Stel dat de fiscale wetgever een belastingvrijstelling wil invoeren, en hij de inwerkingtreding ervan laat afhangen van het feit of uw dienaar wel of niet de twintig kilometer van Brussel uitgelopen heeft. U zou dat terecht als absurd bestempelen. Nochtans is het ongeveer zoiets, wat de wetgever met de zogenaamde innovatiepremies heeft gedaan.
...

Stel dat de fiscale wetgever een belastingvrijstelling wil invoeren, en hij de inwerkingtreding ervan laat afhangen van het feit of uw dienaar wel of niet de twintig kilometer van Brussel uitgelopen heeft. U zou dat terecht als absurd bestempelen. Nochtans is het ongeveer zoiets, wat de wetgever met de zogenaamde innovatiepremies heeft gedaan. De regeling in verband met de eenmalige innovatiepremies dateert van een zestal jaar geleden. De sociale partners vroegen de regering een wetgevend initiatief te nemen, om bij wijze van experiment gedurende één jaar te voorzien in een fiscale en parafiscale vrijstelling van premies die uitbetaald worden voor innovaties of innovatievoorstellen die door werknemers worden gedaan. De regering ging op dat voorstel in. Bijgevolg werd aan het parlement een wetsontwerp ter goedkeuring voorgelegd, dat in zo'n vrijstelling voorzag. Zoals gebruikelijk, was deze vrijstelling aan tal van voorwaarden verbonden. Per innovatie mogen er niet meer dan tien werknemers een premie genieten. Per werknemer en per kalenderjaar mag de premie niet meer bedragen dan een maandloon. In ondernemingen met minstens dertig werknemers mag maximaal 10 procent van het aantal werknemers de premie genieten. In ondernemingen met minder dan dertig werknemers zijn er dat maximaal drie. Het totaalbedrag van de premies mag niet meer bedragen dan 1 procent van de jaarlijkse loonmassa. Alleen werknemers die met een arbeidsovereenkomst verbonden zijn met de werkgever die de premie toekent, komen in aanmerking voor het voordeel. De premie mag niet in de plaats komen van het normale loon. Bovendien is er nog een aantal andere voorwaarden, onder meer, in verband met de innovatie waarvoor de premie wordt toegekend. Zoals gezegd, ging het aanvankelijk om een experiment dat voor één jaar werd ingevoerd. Maar de vaderlandse fiscale geschiedenis leert dat eenmalige maatregelen, zo niet altijd, dan toch heel dikwijls een recurrent karakter krijgen. Zo verging het ook de eenmalige innovatiepremies. Oorspronkelijk gold de regeling enkel voor de premies die in het jaar 2006 toegekend werden. Maar zij werd opeenvolgend verlengd tot 1 januari 2011. Begin dit jaar was het normaal gezien dus afgelopen met de fiscaalvriendelijke innovatiepremies. Maar begin februari doken zij opnieuw op. De wet van 1 februari 2011, waarmee onder meer uitvoering zou gegeven worden aan het nieuwe interprofessionele akkoord, voorzag in een verlenging van de eenmalige innovatiepremies tot begin 2013. Een verlenging met twee jaar dus. Maar wat de inwerkingtreding van deze verlenging betreft, voorzag de nieuwe wet in een verbazingwekkende regeling: de verlenging werd vastgeknoopt aan de goedkeuring van het interprofessioneel akkoord (IPA). Als het IPA zou worden goedgekeurd, zou de verlenging een feit zijn. Als het niet werd goedgekeurd, zou de verlenging naar de prullenmand verwezen worden. Het interprofessionele akkoord werd uiteindelijk niet goedgekeurd. Normaal zou je dan verwachten dat ook de eenmalige innovatiepremies een stille dood zouden sterven. Maar kijk, een tweetal maanden geleden werd nog een andere wet goedgekeurd die de verlenging van de eenmalige innovatiepremies losgekoppeld heeft van de goedkeuring van het interprofessionele akkoord. Het uiteindelijke resultaat is dat voor 2011 en 2012 dan toch nog gebruikgemaakt kan worden van de gunstige regeling. De eenmalige premies blijven tot begin 2013 (onder de gestelde voorwaarden) vrij van personenbelasting (of van de belasting van niet-inwoners voor natuurlijke personen/werknemers die geen rijksinwoners zijn). De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft onlangs bevestigd, dat de verlenging ook op het gebied van de sociale bijdragen geldt. Eind goed, al goed: ook in 2011 en 2012 is er dus geen belasting op de eenmalige innovatiepremes, en zijn evenmin socialezekerheidsbijdragen verschuldigd. Maar waarom de verlenging zo bizar tot stand moest komen, blijft een raadsel. Wedden dat de maatregel ook na 2012 wordt verlengd? De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.JAN VAN DYCKDe maatregel is tot nog toe van jaar tot jaar verlengd.