Steenokkerzeel gebruikte het burgerparticipatieplatform van CitizenLab om zijn burgers te vragen hoe het sluipverkeer in een straat dicht bij de Brusselse ring kon worden tegengegaan. In Hasselt werden burgers betrokken bij de aanleg van een park, terwijl Marche-en-Famenne liefst 30 procent van zijn inwoners liet kiezen uit vier voorstellen voor de aanleg van het nieuwe marktplein. De Brusselse start-up CitizenLab werd pas drie jaar geleden opgericht, maar werkt al samen met vijftig gemeenten in België, zette zich op de kaart in Nederland en Frankrijk en heeft projecten lopen tot in de Canadese stad Vancouver en de overheid van Bermuda.

Naast bovenstaande voorbeelden van gemeenten die hun bevolking raadplegen over een concreet voorstel, wordt het platform ook gebruikt voor burgerparticipatie van onderuit. "Participatief begroten is sterk in opmars", zegt Wietse Van Ransbeeck, de CEO en de medeoprichter van CitizenLab. "Schotland wil tegen 2021 dat lokale overheden 1 procent van hun budget participatief gebruiken. Zo krijgt de bevolking een directe stem in de budgettering. Ook in ons land bestaat dat al. In Sint-Niklaas kunnen burgers per wijk ideeën geven, waarvan er tien per wijk worden gerealiseerd. Een kleine gemeente als Wortegem-Petegem maakte 100.000 euro vrij, waarvan burgers 5000 euro per project konden krijgen. Luik is een van onze referentiecases geworden. Bij Réinventons Liège, een project om samen de stad heruit te vinden, dienden burgers 983 projecten in."

WIETSE VAN RANSBEECK "Dé burger bestaat niet." © Emy Elleboog

Nieuwe digitale standaard

Wietse Van Ransbeeck legt uit waarom technologie burgerparticipatie zoveel makkelijker maakt. "Het burgerinitiatiefrecht betekent dat als iemand - afhankelijk van de grootte van de gemeente - handtekeningen van 1 à 2 procent van de inwoners verzamelt, een onderwerp automatisch op de gemeenteraad wordt besproken. Die handtekeningen fysiek ophalen, is heel tijdrovend. Digitaal gaat dat makkelijker." Een ander voorbeeld zijn de vele bestofte gemeente-archieven vol rapporten, notulen van vergaderingen en andere documenten. "Vanaf 1 januari zullen gemeenten via een nieuwe digitale standaard hun notulen moeten rapporteren. Zo kunnen ook derde partijen gebruikmaken van de besluitvorming."

Vandaag verwachten mensen, onder andere door sociale media, onmiddellijk feedback. Gemeenten werken vaak nog te traag en te bureaucratisch. Volgens Van Ransbeeck kan automatisering de dienstverlening sneller en klantvriendelijker maken. CitizenLab wil zijn softwareplatform zo goed mogelijk integreren met de software van de gemeenten. De burger moet snel kunnen vinden wat hij zoekt en de gemeente moet snel kunnen zien wat haar burgers een prioriteit vinden.

De Brusselse start-up, waar twaalf mensen werken, werkt met taaltechnologie. Door semantische analyse kan het de feedback van de burgers interpreteren en verwerken in kant-en-klare rapporten voor de juiste diensten. "Er gaat nu veel tijd verloren door uit te maken welke dienst bevoegd is voor iets. Door semantisch na te gaan dat een idee over een zwembad gaat, weten we dat het naar de sportdienst moet. Als uit onze data-analyse voor de gemeente Anzegem blijkt dat burgers interesse hebben in een wandelpad, moet die informatie naar de milieudienst, maar een voetpad is dan weer de bevoegdheid van de dienst Mobiliteit en Verkeer."

Verfijnde data-analyse houdt rekening met de verschillen in de bevolking. "Dé burger bestaat niet", zegt Van Ransbeeck. "Je moet weten wie kiest voor een bepaald scenario en waarom. Ouderen willen meer bankjes en ruimtes, terwijl jongeren meer speelruimte willen. Wij vertalen die data in rapporten voor de beleidsmakers."

Geen directe democratie

Wietse Van Ransbeeck werd dit jaar samen met medeoprichter Aline Muylaert door het Amerikaanse zakenblad Forbes geselecteerd voor zijn Europese lijst 30 Under 30 in de categorie wetgeving en beleid. Hij benadrukt dat het hem met CitizenLab niet te doen is om directe democratie zoals referenda. "Bij een referendum wordt de beslissing gewoon ingevoerd zodra er een meerderheid is. Democratie is niet simpelweg de optelling van stemmen, het gaat ook om het debat met de burgers, zodat je een inclusiever beleid kunt voeren."

Besturen betalen per jaar tussen 10.000 euro voor een kleine gemeente en 30.000 voor een grote gemeente om het platform van CitizenLab te gebruiken. De omzet van een half miljoen euro dit jaar moet in 2019 verdubbelen. Het bedrijf, dat bij de opstart werd ondersteund door imec en Start it@KBC, heeft een positieve cashflow en zit door zijn inkomsten en het half miljoen euro dat het 2016 ophaalde, niet om kapitaal verlegen. Toch gaat het bedrijf de markt op, omdat het snel overal in Europa aanwezig wil zijn en volgend jaar een team wil hebben in Frankrijk en Nederland.

In zowel het buiten- als het binnenland zijn er de afgelopen drie jaar heel wat start-ups ontstaan in deze niche. Twee andere Belgische voorbeelden zijn Hoplr en Growth Architects met CitySeeders (zie kader Nog 2 Belgische start-ups met burgerzin). "Burgerparticipatie is in volle opmars", zegt Van Ransbeeck. "Politieke partijen zetten participatie volop in het hart van hun partijprogramma, terwijl het drie jaar geleden, toen we startten met CitizenLab, nog nieuw was."

Nog 2 Belgische start-ups met burgerzin

* Hoplr

Hoplr was eerder deze maand in het nieuws omdat het voor zijn internationale groei 1,15 miljoen euro kapitaal had opgehaald bij Belfius en Matexi Group. Ongeveer 120.000 mensen in België en Nederland gebruiken de app, die bewoners van een buurt of een straat samenbrengt. Het is als het ware een Facebook voor je wijk, maar dan zonder reclame en in een veilige omgeving. De digitale conversaties tussen burgers zijn niet te lezen door wie niet in de wijk woont. Buurtbewoners gebruiken Hoplr om hun vermiste kat te zoeken, een ladder te lenen of elkaar beter te leren kennen. Hoplr verdient geld met een dashboard voor lokale besturen en publieke instellingen. Zij kunnen daar berichten van algemeen nut plaatsen, bijvoorbeeld over wegwerkzaamheden of afvalophaling.

* Growth Architects

Growth Architects bouwt voort op crowdfundingtechnologie, maar heeft een andere insteek. Mensen zoeken niet alleen geld, maar meteen ook de diensten (een muurtje metselen) of producten (tafels en stoelen) die ze nodig hebben. Het Antwerpse bedrijf richt zich met verschillende platformen op meerderen doelgroepen. Eentje daarvan is CitySeeders. "We geven burgers een platform om ideeën te delen en middelen te zoeken. Steden kunnen hun schaarse middelen beter besteden. Als burgers een opruimactie doen, bespaart de gemeente personeelskosten, maar kan ze de actie wel ondersteunen met vuilniswagens", zegt Fanuel Dewever over zijn onlinedienst, die draait op inkomsten van zowel gemeenten als burgers. Het met eigen middelen opgerichte bedrijf werd begeleid door de Brusselse incubator B-Sprouts en is actief in het buitenland.