De resultaten van de oliedienstenbedrijven hebben de jongste jaren vaak flink geschommeld. Maar na de puike cijfers van het tweede kwartaal hadden analisten en beleggers geen slecht nieuws verwacht van TechnipFMC, de fusiemaatschappij die ontstond door het samengaan van het Franse Technip met het Amerikaanse FMC Technologies, en die sinds januari 2017 noteert op Euronext Parijs en de New York Stock Exchange. De markt stuurde de koers van TechnipFMC meteen 13 procent lager na de bekendmaking van de derdekwartaalcijfers. In het tweede kwartaal vielen zowel de resultaten als het orderboek mee. Deze keer vielen beide tegen.

Technip was in zijn sector een toonaangevende speler, met als belangrijkste troefkaarten zijn sterke internationale aanwezigheid en zijn brede activiteiten. Die kenmerken heeft de fusie alleen maar versterkt. Zo is de groep nu actief in zowat vijftig landen. De klanten zijn divers en gespreid over internationale olie- en gasbedrijven, nationale oliemaatschappijen en andere kleine en middelgrote onafhankelijke spelers. Bijna alle olie- en gasreuzen - waaronder Exxon Mobil, Total, BP en Petrobras - behoren tot het klantenbestand.

Technip had een Onshore/Offshore-afdeling, met installaties van boorplatformen op zee, lng en schaliegas. Daar heeft FMC Technologies niets aan toegevoegd. De productiesystemen en de diensten van FMC versterkten wel de afdeling Subsea, die is gespecialiseerd in flexibele pijpleidingen. FMC voegde daar nog een nieuwe activiteit aan toe: Surface, voor het boren en het beheren van bronnen. Minder dan drie jaar na fusie zijn er plannen om de groep weer uit elkaar te halen en ze tegen midden 2020 enerzijds te hergroeperen in RemainCo, met de focus op Subsea, en anderzijds in SpinCo, met een focus op lng.

De omzet in het derde kwartaal steeg met slechts 6 procent tot 3,33 miljard dollar (1,60 miljard voor Onshore/Offshore, 1,34 miljard voor Subsea en 0,40 miljard voor Surface), terwijl de analistenconsensus 3,57 miljard dollar was. De aangepaste bedrijfskasstroom (ebitda) zakte met 11,9 procent tot 379,2 miljoen dollar, waardoor de ebitda-marge opnieuw daalde tot 11,4 procent (nog 13,7% in het derde kwartaal van 2018). De ebitda-marge van Subsea is fors verder gezakt van 15,6 naar 10,4 procent, maar de ebitda-marge van Onshore/Offshore gaat spectaculair vooruit van 14,8 naar 19,1 procent. Die van Surface bleef gevoelig onder druk staan (van 18,0 naar 11,2%).

Aan het einde van het kwartaal is het orderboek met 24,1 miljard dollar op jaarbasis nog wel 59 procent hoger, maar dat is duidelijk minder dan het recordcijfer van 25,8 miljard dollar aan het einde van het tweede kwartaal. Het bedrag aan nieuwe orders viel terug van 3,65 miljard naar 2,61 miljard dollar, of een achteruitgang met ruim 28 procent. Bijzonder jammer is dat de terugval van nieuwe orders zich vooral in de meest rendabele Onshore/Offshore-divisie voordoet, met een duik van liefst 58 procent, van 1,67 naar 0,70 miljard dollar.

Conclusie

Eén zwaluw maakt de lente niet. Dat moeten veel aandeelhouders hebben gedacht na de vaststelling dat het derde kwartaal opnieuw teleurstelde, na het beloftevolle tweede kwartaal. Het aandeel is goedkoop tegen de boekwaarde en tegen minder dan zes keer de verhouding tussen de ondernemingswaarde (ev) en de bedrijfskasstroom (ebitda). Toch verlagen we het advies. We lopen niet warm voor de hergroepering. Het was beter eerst nog meer orde op zaken te stellen. Momenteel geven we de voorkeur aan Schlumberger in de oliedienstensector.

Advies: houden/afwachten

Risico: gemiddeld

Rating: 2B

Verschenen op insidebeleggen.be op 5 november