door Daan Killemaes en Lieven Desmet
...

door Daan Killemaes en Lieven Desmet"De paniekverhalen zijn niet geloofwaardig. Politici die met doemscenario's zwaaien en vertellen dat de crisis zware economische gevolgen heeft, doen dat om snel een compromis af te dwingen. Die verhalen dienen een achterliggende politieke agenda. De politieke crisis is niet schadelijk voor de economie of de kredietwaardigheid van België", zegt Erik Buyst, professor economie aan de KULeuven en directeur van Vives. De gezamenlijke oproep van de koning en de premier dat de politieke crisis "niet opportuun is", de waarschuwing van minister van Staat Mark Eyskens (CD&V) "regimecrisis maakt van ons het Griekenland aan de Noordzee" of het alarmsignaal van het VBO "er wordt met vuur gespeeld" moeten met een flinke korrel zout genomen worden. "De houding van de oude krokodillen die waarschuwen voor chaos is bijzonder hypocriet. Deze toestand is een erfenis van hun beleid", zegt Johan Van Overtveldt, algemeen directeur van VKW. Analisten die met een nuchtere en puur zakelijke blik België in de gaten houden, maken zich niet al te veel zorgen. Neem nu Douglas Renwick, de analist die voor het kredietagentschap Fitch de Belgische kredietwaardigheid volgt. Fitch kleeft op het Belgisch staatspapier een kwaliteitslabel van de op een na hoogste kredietwaardigheid (AA+), met een stabiele outlook. "En stabiel betekent stabiel. De politieke onrust verandert dat niet", zegt Douglas Renwick. "We maken ons geen zorgen. De politieke instabiliteit is geen nieuw risico. Voor ons is vooral het budgettaire beleid doorslaggevend en het stelt ons gerust dat België al een begroting tot 2011 heeft opgemaakt." Voor Fitch is België daarom niet het volgende Griekenland. "De verschillen tussen beide landen zijn groot. Het Belgische begrotingstekort is lager dan gemiddeld in Europa. De oude dagen van Belgische budgettaire laksheid zijn al lang voorbij. Jullie geloofwaardigheid is sterk, dankzij jaren van een begrotingsevenwicht en een dalende overheidsschuld, vóór de crisis toesloeg. En België, vooral de private sector, is een rijk land. Dat helpt om die schuld af te lossen. Op langere termijn zijn er natuurlijk meer maatregelen nodig om het begrotingstekort en de schuld terug te dringen. Een langdurige impasse kan wel ge-volgen hebben. Maar wij baseren ons oordeel op de budgettaire cijfers van de volgende jaren." Daar kan het schoentje wel eens wringen. In België komen de zaken pas in beweging als het echt niet meer anders kan. Het begrip en de vergevingsgezindheid van kredietverschaffers en investeerders kunnen op termijn contraproductief werken. De zuiderse eurolanden staat wel het mes op de keel en zij hebben geen andere keuze dan hard te werken aan hun staatsfinanciën en concurrentiekracht. "De politieke crisis kan daarom een goede zaak zijn. Ze kan voor dat noodzakelijke gevoel van hoogdringendheid zorgen", zegt Buyst. "We hebben een katalysator nodig. Griekenland moet saneren onder druk van de markt, wij hadden vroeger al eens een crisis van de frank om ons aan te porren. Nu kan de politieke crisis als opportuniteit gezien worden om knopen door te hakken", zegt Edwin De Boeck, hoofdeconoom van KBC. "Ik heb, misschien als enige Franstalige, begrip voor de strategie van Open Vld", zegt Etienne De Callataÿ, de hoofdeconoom van Bank Degroof. "We moeten dringend België so-ciaaleconomisch bijspijkeren, maar dat kan pas als er communautaire vrede komt. Want België heeft op dit moment niet de slagkracht om te doen wat nodig is voor de economie. Dat structureel probleem moet van de baan en mag geen jaren meer aanslepen. Dan worden we wel het Griekenland aan de Noordzee. Maar dat gevoel van hoogdringendheid is verrassend genoeg te weinig aanwezig in de politieke klasse." De markten