Sport werd later een bedrijf en de vermarkting van de Olympische Spelen een feit. Het geld dat er vandaag met sport wordt verdiend, heeft niks meer te maken met de wedde van een ploegbaas of een accountant, het sluit aan bij de internationale marktwaarde van de speler. Geld verrot de sport. Haar beoefenaars worden kwasten die de weelde moeilijk aankunnen.
...

Sport werd later een bedrijf en de vermarkting van de Olympische Spelen een feit. Het geld dat er vandaag met sport wordt verdiend, heeft niks meer te maken met de wedde van een ploegbaas of een accountant, het sluit aan bij de internationale marktwaarde van de speler. Geld verrot de sport. Haar beoefenaars worden kwasten die de weelde moeilijk aankunnen.Dat geldt ook voor het bedrijfsleven. De veramerikanisering stimuleert de manie om in de eerste plaats CEO's te rekruteren die geld creëren. Dan kom je uit op grijpstuivers als Cor Boonstra die poen schepte bij Philips en op korte tijd tweemaal bewees een profiteur van het zuiverste water te zijn door zijn voorkennis uit te buiten bij Endemol en Ahold. Schande over hem. Hij geeft de kans aan velen om de wereld van de ondernemende creativiteit gelijk te stellen aan hebzucht. Zijn de Boonstra's doorgeslagen? Als je niet af en toe een blik werpt op hun salarissen, krijg je medelijden met de CEO's. Het zijn halfgoden die zich privé even onnozel gedragen als de topscorers van het voetbal. De groeivertraging met haar ontnuchtering is een goed moment om deze uitwassen te fileren en een fatsoenlijker soort mensen te kiezen als bedrijfsleider.Léon Leander Bekaert was vermogend, echter geen profiteur. Ernest Solvay was rijk en evenmin grijperig. Max Nokin, Paul-Emile Corbiau en René Lamy van Generale Maatschappij waren welgesteld en tegelijkertijd maatschappelijk betrokken en terughoudend. Bekaert, Solvay en de gouverneurs van de Generale gingen voor meer dan shareholder value. Bekaert inspireerde een christelijk rentmeesterschap in de ondernemingen. Solvay legde de grondslag van een wijsgerige richting en een wetenschappelijk genootschap met Nobelprijswinnaars. De gouverneurs verdedigden een gedurfd België. Fatsoenlijke bedrijfsvoering bestaat, ook vandaag. Het is terug te vinden bij Puratos (zie blz. 76). Eddy Van Belle en zijn internationale ploeg, zorgvuldig samengesteld, loven waarden als eerlijkheid, solidariteit, visie, ethiek. Het bedrijfslogo is de eenhoorn, gekozen voor zijn symboliek van zuiverheid en goed handelen. Fatsoenlijke bedrijfsvoering is terug te vinden bij ex-bankier Gust Van Put, die na zijn eeuwige inspanningen voor werknemersparticipatie in een verzamelbundel over de Vlaamse mysticus Ruusbroec verbanden bewijst tussen liefde, spiritualiteit en ondernemen. Puratos en Van Put zijn rolmodellen. Raken de extremen elkaar? Michael Hardt, de Amerikaanse co-auteur, met de Italiaanse Roodgardist Antonio Negri, van het boek Empire _ hét boek van de nieuwe contestatie _ pleit voor de liefde als politiek concept. Het communisme is voor hem een onderneming van liefde, want het bezit de structuur van gemeenschappelijkheid en de passie voor de naaste. Woorden? Geen woorden zijn de gemeenschappelijkheid en de passie van de samenwerking in een decente onderneming. Een onderneming met een vént aan de kop, geen geldklopper. Frans Crols