Van Romeinse afvalligen en de Vikingen, via bendes Nederlandse watergeuzen en Britse sea dogs, tot Duinkerkse kapers en napoleontische corsaires: de Noordzee was eeuwenlang het geliefde terrein van piraten allerhande. Avonturenfilms en door nationalistische geschiedschrijving bijgekleurde historische werken hebben lange tijd een vertekend beeld gegeven van wat zeeroverij was. Alban van der Straten, die eerder publiceerde over Belgische ontdekkingsre...

Van Romeinse afvalligen en de Vikingen, via bendes Nederlandse watergeuzen en Britse sea dogs, tot Duinkerkse kapers en napoleontische corsaires: de Noordzee was eeuwenlang het geliefde terrein van piraten allerhande. Avonturenfilms en door nationalistische geschiedschrijving bijgekleurde historische werken hebben lange tijd een vertekend beeld gegeven van wat zeeroverij was. Alban van der Straten, die eerder publiceerde over Belgische ontdekkingsreizigers, stuurt de perceptie bij, en geen klein beetje ook. Vergeet de Vikingen die weinig meer deden dan kustdorpen in Noord-Europa te plunderen. Velen van hen bleven achter en stichtten gemeenschappen, tot aan de Middellandse Zee. Vergeet ook de piraten die in films tanden missen, een ooglap en een houten been hebben en constant dronken zijn. Het waren vaak goed georganiseerde bendes. En ze werden helden in de regio waar ze vandaan kwamen. Jacob Besage, die in 1629 de Nederlander Piet Hein en zijn vloot versloeg, heeft nog altijd een straatnaam in Oostende. Vanaf de 17de eeuw was een deel van de piraterij en de kaapvaart een erkende business. Er waren kapers die toestemming hadden van handelscompagnieën of koningen om andere schepen aan te vallen en te plunderen. Het boek vertelt ook het verhaal van Jan Bart, de Frans-Vlaamse kaper die werkte voor de Franse koning. Rederijen sponsorden de kaapvaart. Daarnaast was er de illegale zeeroverij. Al was de grens tussen beide juridisch niet altijd duidelijk: de ene was namelijk altijd de piraat van de andere. Van der Straten toont aan dat de kaapvaart een bijdrage heeft geleverd aan de economische geschiedenis van West-Europa. De praktijk maakte deel uit van de reguliere handel. Het motto " Roven, dat en is geen schande, dat doen de besten van dem lande" komt trouwens van de Hanze, het mythische handelsverbond waartoe ook Brugge behoorde. De zeeroverij bereikte haar hoogtepunt aan het begin van de 18de eeuw, tijdens de Spaanse Successieoorlog tussen Frankrijk enerzijds en Nederland, Engeland en Oostenrijk anderzijds. Tegen het einde van die eeuw nam de activiteit af en werden zeerovers het geliefkoosde voorwerp van avonturenboeken. Niet enkel voor kinderen: in de romantische literatuur van de 19de eeuw konden ze ook volwassenen aanspreken.