zijn natuurlijk al een en ander gewoon van België, en op korte termijn is er geen man overboord. "Beleggers rekenen er natuurlijk op dat België de komende jaren budgettair orde op zaken zal stellen", zegt Buyst. "Maar met deze regering was daar toch niets van in huis gekomen, daarvoor mist ze de nodige cohesie. Of deze regering er dus was of niet was, dat maakt voor de markten niet veel uit." De financiële markten reageerden de voorbije dagen dan ook stoïcijns op de Belgische politieke cinema. De rente op Belgisch staatspapier gaf nauwelijks een krimp. "België is Griekenland niet", zegt Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van Itinera. Er is zelfs een groot verschil tussen Griekenland en het volgende land dat onder druk komt te staan, Portugal. Tijdens de vorige BHV-crisis berekende ik de extra risicopremie die beleggers eisen op Belgisch staatspapier op acht basispunten. Als de prijs deze keer dezelfde zou zijn, en met de financieringsbehoefte voor dit jaar, zou dit de begroting ongeveer 50 miljoen euro kosten. Alles hangt uiteraard af van de duur van de crisis. Als hij snel voorbij is, kan de rekening beperkt worden." Bovendien kijken de markten in de eerste plaats naar de fundamenten van de Belgische economie. "En die zijn goed", zegt Buyst. "Het begrotingstekort bleef binnen aanvaardbare normen tijdens de crisis. We hebben geen tekort op onze lopende rekening waardoor we de schuld intern kunnen financieren en we zijn dus niet overgeleverd aan de grillen van de internationale markten. Wat concurrentiekracht betreft, doen we het stukken beter dan de Grieken. Vergeet ook niet dat wij ons wagonnetje kunnen aanhaken aan de Duitse locomotief, terwijl Griekenland gevangen zit in een regio die niet uitblinkt. Ook de Griekse productiestructuur is veel zwakker en kwetsbaarder voor concurrentie uit lagelonenlanden." Niet alleen de handelaren in financieel papier halen voorlopig de schouders op, de kans is ook groot dat buitenlandse investeerders zich niet laten afschrikken door de nieuwe opstoot van communautaire koorts (zie het kader Liever een rechtstreekse lijn Brussel-Tokio). Dat het buitenland voorlopig vrij laconiek reageert ('ze zijn weer bezig') op de politieke instabiliteit, betekent natuurlijk niet dat de politieke klasse de tijd heeft tot sint-juttemis om de impasse te doorbreken. "We moeten toch opletten voor besmettingsgevaar, want we leven onder een heel ander regime dan voor de crisis", zegt Van de Cloot. "De financiële markten werken met agenda's en het verhaal van de staatsschulden staat heel hoog op die agenda. De boodschap moet dan ook zijn: laten we als landen vandaag proberen zoveel mogelijk uit de actualiteit van de wereldpers te blijven. Dat is tot nu niet perfect gelukt. Onze grote overheidsschuld is toch een knipperlicht dat op rood staat." "Nu hebben we nog geloofwaardigheid, maar zodra het buitenland realiseert dat we in een structurele politieke impasse zitten, kan het sentiment in één dag omslaan", zegt Van Overtveldt. "Wat mij nog het meeste zorgen baart, is dat onze lage potentiële groei afkalft. De OESO schat dat die groei daalt naar amper 0,6 procent per jaar. Een recessie is dan nooit ver weg. De OESO rechtvaardigt dat lage cijfer door erop te wijzen dat we niet meer in staat zijn om tot een ernstig beleid te komen en scheeftrekkingen te corrigeren. En een lage groei remt de capaciteit van de overheid af om tekorten terug te dringen en schulden af te lossen." Zoals de kredietagentschappen al duidelijk maakten, de Belgische kredietwaardigheid staat of valt de volgende jaren met de opkuis van de staatsfinanciën. Om het begrotingstekort van een kleine 5 procent dit jaar terug te brengen naar 3 procent in 2012 - zoals Europa vraagt - en naar een evenwicht tegen 2015 - zoals de