De gevolgen van de aanslepende financiële crisis laten zich de jongste maanden steeds meer voelen bij de gemiddelde Belgische bedrijfsleider. Er zijn gelukkig uitzonderingen, maar voor de meeste zaakvoerders oogt 2009 weinig belovend. Dat vertaalt zich in de harde economische werkelijkheid: de ene herstructurering is nog niet aangekondigd of een volgende sluiting of een ongekend regime van technische werkloosheid dient zich aan.
...

De gevolgen van de aanslepende financiële crisis laten zich de jongste maanden steeds meer voelen bij de gemiddelde Belgische bedrijfsleider. Er zijn gelukkig uitzonderingen, maar voor de meeste zaakvoerders oogt 2009 weinig belovend. Dat vertaalt zich in de harde economische werkelijkheid: de ene herstructurering is nog niet aangekondigd of een volgende sluiting of een ongekend regime van technische werkloosheid dient zich aan. Dat is logisch. Veel ondernemingen halen de broeksriem dan ook stevig aan. Zelfs als er vooralsnog geen daling in het orderboek waar te nemen is, dan nog bestaat de mogelijkheid dat een grote klant van een klant in de problemen komt, en de domino's vallen mee. Verstandig, maar als iedereen tegelijk rationeel handelt, zitten we met een levensgroot probleem. Zeker als iedereen té slim wil zijn en ook nog eens de besparingsprogramma's uit de schuif haalt die er al jaren in liggen, maar nu zonder veel trammelant kunnen worden uitgevoerd. Bovendien schrijven heel wat bedrijven investeringen nu te veel af. Met als cynische noot dat diezelfde bedrijfsleiders over afzienbare tijd beter dan verwachte groeicijfers kunnen voorleggen. Mogen we een parallel trekken met de speltheorie? Als bedrijf A in zijn kosten snijdt en onderneming B, die op dezelfde markt actief is, dat niet in dezelfde mate doet, dan riskeert B een concurrentieel nadeel. Precies daarin schuilt het gevaar. In het klassieke voorbeeld uit de speltheorie komen de boeven steeds uit bij een suboptimale oplossing. Ze krijgen beiden vijf jaar cel omdat ze beiden bekennen. (Voor de volledigheid: hadden ze beiden ontkend, dan hadden ze elk een jaar gevangenisstraf gekregen. En hij die alleen bekende, zou vrijuit gaan terwijl zijn ontkennende kompaan tien jaar moet brommen.) Ook onze economie dreigt, weliswaar op een ander niveau, daarmee te worden geconfronteerd. Want ondernemingen die nu te slim willen zijn, dreigen hun toekomstige groei te hypothekeren. Bovendien worden ze twee keer gestraft, want door investeringen uit te stellen, vertraagt de economie bruusker dan nodig, en stellen ze zelf mee het herstel uit. Gevolg: de strategieën die op microvlak verstandig zijn, dreigen op grote schaal hun eigen mislukking met zich mee te dragen. En dan wordt het weer aankloppen bij de overheid, die, zoals ze nu doet in heel wat landen, tussenbeide moet komen om dit coördinatieprobleem te verzachten. Volgens de cijfers van de federatie van de financiële sector, Febelfin, is er best nog voldoende krediet, maar is het vooral de vraag naar krediet die in elkaar gezakt is. Dat heeft op zijn beurt zeker te maken met het duurdere krediet. Er blijkt echter vooral dat niet alleen het vertrouwen in de banken is aangetast, maar dat ook de ondernemers wat zelfvertrouwen zijn kwijtgespeeld. Snijden in de kosten is absoluut nodig. Om het in slagerstermen te zeggen: er mag best worden gekeken of het met 100 gram minder kan. Maar misschien is een halve kilo eraf wel wat te veel van het goede. (T) Door Luc Huysmans