Schrijver Tom Naegels is al lang gefascineerd door migratie. Het thema dook op in zijn romans en zijn columns. "Ik was zestien in 1991, het jaar van Zwarte Zondag, de eerste grote overwinning van het Vlaams Blok", vertelt hij. "Sindsdien wordt het politieke debat gedomineerd door discussies over migratie. Op een bepaald moment constateerde ik dat dezelfde debatten en argumenten steeds weer terugkeerden, meestal rond incidenten, iets met een hoofddoek of rellen met jongeren in een zwembad of aan zee. Dan volgt een steekvlam van verontwaardiging, waarbij mensen zich volop profileren. Ik had dat al zo vaak meegemaakt dat ik het zinloos vond daar als opinieschrijver nog een schepje bovenop te doen."
...

Schrijver Tom Naegels is al lang gefascineerd door migratie. Het thema dook op in zijn romans en zijn columns. "Ik was zestien in 1991, het jaar van Zwarte Zondag, de eerste grote overwinning van het Vlaams Blok", vertelt hij. "Sindsdien wordt het politieke debat gedomineerd door discussies over migratie. Op een bepaald moment constateerde ik dat dezelfde debatten en argumenten steeds weer terugkeerden, meestal rond incidenten, iets met een hoofddoek of rellen met jongeren in een zwembad of aan zee. Dan volgt een steekvlam van verontwaardiging, waarbij mensen zich volop profileren. Ik had dat al zo vaak meegemaakt dat ik het zinloos vond daar als opinieschrijver nog een schepje bovenop te doen." "Toen in 2014 de vijftigste verjaardag van de migratieakkoorden met Marokko en Turkije werd herdacht, kreeg ik het idee om een breed overzicht van de migratie voor een breed publiek te schrijven. Hoe zijn we gekomen waar we zijn? Wat is er allemaal gebeurd na de Tweede Wereldoorlog? België is in die periode geëvolueerd van een land met bijna geen migranten tot een land met 30 procent inwoners met een migratieachtergrond. Het is een geschiedenis die ik maar rudimentair kende, net zoals veel andere mensen, stel ik vast." We denken vaak dat de migratie begint bij de Italianen, maar dat is een eerste misverstand. TOM NAEGELS. "De eerste migranten waren Duitse dwangarbeiders, die na de Tweede Wereldoorlog drie jaar lang in erbarmelijke omstandigheden in de steenkoolmijnen hebben gewerkt. Dat verhaal kende ik niet. Ook dat er na de oorlog nog 7,5 miljoen Europeanen uit Europa zijn weggetrokken omdat Europa overbevolkt was, vond ik nieuw. Zo kwam ik voortdurend verhalen tegen die ik nooit eerder had gehoord, zoals dat de overheid in de jaren zestig bewust de grenzen heeft opengezet en daarbij de eigen wetten heeft genegeerd."Hoe komt het dat we daar zo weinig over weten? NAEGELS. "Ik denk dat onze naoorlogse geschiedenis in het algemeen niet zo goed bekend is, omdat de focus toch heel erg ligt op de twee wereldoorlogen. En het is geen afgerond verhaal, het is nog volop bezig en leidt tot spanningen. Daarom is het moeilijk er neutraal over te schrijven, terwijl ik toch echt heb geprobeerd de feiten weer te geven, op basis van documenten en archieven." Terwijl dit verhaal ook begint bij de naweeën van de Tweede Wereldoorlog. Dat je voor de wederopbouw mensen nodig hebt, ligt aan de basis van de eerste migratiegolven. NAEGELS. "Ja, en de angst dat als je niet snel genoeg mensen vindt om in de steenkoolmijnen te werken, er misschien opnieuw oorlog uitbreekt door de sociale spanningen. Zolang de mensen werkloos zijn, hebben ze tijd om kwaad te zijn, dus ze moesten zo snel mogelijk aan het werk. En om de fabrieken op gang te krijgen had je steenkool nodig, en dus mijnwerkers, maar daarvan waren er niet genoeg. En dus had je migranten nodig." België moest daarvoor de strijd aangaan met andere Europese landen. Er