Verpakte voedingsmiddelen hebben een etiket dat aan een aantal verplichtingen moet voldoen. Zo hoort de consument te weten tot wanneer precies hij een product kan consumeren zonder zijn gezondheid te schaden.
...

Verpakte voedingsmiddelen hebben een etiket dat aan een aantal verplichtingen moet voldoen. Zo hoort de consument te weten tot wanneer precies hij een product kan consumeren zonder zijn gezondheid te schaden. De houdbaarheid van een levensmiddel kan op twee manieren worden weergegeven: een datum van minimale houdbaarheid ('ten minste houdbaar tot... ') en een uiterste consumptiedatum ('te gebruiken tot... '). De datum moet zo worden weergegeven dat elke consument hem gemakkelijk kan lezen en interpreteren. Achtereenvolgens worden de dag, de maand en het jaar vermeld zonder gebruik van codes. De minimale houdbaarheid van een levensmiddel - de 'ten minste houdbaar tot'-datum - geeft de datum weer waarop het product zeker zijn specifieke eigenschappen behoudt, op voorwaarde dat het op passende wijze wordt bewaard. Na die datum kunnen afwijkingen optreden, vooral wat smaak, geur, kleur, textuur en consistentie betreft. Denk maar aan het ranzig worden van vetten, het zacht worden van beschuiten, het wit uitslaan van chocolade. De 'ten minste houdbaar tot'-datum wordt vooral gebruikt voor microbiologisch stabiele levensmiddelen zoals conserven, gedroogde voedingswaren, producten met een hoog suikergehalte of sterk zure levensmiddelen die bij kamertemperatuur mogen worden bewaard. Deze producten zijn na het verstrijken van de houdbaarheidsdatum doorgaans nog wel eventjes veilig voor consumptie, maar minder lekker en minder aantrekkelijk. Een 'te gebruiken tot'-datum (of 'te bewaren tot', 'te consumeren voor', 'uiterste gebruiksdatum') geeft dan weer een uiterste consumptiedatum. Deze formulering is verplicht op levensmiddelen waar bacteriën kunnen insluipen. Het gaat hoofdzakelijk om verse producten die koel bewaard moeten worden, zoals kaas, verpakte vleeswaren, voorverpakte gesneden groenten, kant-en-klaarmaaltijden, melk enzovoort. Al die middelen zijn beperkt houdbaar wegens de bacteriën die er zich in kunnen ontwikkelen. Wanneer deze producten bederven, bestaat het risico dat ze ziekteverwekkende micro-organismen bevatten die de gezondheid kunnen schaden. Daarom overschrijd je de uiterste houdbaarheidsdatum best nooit, ook niet met één dag. Soms worden dergelijke producten op de uiterste datum verkocht tegen spotprijzen. Je kan daar beter niet op ingaan; het is niet zonder risico. Je moet ze dan echt wel die dag consumeren en dat lukt vaak niet. Het bepalen van de houdbaarheidsdatum van bederfbare waar vraagt een degelijke microbiologische kennis. Bedrijven houden rekening met de bacteriën die na het productieproces nog aanwezig kunnen zijn in het levensmiddel of er door nabesmetting in zouden kunnen terechtkomen. Daarbij rijst de bijkomende vraag welke bacteriën in staat zijn zich verder te ontwikkelen in de vooropgestelde bewaarvoorwaarden (bijvoorbeeld in de koelkast) en of die bacteriën kunnen leiden tot gezondheidsklachten bij consumptie. Op basis van die informatie schat de producent een houdbaarheidstermijn en daarin bouwt hij nog een veiligheidsmarge. Het is bijvoorbeeld geweten dat koelkasten niet altijd een temperatuur van 7 graden of lager bereiken. De houdbaarheidsdatum is daarom altijd wat korter dan de houdbaarheid in ideale omstandigheden. Maar dat verschil is niet heel groot. De producent probeert de houdbaarheid zo ruim mogelijk te bepalen, anders lijdt hij verlies. Daar is niets op tegen. Het is wel goed om weten dat je als consument niet lichtzinnig moet omspringen met houdbaarheidsdata en best ook de bewaarvoorschriften in acht neemt. Producten moeten niet alleen in de koelkast bewaard worden wegens de smaak, maar vooral om vroegtijdig bederf tegen te gaan. Marleen Finoulst