Hoge Raad voor Financiën dat vraagt - is een langdurige en zware inspanning nodig. Deze regering had al een milde inspanning op papier gezet voor 2010 en 2011, waarbij ze vooral surft op het herstel, en waarbij ze niet zwaar wil saneren om dat herstel niet in het gedrang te brengen. Het grote begrotingswerk stond dus pas op het programma in 2011, wat althans tot vorige week het eerste grote werk van de nieuwe regering moest worden. In dit perspectief is het politieke moeras dus geen budgettaire ramp, tot de verkiezingen van 2011 was er toch geen fundamenteel begrotingswerk gepland. Maar die sanering moet er komen en belooft een communautair geladen oefening te worden, wat wellicht nu al zijn schaduw vooruitwerpt. "Jean-Luc De-haene kon in de jaren negentig de belastingen nog verhogen om de begroting te saneren, maar daar zit nu geen rek meer op. Nu moet de sanering komen van besparingen op de uitgaven. En daar zit natuurlijk een communautaire angel in. Een krimp van de uitgaven dreigt vooral Wallonië pijn te doen", zegt Buyst. "We hebben daarom een groot akkoord nodig waarbij tegelijk een staatshervorming én de sanering van de staatsfinanciën gerealiseerd wordt. Alles moet in één pot. Met een alomvattend akkoord kan België dan weer tien jaar verder." "Besparingen doen meer pijn in Wallonië, maar we moeten ook naar de belastingen kijken, zoals op bedrijfswagens, wat meer pijn doet in Vlaanderen. Maar communautaire overwegingen mogen geen rol spelen in de begrotingsopmaak", zegt De Callataÿ. "We moeten doen wat we moeten doen in het algemene Belgische belang. Punt. Ik hoop dat er in dit land nog voldoende mensen op die manier redeneren. Wordt de federale begroting vanuit communautaire belangen opgesteld, dan is de toegevoegde waarde van België negatief." Heel wat waarnemers pleiten voor een totaalakkoord, om de impasse te doorbreken. De recente Belgische geschiedenis is er ook één waarin staatshervormingen gepaard gingen met globale plannen en andere herstelprogramma's. "Maar wat we ons niet meer kunnen veroorloven, is een communautaire pacificatie die ten koste gaat van de begroting. Integendeel. Nu moet bespaard worden. Een sanering van de begroting heeft maar kans op slagen als er in de uitgaven gesnoeid wordt", zegt De Boeck. Ook nu kan een succesvolle sanering van de begroting niet zonder een grondige staatshervorming. Daarbij is het vooral de financieringswet die nu de Belgische overheidsfinanciën voetje licht. Die financieringswet regelt de geldstromen binnen België, maar gaat gebukt onder een zware constructiefout. Geld stroomt naar de deelstaten alsof de uitgaven netjes verdeeld zijn tussen de federale regering en die deelstaten. Maar de vergrijzingskosten vallen voor 90 procent ten laste van de federale begroting. De financieringswet gaat volledig voorbije aan die realiteit. "Het begrotingsprobleem is voor de helft een bestuurlijk probleem", zegt een doorwinterde kenner van het Belgische budgettaire kluwen. "Laat de federale regering niet langer de pen-sioenen van de ambtenaren van de deelstaten betalen. Op die manier hevel je een factuur van 5 miljard euro over van de federale regering naar de deelstaten. Die moeten dat geld dan wel vinden en dat kunnen ze ook, als ze de tering naar de nering zetten. De Vlaamse regering doet nu de begrotingscontrole in een voormiddag. Dat is een droom, een lachertje, in vergelijking met de federale regering." "Daarnaast valt er nog heel wat te besparen door komaf te maken met dubbele bevoegdheden en dus dubbele uitgaven. Op die manier kan de helft van het tekort van 5 procent weggewerkt worden. De rest is een pijnlijke maar klassieke budgettaire oefening die al door veel regeringen gemaakt is." "Een krimp van de uitgaven dreigt vooral Wallonië pijn te doen" Erik Buyst, Vives