werd gestreden om de zogezegd beste migranten, waarmee als pionnetjes werd geschoven. Het was cynische arbeidsmarktpolitiek. NAEGELS. "Cynisch zou ik het niet noemen. Het is de staat die zich gedraagt als een bedrijf dat aanwerft. En als je die arbeider niet meer nodig hebt, ontsla je hem en hoef je je daar als onderneming niets meer van aan te trekken. Zo gingen alle West-Europese landen met gastarbeiders om. En ja, menselijk bekeken is dat cynisch, maar vanuit het perspectief van de overheid was het perfect logisch. Migratiepolitiek was op alle vlakken arbeidsmarktpolitiek, zelfs het vluchtelingenbeleid was arbeidsmarktpolitiek. De eerste vraag was altijd: wat is de draagkracht van onze arbeidsmarkt, hoeveel extra mensen kan die aan, of hoeveel hebben we er nodig? Dat aantal gaan we dan ideaal binnenlaten en aanwerven." Er staan hele passages in het boek over hoe die mensen hier moesten leven en werken. Ook daarom noemde ik dat beleid cynisch. We hebben die migranten niet goed ontvangen en niet goed voor hen gezorgd. NAEGELS. "Dat is waar. En het gekke is dat de overheid zich daar wel bewust van was. Keer op keer werden er goede voornemens gemaakt. Dan werd gezegd: België is een beschaafd land, wij zijn het aan onze status verplicht om die mensen goed te ontvangen en goed te behandelen. Maar in de praktijk werden veel te weinig stappen gezet. In het eerste akkoord met de Italianen staat dat België die 50.000 migranten een goede woning zal bezorgen. Over dat akkoord is een jaar onderhandeld, maar die woningen waren er niet. De Italianen hebben jaren in barakken gewoond." Niet alleen huisvesting, ook onderwijs was een probleem. NAEGELS. "Dat zou ik de overheid echt willen verwijten: je stimuleert gezinshereniging, je nodigt mensen uit om hun vrouw en kinderen mee te brengen, maar je doet vervolgens helemaal niets om die scholen voor te bereiden op de komst van anderstalige kinderen. Het eerste rapport daarover dateert van 1953 en er verschenen alarmistische rapporten tot eind jaren zeventig, maar behalve enkele minimale pilootprojecten in Genk, waar een soort van bicultureel onderwijs werd georganiseerd, was er geen solide model over hoe je moet omgaan met een meertalige leerlingenpopulatie op school. En dat is er eigenlijk nog altijd niet." Was daar ook politieke discussie over? NAEGELS. "Daar heb ik niets over teruggevonden. Het waren onderwijzers, inspecteurs, experts, integratiediensten die aan de alarmbel trokken. Vanaf de jaren zestig verschenen krantenartikelen over problemen met migranten, waarin het onderwijs altijd opduikt. Dus het was ruim bekend, maar er was geen enkele politicus die dat oppikte. In het parlement waren daarover geen discussies." Terwijl in Brussel wel meertalige scholen werden opgericht voor de kinderen van Europese ambtenaren. Het kon dus wel. NAEGELS. "Ja, dat is een schrijnende vaststelling. Dat was binnen het jaar geregeld - zowel een kleuterschool, lagere school als middelbare school. Daarvoor werden ook de beste leraars overgevlogen uit de landen van herkomst. Dat gebeurde allemaal vanuit de lofty idealen van Europa: de broederschap der volkeren, mensen overstijgen hun nationale bewustzijn en worden echte Europeanen. Heel mooi, maar in hetzelfde land woonden kinderen die dat onderwijs veel meer nodig hadden en voor wie er niets gebeurde." België zou België niet zijn als er niet ook een stevig communautair aspect aan dit verhaal zit. Wallonië wilde extra migranten omdat het Vlaamse dominantie vreesde. NAEGELS. "België zag het geboortecijfer al dalen vanaf eind negentiende eeuw. Die evolutie was vroeger begonnen in het geïndustrialiseerde Wallonië. Daar