Rodolphe en Edouard Carle richtten in 2003 Babilou op. Met dat eerste netwerk van private crèches in Frankrijk hoopten ze een gat in de markt te vullen. Er was een tekort aan publieke crèches. Een wijziging in de Franse wetgeving speelde hen in de kaart. Sinds 2004 kunnen ook privé-instellingen in de kinderopvang subsidies krijgen van de Franse overheid.
...

Rodolphe en Edouard Carle richtten in 2003 Babilou op. Met dat eerste netwerk van private crèches in Frankrijk hoopten ze een gat in de markt te vullen. Er was een tekort aan publieke crèches. Een wijziging in de Franse wetgeving speelde hen in de kaart. Sinds 2004 kunnen ook privé-instellingen in de kinderopvang subsidies krijgen van de Franse overheid. Babilou groeide als kool en is nu de grootste commerciële groep van kinderdagverblijven in Frankrijk. Het baat met 4000 medewerkers een netwerk van 300 crèches uit, verspreid over het hele land, goed voor 10.000 opvangplaatsen. Terwijl Babilou Frankrijk blijft groeien met gemiddeld twintig tot dertig nieuwe crèches per jaar, werkt het bedrijf sinds 2013 ook aan zijn internationale expansie. In Duitsland kocht het al 37 kinderdagverblijven, goed voor meer dan 2000 plaatsen en 500 medewerkers. In Zwitserland heeft het één crèche in de buurt van Genève en zoekt het naar nieuwe kansen. In Dubai opende Babilou drie eigen crèches. In ons land nam Babilou in 2013 een stevige start met de overname van Kid Farwest, een keten van tien crèches in het Brusselse. Dit najaar volgden de acquisitie van twee kribbes in Evere en de opening van een kinderdagverblijf in Overijse. "We blijven hard werken aan expansie", zegt Kate Lybeer, de algemeen directeur van Babilou België. "Begin januari openen we een nieuwe crèche met 52 plaatsen in Antwerpen." Babilou is de eerste buitenlandse speler op de Vlaamse markt van kinderopvang. De eerste bvba ook, terwijl de andere grotere privéspelers vooral vzw's zijn. Tot 2009 konden private kinderdagverblijven enkel aanspraak maken op een basissubsidie van 2,60 euro per kind per dag. Voorts moesten ze uit de kosten komen met de dagprijs die ouders betaalden en die ze vrij mochten bepalen. Sinds 2009 kan de privé-opvang ook subsidies krijgen voor het inkomensgerelateerde tarief. Concreet betekent dat dat ouders in privécrèches betalen volgens hun inkomen, zoals in de publieke sector, en dat de overheid het verschil bijpast. Babilou is vooral geïnteresseerd in die inkomensgerelateerde plaatsen. Lybeer legt uit waarom. "Er is een plaatstekort in de Vlaamse kinderopvang, vooral in de grote steden, maar dat wil niet zeggen dat iedere nieuwe crècheplaats zomaar ingevuld raakt. Het ontbreekt vooral aan betaalbare plaatsen. Waar ouders in de inkomensgerelateerde opvang maandelijks gemiddeld 280 euro per kind betalen, loopt dat voor een niet-gesubsidieerde plaats met vrij tarief makkelijk op tot 620 euro voor kwalitatieve opvang. Maar 620 euro is een flinke hap uit het gezinsinkomen, wat meteen de lagere bezettingsgraad verklaart van de plaatsen met vrije tarieven. Je moet al in een zeer welstellende gemeente gevestigd zijn of een heel creatieve ondernemer zijn om een nichepubliek aan te trekken dat die hoge bedragen kan en wil betalen." In principe kan iedereen die inkomensgerelateerde plaatsen aanvragen. De kinderopvangplaatsen worden verdeeld door Kind en Gezin tijdens de jaarlijkse uitbreidingsrondes. Er wordt gekeken naar de kwaliteit van de dossiers, maar ook andere criteria spelen mee, zoals de spreiding van de opvangplaatsen in een stad of gemeente: in welke wijken woont het grootste aantal jonge kinderen, waar worden de meeste geboortes verwacht, waar is het aantal eenoudergezinnen het grootst. Babilou haalde bij de jongste uitbreidingsronde in 2015 veel nieuwe inkomensgerelateerde plaatsen en de bijbehorende subsidies binnen, al mag het voor de ambitieuze groep altijd meer zijn. "De nood is er. Door meer aan de privésector over te laten, zou de overheid met dezelfde middelen méér opvang kunnen organiseren. Bovendien kunnen wij als privéspeler ook sneller nieuwe plaatsen creëren." Babilou België wil ook sterk blijven groeien door overnames. Op dat gebied zijn er nogal wat opportuniteiten, want