Voor het eerst sinds het dieptepunt eind 2011 zakte de koers van Transocean, de wereldmarktleider in de verhuur van olieboorinstallaties, onder 40 USD per aandeel. Het aandeel staat al enkele maanden onder druk, net als sectorgenoten als Seadrill en Fred OlsenEnergy. De daling is dus in de eerste plaats een sectoraal gegeven. De oorzaak is de vrees dat de dagverhuurtarieven de komende 12 tot 24 maanden onder druk staan door een verslechterende vraag- en aanbodsituatie. De vraag zal gedrukt worden, nadat verschillende oliemajors - Shell, BP, Statoil en onlangs ook Petrobras - de voorbije maanden hebben aangekondigd dat ze selectiever gaan invest...

Voor het eerst sinds het dieptepunt eind 2011 zakte de koers van Transocean, de wereldmarktleider in de verhuur van olieboorinstallaties, onder 40 USD per aandeel. Het aandeel staat al enkele maanden onder druk, net als sectorgenoten als Seadrill en Fred OlsenEnergy. De daling is dus in de eerste plaats een sectoraal gegeven. De oorzaak is de vrees dat de dagverhuurtarieven de komende 12 tot 24 maanden onder druk staan door een verslechterende vraag- en aanbodsituatie. De vraag zal gedrukt worden, nadat verschillende oliemajors - Shell, BP, Statoil en onlangs ook Petrobras - de voorbije maanden hebben aangekondigd dat ze selectiever gaan investeren om de winstmarges op te krikken. De timing van die cyclische dip is ongelukkig, aangezien in 2014 behoorlijk wat nieuwe platforms op de markt komen. Een bijkomend, bedrijfsspecifiek element dat de koers van Transocean drukt, is het feit dat, dit en volgend jaar samen, het verhuurcontract van bijna de helft van de 79 platforms van Transocean vervalt. Dat is meer dan het sectorgemiddelde. Het management blijft positief over de langetermijnperspectieven en zet vastberaden het verjongingsprogramma van de vloot door. In totaal staan orders uit voor de aanbouw van negen hooggespecialiseerde ultradiepwaterplatforms, waarvan er twee in 2014 worden opgeleverd. De laatste twee bestellingen (oplevering in 2017 en 2018) en die van vijf hooggespecialiseerde platforms voor in ondiepe wateren (oplevering vanaf 2016) gebeurden voor het eerst sinds 2007 zonder een verhuurcontract op zak te hebben. Transocean voorziet voor de vervanging van de vloot de komende jaren in een jaarlijks budget van 1,5 tot 2 miljard USD en besliste eind 2013 daarvoor een speciaal financieringsvehikel, een master limited partnership (MLP) te gaan gebruiken. Het doel is fiscaalvriendelijk een aantal platforms af te splitsen en die via een MLP zelfstandig op de beurs te laten noteren, normaal gesproken in het derde kwartaal 2014. Aangezien Transocean wil dat binnen vijf jaar 50 % van de vloot uit ultradiepwaterplatforms bestaat (tegenover 33 % vandaag), zullen de komende jaren opnieuw niet-strategische platforms worden verkocht. De cijfers over het vierde kwartaal vielen wat tegen vanwege de lagere bezettingsgraad van de vloot (75 %, tegenover 83 % in het derde kwartaal). Op jaarbasis steeg de bezettingsgraad evenwel van 78 naar 79 %. Het gemiddelde dagtarief nam wel nog licht toe in het vierde kwartaal, tot 394.100 USD, en steeg op jaarbasis van 370.300 USD in 2012 naar 382.300 USD in 2013. De 2,33 miljard USD omzet was stabiel tegenover het vierde kwartaal 2012. Op jaarbasis steeg de omzet met 3 %, tot 9,48 miljard USD. De gezuiverde winst bedroeg in het vierde kwartaal 0,73 USD per aandeel (was 0,91 USD per aandeel) en op jaarbasis 4,11 USD per aandeel (3,96 USD per aandeel in 2012). De dividendverhoging onder impuls van beleggersactivist Carl Icahn van 2,24 USD naar 3 USD per aandeel (7,5 % bruto) werd bevestigd. egen 0,85 keer de boekwaarde, 8,8 keer de verwachte winst 2014 en een ondernemingswaarde (ev) van 6,5 keer de bedrijfskasstroom (ebitda) noteert Transocean heel aantrekkelijk. Een prima instapmoment voor de geduldige langetermijnbelegger. Advies: koopwaardig Risico: gemiddeld Rating: 1B