Het credo voor aandelenbeleggers de afgelopen jaren was: koop Europese aandelen. Maar de jongste weken komen er meer en meer barsten in die overtuiging. Zo beginnen de eerste professionele beleggers na jaren van eensgezindheid hun kar te keren. Vanwaar die opmerkelijke ommezwaai? Er zijn vijf redenen om voor Amerikaanse aandelen te kiezen.
...

Het credo voor aandelenbeleggers de afgelopen jaren was: koop Europese aandelen. Maar de jongste weken komen er meer en meer barsten in die overtuiging. Zo beginnen de eerste professionele beleggers na jaren van eensgezindheid hun kar te keren. Vanwaar die opmerkelijke ommezwaai? Er zijn vijf redenen om voor Amerikaanse aandelen te kiezen. Europa was tot voor kort de place to be voor beleggers. Alle lichten stonden op groen: na een pijnlijke schuldencrisis won de economie eindelijk vaart, de beurzen hadden een inhaalbeweging te goed tegenover de VS, en dankzij de lage rente, de zwakke euro en de goedkope olie hadden de Europese bedrijven de wind driedubbel in de zeilen. De Europese beurzen presteerden ook niet slecht. Sinds midden 2012 - toen voorzitter Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, beloofde tot elke prijs de euro te redden - steeg de Stoxx Europe 600-index met bijna 50 procent. Alleen, in die periode steeg de Amerikaanse S&P500 met ruim 60 procent. De verhoopte inhaalbeweging is er dus niet gekomen (zie grafiek Europa loopt achter op Wall Street). "Er zit zeker waarde in Europese aandelen. Alleen blijkt die bijzonder moeilijk vast te grijpen", stelt Remi Olu-Pitan, fondsbeheerder bij Schroders, een van de vermogensbeheerders die onlangs zijn visie bijstelde. "Telkens komt er weer een onaangename verrassing, nu ook weer met de impact van de negatieve rente op de bankaandelen. Ik denk dat er veel teleurstelling is over de prestaties van Europese aandelen." De vraag is of de terugkeer van buy America getuigt van geloof in de Amerikaanse economie, of veeleer een teken van wantrouwen is tegen Europa. "Voor ons is het vooral een defensieve zaak", zegt Olu-Pitan. "We zijn ontgoocheld in de economische vooruitzichten voor Europa. Het is misschien tijd er weg te blijven." Terwijl Europa na de financiële crash onmiddellijk in de eurocrisis verzeilde, krabbelden de Verenigde Staten verbazend snel overeind. Die veerkracht zien we eveneens op de financiële markten, ook dit jaar weer. De eerste weken van 2016 kregen beleggers een giftige cocktail te slikken van Chinese groeipijnen en vrees voor een recessie in de Verenigde Staten. Het resultaat was dat de beurzen wereldwijd diep in het rood doken. Maar twee maanden later staan de Amerikaanse beurzen alweer op winst, terwijl de Europese nog altijd op verlies staan. Wat maakt Wall Street zo veerkrachtig? Volgens Stephanie Sutton, strateeg bij Fidelity, is het moeilijk daar precies de vinger op te leggen. "Beleggers zien de Verenigde Staten als een toevluchtsoord. Er is bovendien altijd potentieel te vinden in een economie met veel innovatieve wereldspelers. Traditioneel zijn de waarderingen in de Verenigde Staten ook hoger, en op lange termijn presteren Amerikaanse aandelen beter. Al die factoren maken het land aantrekkelijk voor beleggers." "Eigenlijk maakte niemand zich zorgen over de Verenigde Staten", blikt Sutton terug op de periode dat Europese aandelen in de bovenste lade lagen. "Alleen werden na een aantal sterke beursjaren vragen gesteld bij de waarderingen. Dus gingen beleggers elders op zoek naar interessantere koopjes. Maar dan nog hielden de Amerikaanse beurzen stand, met dank aan de stevige bedrijfswinsten." America Inc. blaakt niet van gezondheid, zo veel mag duidelijk zijn. De winsten zijn vorig jaar drie kwartalen op rij gedaald, en er is niet onmiddellijk beterschap op komst, voorspellen de meeste waarnemers. Een rondvraag van het persagentschap Bloomberg leert dat analisten de winsten in het eerste