Geef vooral niet toe dat je televisie kijkt. Als je dan toch al eens schoorvoetend durft of moet bekennen (omdat je op heterdaad betrapt bent tijdens de onoirbare daad, zapper nog warm in de hand), moet je je ontboezemingen wel erg selectief houden. Op de eerste plaats moet je dan de omroep Arte bewieroken en wegmoffelen dat je het al bij al maar een halfslachtige hutsepot vindt, een steriele poging tot een elitaire Midden-Europese cultuuruiting, die uiteindelijk tussen de plooien van de pseudo-au...

Geef vooral niet toe dat je televisie kijkt. Als je dan toch al eens schoorvoetend durft of moet bekennen (omdat je op heterdaad betrapt bent tijdens de onoirbare daad, zapper nog warm in de hand), moet je je ontboezemingen wel erg selectief houden. Op de eerste plaats moet je dan de omroep Arte bewieroken en wegmoffelen dat je het al bij al maar een halfslachtige hutsepot vindt, een steriele poging tot een elitaire Midden-Europese cultuuruiting, die uiteindelijk tussen de plooien van de pseudo-authenticiteit wegglijdt. Nog beter is het uiteraard na te bauwen dat tv een treurbuis is, die de ware cultuur enkel in de weg staat. Bijna alle boeken over het medium delen die mening, de ene al wat ironischer of droogstoppeliger dan de andere. De boodschap luidt nog altijd dat we onszelf kapot amuseren, zoals de Amerikaanse cultuurpaus Neil Postman ooit declameerde. De Nederlandse schrijvers Maarten Doorman en Michaël Zeeman waagden zich op glad ijs. Het duo stelde een bundel samen met essays over tv, die het medium niet a priori verketteren. Dit betekent nog niet dat tv plots opgehemeld wordt. De bundel is interessanter dan zo'n koppige contramine. Er loopt zelfs een rode draad door: bekijk tv als een medium an sich. Te lang heeft de culturele elite tv beschouwd als een verderfelijke rivaal van andere cultuurdragers. Tv is niet noodzakelijk oppervlakkig en hol, zoals ook het medium boek zich niet beperkt tot de voorgeprogrammeerde sentimenten van de kioskromannetjes. In de bundel valt onder meer een bijdrage van het Duitse geweten Hans Magnus Enzensberger op. Hij chargeert evenwel iets te scherp, zodat zijn discours dubbelzinnig wordt. Hij wil de tv vrijpleiten, maar blijft roeren in een simpele stoofpot. Dan hebben we meer pret beleefd aan de schijnbaar pretentieloze babbel van Nelleke Noordervliet, die vrij goed weergeeft waar de bundel heen wil: "Wie zijn kinderen nog op kijkrantsoen zet, is bezig met een onzinnige strijd. Toen Gutenberg boeken algemeen toegankelijk had gemaakt, waarschuwden artsen uitgebreid tegen de gevaren van het lezen. Vooral vrouwen en meisjes waren ten prooi aan de funeste invloed van romans." En verder: "De neiging om hoofdschuddend het heden te veroordelen, moet worden onderdrukt. Cultuurpessimisme is aderverkalking. Het fuck you-gebaar is me sympathieker dan het geheven vingertje." Of is dit dan weer postmodern waardenrelativisme, waar de tv mee schuld aan heeft? Het debat over het oude medium hoeft nog niet gesloten te worden. Maarten Doorman & Michaël Zeeman (red), Het scherm der verbeelding. Meulenhoff/Kritak, 239 blz., 798 fr.LDD