Na enkele kalme jaren leverde PNE Wind vorig jaar elf projecten met een totaalvermogen van 116 megawatt af. Het geïnstalleerde vermogen van het Duitse windenergiebedrijf steeg daardoor naar 2115 megawatt. Toch heeft het aandeel de voorbije zes maanden zwak gepresteerd (afgerond -20 %). Het pad voor een verder koersherstel leek nochtans geëffend, toen de Duitse regering een wet aannam die windenergie een vooraanstaande rol geeft in de elektriciteitsproductie. Duitsland wil de bijdrage van windenergie opkrikken van 25 tot 40 à 45 procent in 20...

Na enkele kalme jaren leverde PNE Wind vorig jaar elf projecten met een totaalvermogen van 116 megawatt af. Het geïnstalleerde vermogen van het Duitse windenergiebedrijf steeg daardoor naar 2115 megawatt. Toch heeft het aandeel de voorbije zes maanden zwak gepresteerd (afgerond -20 %). Het pad voor een verder koersherstel leek nochtans geëffend, toen de Duitse regering een wet aannam die windenergie een vooraanstaande rol geeft in de elektriciteitsproductie. Duitsland wil de bijdrage van windenergie opkrikken van 25 tot 40 à 45 procent in 2025, en zelfs tot 55 à 60 procent in 2035. Die beslissing gaf het management van PNE voldoende vertrouwen om een nieuwe activiteit als independent power producer (IPP) op te starten. Een IPP koopt afgewerkte energieprojecten van projectontwikkelaars, en keert met de opbrengst van de productie een stabiel dividend uit. IPP's kunnen zich goedkoper financieren dan projectontwikkelaars, aangezien hun inkomsten vrij voorspelbaar zijn. PNE haalde voor de financiering van de IPP 40 miljoen euro op met de uitgifte van bijna 14 miljoen aandelen tegen 2,4 euro per aandeel en met de uitgifte van een converteerbare obligatie met vervaldatum oktober 2019 (coupon van 3,75 % en een conversieprijs van 3,3 euro per aandeel). Een eerste project voor de IPP is Chransdorf. Het is het grootste project uit het bestaan van PNE, met 24 windmolens die dit jaar worden opgeleverd en een totaalvermogen van 57,6 megawatt zullen hebben. Een tweede project, Waldfeucht/Selfkant (9 megawatt), zal nog dit jaar aansluiten bij de IPP. Tegen eind 2016 moet de IPP ongeveer 150 megawatt in portefeuille hebben en wordt een deel of de hele IPP verkocht. Toch was de markt niet enthousiast over de kapitaaloperatie. De sfeer rond het aandeel verslechterde nog toen in het najaar bekend raakte dat PNE een klacht had ingediend tegen Volker Friedrichsen. Dat is de voormalige eigenaar van WKN, het Duitse windenergiebedrijf waarvoor PNE in 2013 ongeveer 80 miljoen euro betaalde om 82,75 procent van de aandelen te verwerven. Mogelijk waren de activa overgewaardeerd en dreigt een afwaardering tussen 5 en 10 miljoen euro. Ook de forse daling van de olieprijs en de verlaging van de kredietwaardigheid van de groep van BB+ naar BB- drukten het sentiment. Maar belangrijk is dat PNE vasthoudt aan zijn prognose van 110 tot 130 miljoen euro cumulatieve bedrijfswinst (ebit) voor de periode 2014 tot 2016. Het lauwe onthaal van de nieuwe activiteit IPP, de daling van de olieprijs en de interne onenigheid duwden de koers van PNE fors lager. Ten onrechte, want we vertrouwen erop dat het management zijn plannen zal realiseren. Daarom vinden we PNE een herstelkandidaat en is het aandeel weer koopwaardig. DANNY REWEGHS