Het veelkoppige monster van het terrorisme legt zo veel Belgische, Europese en internationale zwakke plekken bloot dat het bijna onmogelijk lijkt van IS te winnen. Wie deze terreurdreiging uit de wereld wil helpen, wacht een bijzonder lastige opdracht, die jaren in beslag kan nemen. De doortastendheid die daarvoor nodig is, ontbrak de voorbije jaren. Maar zonder bijsturing dreigt dit land regelmatig ten prooi te vallen aan aanslagen. De permanente angst die gepaard gaat met dat nieuwe normaal zou verlammend werken op de samenleving en de economie. De regeringen in dit land kunnen zich geen grove nalatigheden in hun belangrijkste taak veroorloven.

De acuutste kwestie is de betere werking van de veiligheidsdiensten. Hoe is het mogelijk dat onder de neus van de Belgische diensten georganiseerde terreur kon worden voorbereid en uitgevoerd? De doorstroming van cruciale informatie botste niet alleen op de incompetentie van individuen, maar ook op de gebrekkige samenwerking tussen de instanties. Het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie moet een basis vormen om de inlichtingendiensten grondig bij te sturen. Het onvermogen om informatie te bundelen en te delen geeft de tegenstander ruimte om toe te slaan. Deze vijand is te duchten. Hij is getraind in Syrië en maakt in zijn communicatie gebruik van wegwerptelefoons en encryptie. Hij heeft de knowhow om bommen te maken op basis van triacetontriperoxide, dat kan worden bereid uit nagellakverwijderaar en haarbleekmiddel.

Ook op Europees niveau bewegen terroristen zich sneller en vlotter over de grenzen dan dat cruciale informatie wordt uitgewisseld. De Schengenzone is op termijn enkel houdbaar als er een Europese inlichtingendienst komt die niet alleen informatie uitwisselt, maar ook op het terrein mag ingrijpen. Zover zijn we nog lang niet. Europol, het samenwerkingsverband van de Europese politiediensten, doet nuttig werk als informatieplatform, maar mag geen onderzoeksdaden stellen. De uitbouw van een Europese FBI of CIA botst ook op het eeuwige Europese probleem dat elke lidstaat vooral het eigenbelang verdedigt, en dus niet happig is staatsbelangrijke informatie te delen met andere landen (lees blz. 16). Vandaag worden zelfs passagierslijsten van vliegtuigen niet uitgewisseld. Gegevens verzamelen naar Amerikaans model botst in Europa op de bescherming van de privacy en de angst voor een controlestaat. Dat zijn terechte bedenkingen, maar keuzes dringen zich op. Nog meer dan een financieel stabiliteitspact heeft Europa een veiligheidspact nodig, als het de oorlog tegen de terreur wil winnen en zijn eigen desintegratie wil tegengaan.

Dan is er de vaststelling dat de terreur diepe wortels heeft in onze samenleving en dat Brussel een uitvalsbasis van IS kon worden. Politici als Philippe Moureaux (PS), die twintig jaar burgemeester van Molenbeek was, dragen daarin een verpletterende verantwoordelijkheid. Veel te lang werd uit plat politiek opportunisme een gevaarlijke radicalisering getolereerd. Veel te lang werd toegelaten dat een parallelle samenleving zich ontwikkelde in Brusselse wijken en gemeenten. België telt niet voor niets het grootste aantal Syrië-strijders per hoofd van de bevolking, en de grootste concentratie jihadistische sympathisanten is te vinden in Brussel. Die dodelijke mix van duizenden geradicaliseerde burgers en getrainde terroristen uit Syrië stelt de veiligheidsdiensten voor een bijna onmogelijke opgave om het terreurgevaar in kaart te brengen. Dat vergt ook investeringen in ouderwets speurwerk en in de infiltratie van die netwerken.

Het is daarnaast van cruciaal belang de radicalisering bij de wortels aan te pakken. Daarvoor zijn een strengere integratie en betere sociaaleconomische perspectieven voor migranten nodig. De torenhoge jeugdwerkloosheid in de Brusselse randgemeenten is geen excuus om tot terrorisme over te gaan, maar uitzichtloze verpaupering leidt ertoe dat haatboodschappen meer gehoor vinden. Molenbeek moet ook worden opgekuist met taallessen en een betere arbeidsmarkt.

De internationale kop van het monster is al even moeilijk af te hakken. De westerse strategie in het Midden-Oosten heeft grandioos gefaald en lag mee aan de basis van de opkomst van IS. Maar militair is het een eenrichtingsweg geworden. IS moet met grondtroepen worden vernietigd, terwijl in Syrië alleen een politieke oplossing een vorm van stabilisatie kan brengen (lees blz. 23). Er is haast bij, want zonder stabilisatie in het Midden-Oosten zal Europa moeten leven met het nieuwe normaal van de terreurdreiging.

DAAN KILLEMAES

Nog meer dan een financieel stabiliteitspact heeft Europa een veiligheidspact nodig, als het de oorlog tegen de terreur wil winnen.