeeld een nevensponsor kunnen opvangen."Frank Demets