kwartaal van dit jaar 10 procent lager zagen uitkomen dan een jaar eerder. Toch zou de belegger Amerikaanse aandelen moeten kopen. Hoe vallen die twee tegenstrijdigheden met elkaar te rijmen? Volgens Olu-Pitan zijn de tegenvallende cijfers te wijten aan de aarzelende groei in de Verenigde Staten, maar vooral ook aan de instorting van de olieprijs en de sterke dollar. "Als die laatste twee keren of ten minste stabiliseren, krijgen de bedrijven meteen rugwind", meent ze. "We moeten niet te pessimistisch zijn over die bedrijfswinsten." "Het komt er in het huidige resultatenseizoen vooral op aan een aantal zaken goed in de gaten te houden", zegt Sutton. "Het is zoeken naar trends. In welke sectoren groeien de winsten wel nog? Waar neemt de omzet toe? Wij gaan ons ook concentreren op bedrijven die exporteren. Hoe sterk vertaalt de recente verzwakking van de dollar zich al?" Het heersende pessimisme over de kwartaalresultaten heeft één groot voordeel: er is ruimte voor positieve verrassingen. Het nieuwe cijferseizoen is nog jong. Het is dus te vroeg om nu al conclusies te trekken. Maar de eerste rapporten tonen dat aangename verrassingen niet uitgesloten zijn. De aluminiumreus Alcoa, die traditioneel als eerste zijn cijfers bekendmaakt, zag zijn winst kelderen, maar analisten hadden nog erger verwacht. De bankenreus J.P. Morgan kwam met een zelfde verhaal: slecht, maar niet zo slecht als gevreesd. "De lat ligt nu wel heel erg laag", merkt ook Olu-Pitan. "De resultaten zullen niet sterk zijn, maar ze kunnen toch beter meevallen dan aangenomen, omdat bijvoorbeeld de dollar wat is gezakt in vergelijking met een jaar eerder." Toch ziet ze pas later op het jaar echt positieve verrassingen opduiken. Vooral voor de energiesector is er niet onmiddellijk beterschap op komst. Ook de banken zullen door de lage rente wereldwijd geen te beste beurt maken. De vraag is natuurlijk of de waarderingen niet te hoog zijn opgelopen en positieve verrassingen zich ook in hogere koersen kunnen vertalen. De aandelen uit de S&P500 noteren gemiddeld tegen 17 keer de verwachte winst voor dit jaar. "Zeker niet goedkoop. En dat is niet zonder gevaar", oordeelt Olu-Pitan. "Daartegenover staat dat er minder neerwaarts risico is dan in Europa, waar nog veel optimisme in de koersen zit. Anders dan in de Verenigde Staten is er nog veel ruimte voor teleurstellingen." Sutton is niet bezorgd over de waarderingen: "Maar in een klimaat waarin de winsten niet groeien, is het moeilijk voor te stellen dat de waarderingen nog fel zouden stijgen." Bij Schroders viel de beslissing om het geweer van schouder te veranderen al begin dit jaar. "We verwachtten dat we een moeilijk klimaat zouden krijgen. En dan zit je beter in de Verenigde Staten", verklaart Olu-Pitan. "Daarvoor zat het macroplaatje volledig mee. Het volstond bij wijze van spreken wat marktgevoelige aandelen te kopen, de ogen te sluiten en de rit gewoon uit te zitten. Nu moeten we toch voorzichtiger zijn, met meer aandacht voor de risico's." Volgens Sutton beschouwen beleggers de Verenigde Staten als een veilige haven, "zeker nu in Europa de politieke onzekerheid toeneemt, met onder meer het referendum over een brexit. Amerikaanse bedrijven zijn ook gewoon winstgevender dan hun concurrenten elders in de wereld." Zowel Schroders als Fidelity mikt op de technologiesector, die aantrekkelijk is door de innovatie en de sterke cashflows. Ook de verzwakking van de dollar blijkt een gemeenschappelijk thema, dat in de kaart moet spelen van Amerikaanse bedrijven die naar de rest van de wereld uitvoeren. Nu de olie- en grondstofprijzen lijken uit te bodemen, staan die afgestrafte sectoren met stip op de lijst om in de gaten te houden. Maar beide fondsenboetieks zijn toch geneigd nog even de kat uit de boom te kijken. Jasper Vekeman"Amerikaanse bedrijven zijn ook gewoon winstgevender dan hun concurrenten elders in de wereld"