De auteur is heruitvinder van huishoudapparaten.
...

De auteur is heruitvinder van huishoudapparaten. Over een paar jaar zou een doorsneehuis een veel prettiger leefplek kunnen zijn, meer aangepast aan de moderne demografie en leefstijlen en makkelijker te onderhouden. Huishoudelijke apparaten zouden hun eigen werking in de gaten houden, mogelijke defecten signaleren en fabrikanten helpen om betere producten te ontwerpen. Boilers, wasmachines, afwasmachines, ovens, koelkasten en centrale verwarmingssystemen zouden op een netwerk worden aangesloten, zodat ze constant met elkaar in verbinding staan en op de meest doeltreffende manier gebruik maken van energie. En huishoudrobots zouden werkelijk autonome toestellen zijn, en deze taken efficiënter en net zo voorzichtig kunnen uitvoeren als de mens, zonder daarbij zonder energie te vallen. Er zijn redenen te over om zulke technologieën serieus te overwegen. We moeten het hoofd bieden aan de uitdaging van een stijgend aantal eenpersoonshuishoudens en een vergrijzende bevolking, de behoefte aan goedkope, energievriendelijke huizen waarin dynamische werknemers kunnen wonen en, in veel landen, aan de politieke vraag naar kleinere, compacter gebouwde woningen. Dit zouden we kunnen oplossen door goed design, intelligente technieken en de gepaste technologie in te zetten. Maar al te vaak passen producenten van huishoudelijke apparatuur nieuwe technologieën toe zonder stil te staan bij hun eigenlijke doel of bij de voordelen voor de consument, de maatschappij of henzelf. Een klassiek voorbeeld vormt de op een netwerk aangesloten koelkast. Die zou je op de hoogte moeten houden van welke boodschappen je nodig hebt en relevante recepttips moeten geven. Je koelkast opbellen om hem te vragen wat hij allemaal nog in voorraad heeft, mag aantrekkelijk klinken, maar is eigenlijk vrij idioot. Zelfs ik weet wat er in mijn koelkast staat, terwijl ik niet eens degene ben die de boodschappen doet. Een op het internet aangesloten koelkast heeft weinig echte voordelen voor de consument en zo goed als geen voor de fabrikant. Een aansluiting op het netwerk van de fabrikant klinkt veel zinniger. Als het toestel permanent verbonden zou zijn met de fabrikant, zouden de voordelen nog groter zijn. We zouden de besturingssoftware op afstand kunnen updaten, zodat we bijvoorbeeld zachtere wolprogramma's en snellere katoenwasprogramma's na de ontwikkeling rechtstreeks zouden kunnen downloaden op onze wasmachines. Maar het grootste voordeel zou kunnen komen van de "vooruitziende diagnostiek": het anticiperen op defecten. Daar zijn we al mee bezig geweest, maar ik ben er niet zo zeker van of klanten een telefoonlijn in hun wasruimte willen, ook al zouden wij dan de belkosten betalen. Gsm-technologie is een alternatief, maar een meer rendabele en flexibele optie zou een radioverbinding naar een centrale huisserver zijn, mogelijk de huiscomputer. Als alle toestellen zouden worden geleverd door één enkele fabrikant of door meerdere producenten uit één consortium met uniforme normen, dan zouden we alle behoeften inzake huishoudelijke apparatuur van onze klanten kunnen beheren. De beheersmaatschappij zou defecten kunnen signaleren voordat zij zich voordoen en het toestel repareren of vervangen. Door telefoons van de derde generatie en hun camera's te gebruiken, zouden klanten reparateurs toegang kunnen verschaffen tot hun woning, zodat zij de boel kunnen herstellen. Daarmee zouden alle problemen tot het verleden behoren en u zou de zekerheid hebben dat de centrale verwarming niet kapotgaat, of dat de oven niet uitvalt terwijl u net de kerstkalkoen aan het bakken bent. Het bedrijf zou ook het energiegebruik kunnen minimaliseren, bijvoorbeeld door warmte van de oven of de koeling van de koelkast te gebruiken voor het verwarmen van water. Dat hoeft niet duur te zijn. Veel toestellen zijn samengesteld uit dezelfde onderdelen. Fabrikanten hoeven alleen maar samen te werken om dit bewaarheid te laten worden. In Engeland steunt het ministerie van Economische Zaken het Home Application Initiative, waarin fabrikanten van huishoudelijke toestellen, onderzoekslaboratoria van universiteiten, telecommunicatiebedrijven en computerbedrijven samenwerken aan de ontwikkeling van algemene normen. Ik denk dat het beheer van al onze huishoudtoestellen in één centraal systeem nagenoeg een feit is. En als dat niet zo is, zou het zo moeten zijn. Hoe gaan we anders aan de vraag naar meer energie- en ruimtebesparende woningen voldoen? Ik ben zelf een flat aan het bouwen in Londen waar alle toestellen in één centrale machinekamer zijn ondergebracht om energie en ruimte te besparen. Het is onlogisch om een wasmachine in een ruimte te plaatsen, waarvoor je eerst een hele gang moet doorsjokken. Huishoudarchitectuur maakt een fundamentele verandering door. Afzonderlijke kamers en verspillende gangen hebben hun langste tijd gehad. Het wonen in een loft is slechts het eerste teken van de terugkeer naar een levenswijze die meer verwant is met de middeleeuwse grote hal. Dat houdt in dat je met je partner praten kan terwijl die een bad neemt en jij aan het koken bent. En dat komt druk bezette mensen die elkaar nauwelijks zien uitstekend van pas. James Dyson