Zeg The Great Escape en je zegt Steve McQueen. De acteur sprong in die film met een Triumph tweecilindermotorfiets over een omheining de vrijheid tegemoet. Dat beeld gebruikt Triumph nu om de Scrambler onder de aandacht te brengen. De Scrambler is de derde in een serie van Modern Classics die Triumph sinds het begin van deze eeuw heeft uitgebracht. Men noemt de Scrambler een nieuwe kijk op de iconic bikes uit Triumph's verleden.
...

Zeg The Great Escape en je zegt Steve McQueen. De acteur sprong in die film met een Triumph tweecilindermotorfiets over een omheining de vrijheid tegemoet. Dat beeld gebruikt Triumph nu om de Scrambler onder de aandacht te brengen. De Scrambler is de derde in een serie van Modern Classics die Triumph sinds het begin van deze eeuw heeft uitgebracht. Men noemt de Scrambler een nieuwe kijk op de iconic bikes uit Triumph's verleden. De 790 cc Bonneville was de eerste uit de reeks Modern Classics. Een motorfiets die qua styling zo uit het begin van de jaren zestig kon komen. Triumph heeft geschiedenis gemaakt met de Bonnevilles in de jaren vijftig en zestig. Het waren snelle en goed sturende motoren, maar ze hadden kuren: ze trilden en lekten olie. In 1983 ging Triumph op de fles en de rijke Britse zakenman John Bloor kocht de merknaam. Hij kwam in het begin van de jaren negentig met nieuwe zware drie- en viercilinder motoren, die de vergelijking met de Japanse concurrentie konden doorstaan. Daarmee bouwde hij aan een nieuw imago voor Triumph. Pas tien jaar later durfde Triumph het aan om opnieuw aan te pikken met de geschiedenis en kwam de vernieuwde Bonneville. Die lekte geen druppel olie en trilde nagenoeg niet. Op basis van die motor kwam er in 2004 een sportieve versie: de Thruxton, genoemd naar een roemruchte Britse racebaan. Nu is er de Bonneville Scrambler, een terreinmotor met een 865 cc blok. Ook de Scrambler heeft een hoog retrogehalte. De verchroomde uitlaten zijn zoals toen langs de cilinders omhoog gebogen. Het stuur is een breed crossexemplaar en aan de onderzijde van het frame is een beschermplaat gemonteerd. De koplamp is met wat traliewerk beschermd tegen rondvliegende keien. De kilometer- en de toerenteller zijn niet digitaal, maar werken met wijzers. De choke zit ouderwets op de carburator en niet met een kabel op het stuur. De motor staat op noppenbanden. Om het plaatje af te maken, zijn er aan weerszijden motorcrossachtige wedstrijdnummerborden geschroefd. De Scrambler ziet er goed uit, maar rijdt hij ook goed? Ja, de zit is goed en met het brede stuur waan je je haast Steve McQueen in The Great Escape. Het is met de Scrambler ontspannen rijden. Je rijdt er niet op haren en snaren mee, zoals met een supersportmotor met meer dan 100 pk. De Triumph-twin levert 54 pk. Niet enorm veel, maar er is wel genoeg koppel om snel vooruit te gaan. Op de snelweg is 120 kilometer per uur goed aan te houden. De noppenbanden bieden genoeg grip op de weg. Dat is maar goed ook, want je rijdt er doorgaans mee op de verharde weg. Nadeel van de motor is wel de hoge uitlaat. Wil je je knieën tegen de tank leggen, dan raakt je been de beschermplaat. Vandaar dat je altijd wat met de knieën naar buiten zit. Ad van Poppel