maakte de Waalse elite zich zorgen over, omdat demografische achteruitgang ook economische achteruitgang betekende. Bovendien liep de steenkoolsector, jarenlang de ruggengraat van de Belgische en de Waalse economie, op zijn laatste benen. Wallonië zag een Vlaanderen dat demografisch en economisch winst aan het maken was. Toen was het parlement nog evenredig samengesteld, dus de Waalse elite vreesde ook voor zijn politieke invloed. Als de Vlaamse meerderheid te groot werd en alle investeringen naar Vlaanderen gingen, dreigde Wallonië gemarginaliseerd te worden. "Alfred Sauvy, een Franse demograaf en een beroemde intellectueel, adviseerde de Waalse Economische Raad in 1962 om minstens 400.000 en ideaal zelfs 600.000 migranten naar Wallonië te halen en hen te 'verwalen', om weerstand te bieden tegen de Vlaamse overmacht. Zijn rapport sloeg in als een bom. België was toen nog echt een unitair land, het communautaire denken was nog heel controversieel." In dezelfde periode had je de opkomst van de Vlaams-nationalistische Volksunie, die het aanvankelijk opnam voor de migranten. NAEGELS. "De Volksunie was heel tolerant tegenover migranten, omdat er ook veel Vlaamse migranten waren. In de jaren vijftig en zestig waren veel Vlamingen werkloos, maar er waren ook veel pendelaars die gingen werken in Wallonië, Duitsland of Frankrijk. Ze werkten daar samen met Italianen, Polen, Marokkanen, Turken of Algerijnen. Vanuit een gevoel van lotsverbondenheid nam de Volksunie het op voor de rechten van migranten. Ze noemden hen met een koloniaal woord de 'koelies' van Europa, de slaven van het kapitalisme. Die antikapitalistische retoriek was natuurlijk gericht tegen de Franstalige elites, die ervoor zorgden dat de Vlamingen in België werden achtergesteld. En eigenlijk heeft de Volksunie die empathische lijn heel lang aangehouden, ook toen het probleem van de pendelaars al lang was opgelost." Ook opvallend door de migratiegeschiedenis heen: het zijn vaak socialistische leiders, zoals Louis Major, die kiezen voor een hardere, legalistische koers. NAEGELS. "Dat zou ik zo categoriek niet zeggen. Het is in ieder geval wel een misvatting dat de socialistische beweging het meest openstond voor migratie, wat vandaag ter rechterzijde vaak wordt gezegd: 'Het zijn de socialisten die ons hebben opgezadeld met al die migranten.' Maar de toenmalige BSP en de socialistische vakbond waren zeker niet de meest verwelkomende. Integendeel: er was een zeker wantrouwen, omdat men migratie zag als een manier van het patronaat om de lonen laag te houden. De werkgevers, en dus ook de liberale partij, stonden veel positiever tegenover migratie, omdat zij er onmiddellijk voordeel bij hadden. Binnen de christelijke beweging was de empathie heel sterk. De christelijke vakbond had veel eerder aparte diensten voor migranten dan de socialistische." Uw boek, het eerste deel van de migratiegeschiedenis, eindigt in 1978. Waarom dan? NAEGELS. "Eind jaren zeventig zit je op een nieuw kantelpunt. Dit verhaal begint met een gelegitimeerd vooruitgangsoptimisme en een positieve houding tegenover migratie. Maar eind jaren zestig kantelt dat, en dat resulteert tegen eind jaren zeventig in een soort beschavingspessimisme dat bij een breed deel van de bevolking leefde. Je hebt dan met het Vlaams Blok voor het eerst een partij die openlijk campagne voerde tegen de migranten, en met Karel Dillen een verkozene kreeg. Die partij heeft vervolgens het migratiethema voluit op de agenda gezet. Dat leek me een mooi startpunt voor het tweede deel. Vanaf eind jaren tachtig begint de migrantenpopulatie weer te stijgen, maar dat is een heel ander verhaal."