De auteur is adjunct-directeur van de VEV-studiedienst.
...

De auteur is adjunct-directeur van de VEV-studiedienst. De federale werkgelegenheidsconferentie leverde geen baanbrekend werk. De tijd was te kort. Er was weinig of geen geld. Nakende politieke en sociale verkiezingen remden de drang tot doortastende hervormingen af. Bij de federale sociale partners leeft teleurstelling over het uitblijven van een aanzet tot een vernieuwend economisch beleid, als basis voor nieuwe jobs. Ze dwalen, in zoverre tenminste deze verwachting wordt verengd tot een beleid gericht op onderzoek en ontwikkeling, vorming en opleiding, economisch ondersteuningsbeleid of industriebeleid. Dit is immers de job van de gewesten, dus geen taak voor een federale werkgelegenheidsconferentie. Maar de hang naar een meer vernieuwend en economisch complement op de werkgelegenheidsconferentie is meer dan terecht. De Vlaamse regering gaat hier het voortouw nemen, met een ondernemingsconferentie. Vanuit de perfecte logica dat jobcreatie start bij een ondernemingsvriendelijk klimaat en dat de gewesten ter zake heel wat sleutels in handen hebben. Dit debat komt er dus nog aan, tenminste in Vlaanderen. Werk geven, is een corvee. Dit neemt niet weg dat ook de federale overheid belangrijke sleutels voor een ondernemingsvriendelijk klimaat in handen heeft. Uiteraard de fiscale en sociale lasten, maar daar willen we het even niet over hebben. Er resten daarnaast tal van andere federale hefbomen voor ondernemerschap en innovatie die de begroting niet echt bezwaren: een soepel en eigentijds arbeidsrecht, administratieve vereenvoudiging en soepeler regels voor bedrijfsvestigingen, meer ruimte voor de markt in vandaag door de overheid gestuurde diensten zoals post en spoorwegen, meer ruimte voor innovatie in de gezondheidszorgen... Over die hefbomen werd tijdens de werkgelegenheidsconferentie niets gehoord en lijkt er evenmin een werf in de maak, het nieuwe Wetstratees voor een breed overleg over een diepgaande hervorming die op termijn jobs moet opleveren. Er is zelfs geen begin van debat hierover. Neem de versoepeling van het arbeidsrecht. Er wordt wel een werf opgestart over een eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden. Niets te vroeg, maar het betreft slechts één aspect, met bovendien een risico van nivellering naar het duurste statuut. Wanneer wordt de stofzuiger gehaald door de starre, achterhaalde wetgeving rond arbeidsduur? Stringente procedures en voorwaarden beletten ondernemingen om flexibel in te spelen op marktomstandigheden door de arbeidsduur aan te passen. Wanneer wordt de wetgeving aangepakt die uitzendarbeid nog steeds stiefmoederlijk behandelt als een te mijden uitzonderingsregime? Ons arbeidsrecht dateert nog van het vorige tijdperk van de industriële maatschappij: de tijd van voltijdse banen, met vaste uren, bij een werkgever voor het leven, waartegen een onmondige werknemer moet worden beschermd. Ondertussen werd daar de voorbije jaren nieuwe wetgeving aan toegevoegd die werkgevers opzadelt met de oplossing van allerlei maatschappelijke problemen: de combinatie van werk met gezin, pesten op het werk, bestrijding van racisme of ongewenste intimiteiten... Werk geven, is een zware corvee geworden, waarbij je voortdurend het risico loopt in de illegaliteit te belanden wegens de ondoorzichtigheid en het keurslijf van de wettendiarree. Veel respect krijgt je er niet voor. Geen verbazing in de ondernemingswereld toen het Federaal Planbureau eerder deze maand bekendmaakte dan de papierberg geen millimeter is gekrompen onder Verhofstadt I. Staatssecretaris voor de Administratieve Vereenvoudiging Vincent Van Quickenborne ( VLD) kondigt wel beterschap aan, met een actieplan dat prioriteit geeft aan het temmen van de overlast voor ondernemers. Wait and see. Feit is dat ondertussen de hervorming van de administratie naar grotere efficiëntie en klantvriendelijkheid - de Copernicus-hervorming - terug naar af is. Meer ruimte voor de markt in diensten die tot dusver door de overheid worden gemonopoliseerd of betutteld, het is een jarenoude smeekbede van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), een steeds dringender gebod van de Europese Unie en het devies dat de professoren Leo Sleuwaegen en Koen De Backer onlangs meegaven in hun rapport over de Vlaamse economie. Met telkens dezelfde redenering: concurrentie en vrije markt verhogen de efficiëntie en brengen een vernieuwende dynamiek in deze diensten. Telecom heeft dit bewezen. De federale regering blijft die boot afhouden. Zelfs noodzakelijke herstructureringen om de NMBS en De Post op de onafwendbare opening van de markt voor te bereiden, blijven op syndicale en politieke veto's stuiten. Het bod van het Nederlandse TPG op De Post wordt hooghartig afgewezen. Had de overheid geen geld nodig? Ondertussen blijft onze armlastige federale overheid internationaal vergeleken recordbedragen in de spoorweg- en postdiensten pompen, zonder navenante dienstverlening voor burgers en bedrijven. Farmareuzen morren. In de gezondheidszorgen is meer ruimte voor concurrentie en privé-initiatief al helemaal taboe. De geneesmiddelenindustrie moet integendeel steevast spitsroeden lopen, als zondebok voor de uitgavenexplosie. Het was met de jongste begroting niet anders. Het gemor van Belgische filialen van grote farmaciereuzen klinkt steeds luider. Met zijn strenge en lange procedures voor registratie en erkenning van geneesmiddelen, gekoppeld aan een strakke prijszetting en oplopende taxatie, wordt hun blijvende presentie in België door de buitenlandse moeders steeds meer in vraag gesteld. Beleven we straks ook de uittocht van de farmacie, eens een parel aan de kroon van de Vlaamse economie? Van déze industrie kan men toch bezwaarlijk zeggen dat ze niet past in onze toekomst als kennismaatschappij. Federaal minister van Economie Fientje Moerman(VLD) onderneemt moedige pogingen om de vrije concurrentie meer ademruimte te teven, door een krachtdadig mededingingsbeleid en de afschaffing van de prijscontroles. Maar een allesomvattende wil of visie van deze federale regering om te innoveren, is ver te zoeken. Jan Van Doren Beleven we straks ook de uittocht van de farmacie, eens een parel aan de kroon van de Vlaamse economie?