In Antwerpen sloegen de stad, de VDAB, het onderwijs en verscheidene sectoren met hun sociale partners de handen in elkaar om samen de knelpuntproblemen aan te pakken. In 2010 zag de Talentenwerf het licht. Sindsdien werden voor de haven en de logistiek (Talentenstroom), voor de industrie (Talentenfabriek) en voor het onderwijs (Onderwijstalent) soortgelijke samenwerkingsverbanden opgezet.
...

In Antwerpen sloegen de stad, de VDAB, het onderwijs en verscheidene sectoren met hun sociale partners de handen in elkaar om samen de knelpuntproblemen aan te pakken. In 2010 zag de Talentenwerf het licht. Sindsdien werden voor de haven en de logistiek (Talentenstroom), voor de industrie (Talentenfabriek) en voor het onderwijs (Onderwijstalent) soortgelijke samenwerkingsverbanden opgezet. "We stellen vast dat veel werkzoekenden de arbeidsmarkt niet goed genoeg kennen", zegt Eddy Hectors, projectleider sectorale netwerken van Stad Antwerpen Werk en Economie. "Daarom organiseren we om de twee weken een infosessie die de beroepen en de opleidingen in knelpuntsectoren aan potentiële werknemers voorstelt. Tegelijk zetten we acties voor bedrijven op, zoals seminars die werkgevers duidelijk maken dat het weinig opbrengt naar de ideale werkkracht te blijven zoeken. Investeren in nieuwelingen met potentieel loont meer." De Antwerpse Talentenhuizen profileren zich als een dienstverlener die zich richt tot drie doelgroepen: de werkgevers, de werkzoekenden en het onderwijs. Ze kanaliseren de vragen en zoeken met de partners naar een oplossing. "Vindt een bedrijf geen kandidaten voor een nicheberoep, dan kan een specifieke opleiding of een vorm van werkplekleren worden georganiseerd", zegt Hectors. "Wil een school haar studenten meer werkervaring in een bepaalde discipline aanbieden, dan kan een van de Talentenhuizen steun en faciliteiten aanvragen. Hetzelfde geldt voor stages of informatie voor jongeren over hun kansen op de arbeidsmarkt. De Talentenhuizen ondersteunen ook de begeleiding naar een baan via kanalen zoals de VDAB-opleidingen of via een traject op maat." De Talentenhuizen willen zo veel mogelijk partners bij hun activiteit betrekken. Elke partner stelt middelen voor het netwerk ter beschikking, zoals een budget, een of meer werknemers of een locatie. De partners zijn vertegenwoordigd in het directiecomité en in het dagelijks bestuur. Zij stellen samen een jaarlijks actieplan op met strikte kwantitatieve en kwalitatieve doelen. Volgens Eddy Hectors spreekt dat niet vanzelf: "Samen beleid voeren impliceert dat je autonomie overdraagt, en dat is in een verkokerd landschap als het onze een behoorlijke uitdaging. De Talentenhuizen gelden zowel voor Europa als voor de OESO als een beste praktijk voor regionale partnerschappen. Op Antwerps niveau staat de politiek achter het initiatief. Maar we willen de Talentenhuizen nog meer professionaliseren en ze structureel inbedden in het beleid. Ook Vlaanderen zou er goed aan doen de Talentenhuizen te ondersteunen. Willen we de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt zo veel mogelijk op elkaar afstemmen, dan zullen de beleidsmakers op alle niveaus voor een samenwerking tussen de werkgevers, de werkzoekenden en het onderwijs moeten gaan."