De Limburgse textielsector bloeit. Dat heeft vooral met de productie van auto's te maken.
...

De Limburgse textielsector bloeit. Dat heeft vooral met de productie van auto's te maken.Delokalisatie ? Verhuis naar lagelonenlanden ? De Limburgse textielsector lijkt er geen last van te hebben, integendeel. De voorbije jaren blijkt de tewerkstelling in de sector zelfs toegenomen te zijn. Tussen 1991 en 1996 kwamen er in de Limburgse textielsector zo'n 550 jobs bij. De cijfers komen bovendien van een, in deze, onverdachte bron : het Limburgse ACV-Textiel. De vakbond pakt uit met cijfers die tonen dat, in tegenstelling tot de Limburgse confectienijverheid, de Limburgse textielbedrijven de laatste jaren een aardige groei hebben gekend. "De meeste ondernemingen zien er gezond uit, werven regelmatig aan, investeren én hebben hun omzet gestaag zien stijgen," zo luidt de conclusie van de vakbond. Meteen wordt ook aangegeven waarom de Limburgse textiliens blijkbaar niet worden geraakt door de wijdverspreide crisis in de textielsector : de bedrijven leggen zich steeds meer toe op het just-in-time bevoorraden van de auto-industrie. Meer nog : Ford uit Genk heeft er de voorbije jaren zelfs voor gezorgd dat heel wat textielbedrijven een vaste stek hebben gevonden in Limburg. Zo zakten de Duitsers Rieter Automotive (autotapijten) en HP Pelzer (geluidsabsorberende materialen) al af naar Genk. Ook het Antwerpse Opel Belgium heeft gezorgd voor tewerkstelling in Limburg. Emfisint produceert voor de Antwerpse wagenbouwer automatten vanuit Overpelt. De drie bedrijven, zo benadrukt de vakbond, zorgen voor nieuwe jobs ; de tewerkstelling is niet weggetrokken bij de automakers zelf. De meeste Limburgse textielbedrijven, zo analyseert de vakbond, zijn gelegen in het Noorden van de provincie én ze hebben heel vaak Nederlandse roots. Noord-Limburg, van oudsher een knooppunt voor de dekenindustrie, was in de jaren zestig dan ook dé uitvalsbasis voor Nederlandse bedrijven om, gespijsd door aardig wat overheidssubsidies, dochterondernemingen op te zetten. Die ongezonde situatie is ondertussen geregulariseerd. De meeste Limburgse textiliens die vandaag nog actief zijn, heten blijvers te zijn. Niet enkel is de sector erg kapitaalintensief, bovendien is er ook vaak nood aan hooggeschoold personeel én hebben vele ondernemingen, na de mijnsluitingen, reconversievennootschappen opgericht die hen een gunstig fiscaal én sociaal statuut opleveren. Limburg lijkt, zo meent de vakbond, naam te maken als dé textielproducent voor de auto-industrie. Zo produceert het Beringse Dura automatten voor Mercedes en baant ook de Maaseikse wolspinnerij Mefil zich een weg temidden de Europese wagenproducenten. Kortom : waar in 1991 de Limburgse textielsector goed was voor 1221 jobs, zijn er dat vandaag 1778. En dat is, hoofdzakelijk te danken aan Koning Auto. TEXTIEL IN LIMBURG Groeien dankzij Koning Auto.