heel wat kleine private crèches hebben het financieel moeilijk. "Iedere week komen er om hulp vragen, omdat ze anders failliet gaan. Om je brood te verdienen in deze sector, is een zekere schaal vereist. Sommige privécrèches zijn gewoon te klein om financieel leefbaar te zijn, zelfs als ze zonder personeel werken. Wij kunnen sommige vaste kosten, zoals die voor boekhouding en administratie, verdelen over veel meer plaatsen. En voor de aankoop van luiers, speelgoed en voeding kunnen we betere prijzen bedingen. Maar dan nog hebben wij twee crèches moeten sluiten van de groep van tien crèches die we in het Brusselse overnamen, omdat ze te klein waren. Met minder dan achttien plaatsen per locatie is het bijna onmogelijk." Lybeer verbaast zich erover dat de Vlaamse overheid middelen blijft vrijmaken om starters in de kinderopvang te motiveren met glossy brochures en infoavonden. "Vaak gaat het om idea-listische jonge vrouwen die niet weten waaraan ze beginnen en snel in hun ongeluk lopen. De middelen die daarin worden geïnvesteerd, zouden beter gaan naar de omschakeling van plaatsen met een vrij tarief naar inkomensgerelateerde plaatsen." Babilou opende zijn eerste crèche in Frankrijk in het bedrijf L'Oreal. "Van dat concept zijn we snel teruggekomen. De meeste ouders nemen hun kind niet graag mee naar het werk. Ze verkiezen opvang dicht bij huis. We zijn daarom geëvolueerd naar een model met crèches in residentiële buurten, waar bedrijven opvangplaatsen kunnen reserveren en geheel of gedeeltelijk betalen voor hun medewerkers. In Frankrijk geldt daarvoor een gunstig fiscaal regime. Bedrijven krijgen een verhoogde aftrek van de kosten voor kinderopvang, tot 85 procent. Dat heeft geleid tot de creatie van extra plaatsen." In Frankrijk zijn 800 bedrijven klant bij Babilou, waaronder grote namen als IBM, Renault, Henkel, KMG, GDF Suez en Dior. "We blijven ons bedrijfsaanbod uitbreiden met andere diensten, zoals de opvang van zieke kinderen of vakantieopvang voor oudere kinderen. Bedrijven beseffen hoe langer hoe meer dat dat een manier is om het welzijn van werkende ouders te bevorderen en hun personeel te behouden." Ook in ons land ziet Babilou kansen op de bedrijfsmarkt. "Nu flexibele verloningspakketten en cafetariaplannen stilaan ingang vinden, krijgen bedrijven meer interesse om te investeren in kinderopvang", merkt Lybeer. "Nogal wat werknemers zullen kiezen voor een kleinere auto in ruil voor voorrang in de crèche. Bovendien leveren bedrijven zo een positieve bijdrage aan de maatschappij, wat goed is voor hun imago. Alleen is de fiscale stimulans nog te klein. Er is geen verhoogde fiscale aftrek en bovendien geldt voor de gewone aftrek een plafond van 8000 euro per plaats per jaar. Nochtans is iedereen gebaat met maatregelen die de combinatie arbeid-gezin vergemakkelijken." Op Wallonië heeft het Franse bedrijf zijn zinnen nog niet meteen gezet. Dat heeft te maken met de complexe regelgeving. "Daar bestaat ook een inkomensgerelateerd tarief, maar het Waals Gewest past slechts een deel van het verschil bij. Om de rekening te doen kloppen, zouden we een beroep moeten doen op steden en gemeenten voor extra subsidies. Ook de samenwerking met bedrijven ligt er moeilijker, omdat bedrijven niet rechtstreeks kunnen investeren in crèches, maar via de overheid moeten passeren. Die complexiteit maakt dat wij voorlopig liever focussen op de opportuniteiten in Vlaanderen." De Belgische tak van Babilou maakt nog verlies. "Logisch, we zitten in volle opstart- en investeringsfase. Maar we hebben het kapitaal van de Franse groep achter ons. En Babilou is nog altijd een familiebedrijf, met een langetermijnvisie." De oprichters, die Babilou nog altijd leiden, bezitten 55 procent van de aandelen. De Belgische investeringsmaatschappij Cobepa heeft 34 procent en de overige aandelen zitten bij het management en banken. De groep draaide vorig jaar een omzet van 220 miljoen euro, maar geeft geen winstcijfers vrij. Tegen 2020 wil Babilou 500 miljoen omzet draaien. De helft moet uit het buitenland komen. Karin Eeckhout, fotografie Kris Van Exel"Met minder dan achttien plaatsen per locatie is het bijna onmogelijk leefbaar te zijn"