De heisa over de taalvoorwaarden die de stad Vilvoorde koppelt aan het verwerven een sociale woning heeft de voorbije dagen een exclusief communautair-politiek karakter gekregen. Dat is jammer. Eigenlijk gaat het in eerste instantie om een sociaal probleem en verdienen de gemeentebesturen die dergelijke stappen doen alle lof. Als we weten dat meer dan de helft van de werklozen in Vilvoorde geen Nederlands begrijpt, dan is het niet meer dan normaal dat er stappen worden ondernomen om via taallessen de integratie te bevorderen.
...

De heisa over de taalvoorwaarden die de stad Vilvoorde koppelt aan het verwerven een sociale woning heeft de voorbije dagen een exclusief communautair-politiek karakter gekregen. Dat is jammer. Eigenlijk gaat het in eerste instantie om een sociaal probleem en verdienen de gemeentebesturen die dergelijke stappen doen alle lof. Als we weten dat meer dan de helft van de werklozen in Vilvoorde geen Nederlands begrijpt, dan is het niet meer dan normaal dat er stappen worden ondernomen om via taallessen de integratie te bevorderen. Bovendien geldt die taalvoorwaarde niet zomaar voor iedereen die zich in Vilvoorde komt vestigen. Het gaat hier om een beslissing van de gemeentelijke overheid die zelf heeft geïnvesteerd in het aanbieden van sociale woningen. Mochten dezelfde woningen te koop worden aangeboden op de private markt, dan zou de verkoopprijs een stuk hoger liggen. Het is dan ook niet meer dan normaal dat een overheid die investeert in een beleid ten voordele van maatschappelijke zwakkere personen, daarvoor een 'geste' als tegenprestatie vraagt. De Nederlandse taal machtig zijn of de bereidheid om die taal te leren is zo'n geste, want talenkennis is de beste weg naar sociale en economische integratie. Franstalige politici beweren dat Vlaanderen zijn imago met dit type van maatregelen beschadigt en op zichzelf terugplooit. Maar eigenlijk is net het omgekeerde het geval. Gemeenten als Vilvoorde geven een sociaal aanvaardbaar antwoord op de 'verbrusseling' van de rand die - wat het Vlaams Belang ook mag beweren - een onomkeerbaar sociologisch verschijnsel is. De taaltesten en -opleidingen zijn het ideale middel om verdere polarisatie en spanningen tussen gemeenschappen te vermijden. Dat weten zelfs de meeste Franstaligen die in de rand wonen. Toen het Vilvoordse voorstel om taalkennis te koppelen aan de verkoop van sociale woningen een aantal maanden geleden op de gemeenteraad besproken werd, tekenden de drie FDF-verkozenen geen protest aan. De kritiek kwam van politici die hopen op federaal niveau goed garen te spinnen bij het ophitsen van de gemoederen. De vele kansen die de Vlaamse gemeenten aan anderstaligen aanbieden om Nederlands te leren en hen zo een extra troef geven op de arbeidsmarkt, steekt schril af tegen het nabije Brussel, vanwaar de kritiek op de beslissing van Vilvoorde het luidst klonk. De rand telt 4 % werklozen, Brussel 20 % en in sommige wijken loopt die werkloosheidsgraad op tot meer dan 40 %. Brussel kent natuurlijk typisch grootstedelijke problemen en een belangrijk deel van de Brusselse economie bevindt zich in de grijze zone. Dat maak je niet in een handomdraai ongedaan. Maar een echt Brussels sociaal-economisch integratiebeleid begint nu pas op gang te komen. De Brusselse minister van Werk, Benoît Cerexhe (cdH), moest al zijn gewicht in de schaal leggen om zijn actieplan dat jonge werklozen aan een baan moet helpen - met taalcursussen als cruciaal onderdeel - door de ministerraad te loodsen, na veel kritiek van de PS. Wie dus zegt dat Vlaanderen de zwakke sociale groepen uitsluit, doet daarom best eerst aan introspectie. (T)Door Alain Mouton