Een dezer dagen wordt duidelijk wie de nieuwe eigenaar wordt van Vlaanderens enige zakenkrant (oplage: 38.800 exemplaren). Daarmee valt het doek over de tweede episode van een biedstrijd die eigenlijk al vier jaar geleden begon. Toen waren de cijfers nog rooskleurig: een omzet in 1999 van 51 miljoen euro (+19 %) en een nettowinst van 8 miljoen euro (inclusief de verkoop van Net.it.be aan Alcatel). De oplage van de krant schommelde rond 50.000 exemplaren, goed voor 75 % van de omzet.
...

Een dezer dagen wordt duidelijk wie de nieuwe eigenaar wordt van Vlaanderens enige zakenkrant (oplage: 38.800 exemplaren). Daarmee valt het doek over de tweede episode van een biedstrijd die eigenlijk al vier jaar geleden begon. Toen waren de cijfers nog rooskleurig: een omzet in 1999 van 51 miljoen euro (+19 %) en een nettowinst van 8 miljoen euro (inclusief de verkoop van Net.it.be aan Alcatel). De oplage van de krant schommelde rond 50.000 exemplaren, goed voor 75 % van de omzet. "Waarom verkopen als de resultaten goed zijn?" was toen de vraag die overal in het bedrijf opdook. Het antwoord van Jo Cornu, voorzitter van Uitgeversbedrijf Tijd: "Als het goed gaat, moet je anticiperen," en in één adem wees hij op de internationalisering van het financiële landschap (de fusie van Euronext) en de groei van elektronische media, die het vaste kostenplaatje fors deden aanzwellen. Schaalvergroting drong zich op. En daar was geld (lees: een sterke mediapartner) voor nodig. Jo Cornu hád gelijk, maar kréég toen geen gelijk. In zijn logica zetel je beter op een sterke positie aan de onderhandelingstafel. Hij wou tijdig inspelen op de snel evoluerende mediamarkt, waar nogal wat concentratie aan de gang was. Doel was de uitgever te laten uitgroeien tot een mediagroep op Benelux-schaal, met op termijn zelfs een Europese dimensie. Plus: Uitgeversbedrijf Tijd worstelde met een paar verlieslatende dochters, waaronder de elektronische poot Tijd Beursmedia. Om daarop een betere greep te krijgen, moest de participatie omhoog tot 100 %. Die zoektocht naar een strategische partner strandde op de amateuristische aanpak van Voka/VEV, met 45,8 % de hoofdaandeelhouder van De Tijd. "Het VEV zal nooit verkopen als dat indruist tegen de wil van het personeel," zei toenmalig voorzitter Jef Roos in het najaar van 2000, terwijl uitgerekend híj de aanzet had gegeven tot aftastende gesprekken met diverse mediapartners. De VEV-voorzitter werd in zijn avances teruggefloten door zijn (verdeelde) achterban en zocht daarop schielijk dekking in het verzet van de redactie en het personeel, die de voorkeur gaven aan een onafhankelijke koers. Toen Marc Santens - met de stilzwijgende goedkeuring van diverse andere Vlaams-katholieke erevoorzitters - de verkoop van De Tijd een "catastrofe" noemde en zijn vrees uitte dat dit voor het VEV zou leiden tot "een enorm prestige- en imagoverlies", werd het plan-Cornu afgevoerd. Waarom staat De Tijd nu opnieuw te koop? Juist. Omdat de krant nood heeft aan een strategische partner, die het bedrijf "beter kan ondersteunen en ontplooien". Het is een feit dat De Tijd in de voorbije decennia als zakenkrant een (voor Vlaanderen) hoog kwaliteitsniveau en onafhankelijk profiel heeft kunnen bereiken. Maar - en dat moet erbij gezegd worden - er is ook een keerzijde: precies omdat het VEV op systematische wijze financieel gedesinteresseerd was in de krant, hoefde Uitgeversbedrijf Tijd zich ook jarenlang nauwelijks iets aan te trekken van de financiële en economische realiteit. Zolang de kassa bij de krant rinkelde, was er geen vuiltje aan de lucht. Van een goed functionerende en kritische raad van bestuur was er tot 2000 geen sprake. Zelden legde het VEV het management op de rooster, zelfs niet toen in de tweede helft van de jaren negentig erg veel geld werd gesluisd naar (verlieslatende) elektronische media. De pralines van de Italiaan Carlo De Benedetti in 1988 bij de raid op de Generale Bank waren de aanzet tot een gestaag stijgende oplagecurve, die pas in 2001 zijn knik kreeg. Heeft het VEV/Voka de krant een dienst bewezen door zich zo als aandeelhouder op te stellen? Dat kan betwijfeld worden. Schaalvergroting ontzeggen aan een mediabedrijf op een micromarkt zoals Vlaanderen - vanwege nostalgie en pres- tige - heeft het bedrijf bijna de das omgedaan. In 2001 opperde het VEV nog dat de uitgever van de krant pas zou verkopen als dat de toekomst van het bedrijf ten goede komt. Wel, die tijd is nu rijp. Een verkoop dringt zich zelfs op om de krant voor nog meer onheil te behoeden. Heeft dat de belangen van de Vlaamse ondernemer (het doel waarvoor de krant in 1967 werd opgericht door het VEV) gediend? Piet DepuydtOmdat aandeelhouder VEV financieel gedesinteresseerd was in de krant, hoefde Uitgevers-bedrijf Tijd zich nauwelijks iets aan te trekken van de financiële en economische realiteit.