Toen Vlaanderen nog wereldklasse had

In december zoeken we geschikte cadeauboeken. Deze week stellen we verrassende kunstboeken voor. Met jonge en oude meesters uit de Lage Landen in de hoofdrol.

Hoe minder we weten of begrijpen, hoe gezwinder we tot een oordeel of conclusie komen.” Zo’n zin blijft nagalmen, zeker als hij schuilt in een solide essay over oude Nederlandse schilderkunst. Het boek, On Dutch Painting (Waanders, 353 blz., 55 euro), is een verrassing van formaat. In 23 artikels neemt Albert Blankert – vooral bekend als expert over het leven en werk van Johannes Vermeer – de lezer mee op een reis door de Nederlandse schilderkunst. Het meest markante is nog wel dat zijn begeesterende essays ook de geïnteresseerde leek bij de les houden.

Laten we er nog zo’n waagstuk aan toevoegen: European Tapestries in the Rijksmuseum (Waanders, 462 blz., 180 euro). Het Amsterdamse Rijksmuseum herbergt 125 wandtapijten uit de periode 1400 tot 1780, waarvan vele geweven werden in Vlaanderen. Voor het eerst werden al deze werken gedetailleerd beschreven. Ook deze specialisten, Ebeltje Hartkamp-Jonxis en Hillie Smit, houden hun uitleg voldoende toegankelijk.

Vlaamse reuzen. Het majestueuze – voor deze uitgave is meer dan een uitroepteken gepermitteerd – Vlaamse meesters – Zes eeuwen schilderkunst (Davidsfonds, 303 blz., 62,50 euro) is een exclusieve wegwijzer door de Vlaamse picturale geschiedenis. Aan de hand van 250 schilderijen beschrijven de kunstwetenschappers Hilde van Gelder, Cyriel Stroo en Hans Vlieghe ons rijke schilderspatrimonium – van Jan van Eyck, via James Ensor tot Luc Tuymans. Prompt blijkt dat dé wereldklasse vooral in het verleden lag – al gaat het ook om een niet zo ver verleden. Laten we ook al maar verklappen dat deze uitgave een grote kans maakt om prominent te prijken in onze selectie van beste cadeauboeken die we ook zelf cadeau doen aan lezers (in Trends van 16 december 2004).

Een zelfde bewondering verdient het werk van de Brit Michael Palmer, die de jongste jaren faam verwierf met boeken over de Belgische kunst van 1880 tot 2000. Die werken zijn nu samengebracht in het even robuuste als verrukkelijke Belgische kunst – Van Ensor tot Panamarenko (Lannoo, 464 blz., 49,95 euro). Een vooraanstaand trio daaruit staat centraal in Pioniers van het Vlaamse expressionisme (Waanders, 104 blz., 24,95 euro), dat verscheen naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling in het Groninger Museum met werk van Constant Permeke,Gustave de Smet en Frits van den Berghe. Korte maar degelijke introductie met vele afbeeldingen. Een ietwat uitvoeriger inleiding krijgen we in Constant Permeke (Waanders, 176 blz., 27,50 euro). Willy Van den Bussche en John Sillevis portretteren de Vlaamse reus naar aanleiding van de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag (nog tot volgende zondag, 5 december).

Andere Rubens. Wanneer zoveel Vlaamse meesters voor het voetlicht treden, mag Pieter Paul Rubens (1577-1640) niet ontbreken. De Antwerpse architect-planoloog Rutger Tijs schreef een wat korte, maar fraai geïllustreerde biografie met verrassende toetsen, De andere Rubens (Davidsfonds, 348 blz., 29,95 euro). We leren een merkwaardige persoonlijkheid met zin voor humor kennen, die niet alleen een geniaal schilder en een kundig diplomaat was, maar ook een stadsbouwmeester, theaterbouwer en tuinarchitect.

Bescheidener van opzet is Rubens in Antwerpen (Ludion, 96 blz., 15 euro). Het boek kan ook als praktische gids aangewend worden: het leidt de lezer naar de locaties in Antwerpen waar werk van Rubens te bewonderen is. De Antwerpse musea en kerken bezitten samen een honderdtal schilderijen, tekeningen, ontwerpen en schetsen van Rubens.

We varen de Noordzee over en komen een paar eeuwen later terecht bij het Britse dubbeltalent Dante Gabriel Rossetti (1828-1882). Hij leefde als een romanpersonage. Toen zijn vrouw stierf, liet hij zijn gedichten mee begraven. Later liet hij het manuscript opgraven. In het lijvige Dante Gabriel Rossetti (Waanders, 248 blz., 37,50 euro) leren we de bizarre Engelsman als kunstschilder kennen, als een van de oprichters van de prerafaëlieten. Vooral zijn vrouwenfiguren zijn bekend – raadselachtige nimfen die tegelijkertijd verleiden en afstand houden, sensueel en koel, geïnteresseerd en in zichzelf gekeerd. In zijn tijd was hij vooral bekend als dichter. Een selectie van zijn poëzie vinden we in Sonnetten (Athenaeum/P&VG, 96 blz., 18,95 euro). De originele Engelse versie staat er naast de Nederlandse vertaling van Ike Cialona. De liefde – vanzelfsprekend – en zijn eigen leven vormden zijn grootste inspiratiebronnen.

Nog tot 25 januari 2005 loopt in de Kunsthal Rotterdam een tentoonstelling met 120 schilderijen en beeldhouwwerken uit de indrukwekkende collectie van rubberbaron Oscar Ghez (1905-1998). Wie er niet meteen de tijd voor vindt, kan zich troosten met het voortreffelijke boek Schilders van Parijs 1870-1940 (Terra, 200 blz., 35 euro) dat de tentoonstelling volgt en de werken – van onder meer Auguste Renoir, Paul Gauguin en Pablo Picasso – toelicht.

Luc De Decker

Het majestueuze ‘Vlaamse meesters – Zes eeuwen schilderkunst’ is een exclusieve wegwijzer door de Vlaamse picturale geschiedenis.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content